Naam:
Studiegroepscode:
Cursus:
Docent: Inleverdatum:
Aantal woorden: 5992
1
,VOORWOORD
“You matter because you are you and you matter to the last moment of your life. We will
do all we can not only to help you die peacefully, but to live until you die.’’
- Cecily Saunders (1976).
2
,Inhoudsopgave
VOORWOORD................................................................................................................................................ 2
OPDRACHT KLINISCH REDENEREN & ONDERZOEKEND VERMOGEN.................................................................4
CASUSBESCHRIJVING MEVROUW M............................................................................................................................4
HOOFDSTUK 1: ANAMNESE......................................................................................................................................5
1.1. Anamnesemodel........................................................................................................................................5
1.2. Screeningsinstrumenten............................................................................................................................5
1.2.1. Pacslac-D................................................................................................................................................5
1.2.2. Bradenschaal..........................................................................................................................................5
1.2.3. DS-DAT....................................................................................................................................................5
1.2.4. Barthel Index...........................................................................................................................................5
1.2.5. Observatielijst voor psychosociale problematiek bij ouderen (OLPP)....................................................6
1.2.6. Evaluatie screeningsinstrumenten.........................................................................................................6
1.3. Prioritering van problemen........................................................................................................................7
1.4. zorgtraject.................................................................................................................................................8
HOOFDSTUK 2: DIAGNOSTIEK....................................................................................................................................9
2.1. Anatomie en functies................................................................................................................................9
2.1.1. Afweersysteem.......................................................................................................................................9
2.1.2. Zenuwstelsel...........................................................................................................................................9
2.1.3. Vocht- en elektrolytenbalans................................................................................................................10
2.2. Externe en persoonlijke factoren.............................................................................................................10
2.3. Copingstijl................................................................................................................................................11
2.4. Activiteiten en participatie......................................................................................................................11
2.5. Kwaliteit van leven..................................................................................................................................11
HOOFDSTUK 3: DIAGNOSES....................................................................................................................................12
HOOFDSTUK 4: RESULTAAT.....................................................................................................................................14
HOOFDSTUK