Organisme – Blok 2 – Hoorcolleges
Thema 4-6
Inhoud
Thema 4: Amfibieën, Rode Draad College..............................................................................................2
BMW Organisme – Rode draad college – thema 4.............................................................................2
BMW Organisme – Hartontwikkeling, foetale circulatie en foetale membranen...............................5
Hartontwikkeling............................................................................................................................5
Foetale circulatie............................................................................................................................5
Foetale membranen.......................................................................................................................7
BMW Organisme – Bewegingsstelsel................................................................................................12
Thema 5: Overgang van koudbloedig naar warmbloedig.....................................................................17
BMW Organisme - Rode draad college – Thema 5...........................................................................17
BMW Organisme – Ontwikkeling maagdarmtractus – thema 5........................................................23
Thema 6: De Mens................................................................................................................................28
BMW Organisme – Ontwikkeling en bouw ruggenmerg– HC...........................................................28
BMW Organisme – Ontwikkeling en bouw hersenen– HC................................................................31
BMW Organisme – Evolutie van de primaten – HC..........................................................................34
BMW Organisme – Allometrische modellen – HC............................................................................37
1
,Thema 4: Amfibieën, Rode Draad College
BMW Organisme – Rode draad college – thema 4
Cordata soorten:
Urochordata
Cephalocordata
Craniata
Slijmprikken (schedel, zonder wervelkolom)
Vertebrata (schedel, met wervelkolom)
Beenvissen = vissen met botweefsel,
vinnen (incl. botweefsel), zwemblaas
Zwemblaas = waren de primitieve
longen
Extensie van de voordarm
Kan je vullen door boven
water lucht happen / kan je
vullen door een gasklier
Heeft al parallelen met de
longen
Bevatten een bepaald type
collageen, je kan dit dan
gebruiken om wijn en bier te
filteren (Icing Glass)
Bij longvis is deze blaas verder ontwikkeld
Longvis = vissen die botstructuren zoals het bouwplan bij dieren die op het land leven
Zwemblazen gebruikten ze voor O2 opname
Zaten in de transitiefase van water naar land
Functionele long
Kieuwen verdwijnen in adulte stadium
Tetrapoda = vierpotigen die op het land leven
Amfibieën – wel nog afhankelijk van water
Reptielen
Vogels
Zoogdieren
Belangrijke onderdelen/aanpassing voor leven op land:
1. Poten
2. Circulatie systeem
longen ipv kieuwen want er is geen huidademhaling meer
ontwikkeling van de hartsegmenten
Bescherming tegen uitdroging, want er is geen huidademhaling meer en ontwikkelt
3. Vruchtvliezen (foetale membranen)
Aanpassingen van poten
2
, Alle landdieren hebben hetzelfde bouwplan, maar ze zijn wel een beetje aangepast
Dit patroon zie je al ontstaan bij de kwastvinnigen
Er ontbrak nog een tussenfase tussen leven van water op land
hier is een fossiel later van gevonden over de aanpassing van het
bewegingsapparaat
mensen hebben ook ooit een gemeenschappelijke voorouder gehad net zoals de vissen
Aanpassingen van het cardiovasculair systeem
ontwikkeling start vergelijkbaar bij alle vierpotigen
het hart is in het begin een bloedvat en wordt uiteindelijk een gesegmenteerd hart
Bij een vis is het hart nog erg vergelijkbaar met de primitieve hartbuis
Aanpassingen van de foetale membranen
Foetale membranen = membranen om de foetus
Bij vissen en amfibieën zijn alle cellen formatief
Alle cellen maken deel uit van het embryo
Niets ontwikkeld zich buiten het embryo
Er zijn geen extra-embryonale structuren
Reptielen, vogels en zoogdieren hebben geen formatieve cellen
Ze gaan bijdragen aan extra-embryonale structuren zoals:
Dooierzak
Allantois
Amnion
Chorion – ontwikkelt zich tot de placenta
3
, Eischaalklier is equivalent aan de baarmoeder, er wordt dan een kalkschaal om het ei gezet
Na 8 weken spreek je van de foetus, die zit in het vloeistof
De vliezen scheuren vaak, waarna het vruchtwater vrij komt en het kind dan wordt geboren
Vruchtwater is belangrijk zodat het kind kan bewegen tijdens de ontwikkeling
Vruchtwater bevat stoffen die het kind inslikt en zorgt voor de ontwikkeling van de longen
4
Thema 4-6
Inhoud
Thema 4: Amfibieën, Rode Draad College..............................................................................................2
BMW Organisme – Rode draad college – thema 4.............................................................................2
BMW Organisme – Hartontwikkeling, foetale circulatie en foetale membranen...............................5
Hartontwikkeling............................................................................................................................5
Foetale circulatie............................................................................................................................5
Foetale membranen.......................................................................................................................7
BMW Organisme – Bewegingsstelsel................................................................................................12
Thema 5: Overgang van koudbloedig naar warmbloedig.....................................................................17
BMW Organisme - Rode draad college – Thema 5...........................................................................17
BMW Organisme – Ontwikkeling maagdarmtractus – thema 5........................................................23
Thema 6: De Mens................................................................................................................................28
BMW Organisme – Ontwikkeling en bouw ruggenmerg– HC...........................................................28
BMW Organisme – Ontwikkeling en bouw hersenen– HC................................................................31
BMW Organisme – Evolutie van de primaten – HC..........................................................................34
BMW Organisme – Allometrische modellen – HC............................................................................37
1
,Thema 4: Amfibieën, Rode Draad College
BMW Organisme – Rode draad college – thema 4
Cordata soorten:
Urochordata
Cephalocordata
Craniata
Slijmprikken (schedel, zonder wervelkolom)
Vertebrata (schedel, met wervelkolom)
Beenvissen = vissen met botweefsel,
vinnen (incl. botweefsel), zwemblaas
Zwemblaas = waren de primitieve
longen
Extensie van de voordarm
Kan je vullen door boven
water lucht happen / kan je
vullen door een gasklier
Heeft al parallelen met de
longen
Bevatten een bepaald type
collageen, je kan dit dan
gebruiken om wijn en bier te
filteren (Icing Glass)
Bij longvis is deze blaas verder ontwikkeld
Longvis = vissen die botstructuren zoals het bouwplan bij dieren die op het land leven
Zwemblazen gebruikten ze voor O2 opname
Zaten in de transitiefase van water naar land
Functionele long
Kieuwen verdwijnen in adulte stadium
Tetrapoda = vierpotigen die op het land leven
Amfibieën – wel nog afhankelijk van water
Reptielen
Vogels
Zoogdieren
Belangrijke onderdelen/aanpassing voor leven op land:
1. Poten
2. Circulatie systeem
longen ipv kieuwen want er is geen huidademhaling meer
ontwikkeling van de hartsegmenten
Bescherming tegen uitdroging, want er is geen huidademhaling meer en ontwikkelt
3. Vruchtvliezen (foetale membranen)
Aanpassingen van poten
2
, Alle landdieren hebben hetzelfde bouwplan, maar ze zijn wel een beetje aangepast
Dit patroon zie je al ontstaan bij de kwastvinnigen
Er ontbrak nog een tussenfase tussen leven van water op land
hier is een fossiel later van gevonden over de aanpassing van het
bewegingsapparaat
mensen hebben ook ooit een gemeenschappelijke voorouder gehad net zoals de vissen
Aanpassingen van het cardiovasculair systeem
ontwikkeling start vergelijkbaar bij alle vierpotigen
het hart is in het begin een bloedvat en wordt uiteindelijk een gesegmenteerd hart
Bij een vis is het hart nog erg vergelijkbaar met de primitieve hartbuis
Aanpassingen van de foetale membranen
Foetale membranen = membranen om de foetus
Bij vissen en amfibieën zijn alle cellen formatief
Alle cellen maken deel uit van het embryo
Niets ontwikkeld zich buiten het embryo
Er zijn geen extra-embryonale structuren
Reptielen, vogels en zoogdieren hebben geen formatieve cellen
Ze gaan bijdragen aan extra-embryonale structuren zoals:
Dooierzak
Allantois
Amnion
Chorion – ontwikkelt zich tot de placenta
3
, Eischaalklier is equivalent aan de baarmoeder, er wordt dan een kalkschaal om het ei gezet
Na 8 weken spreek je van de foetus, die zit in het vloeistof
De vliezen scheuren vaak, waarna het vruchtwater vrij komt en het kind dan wordt geboren
Vruchtwater is belangrijk zodat het kind kan bewegen tijdens de ontwikkeling
Vruchtwater bevat stoffen die het kind inslikt en zorgt voor de ontwikkeling van de longen
4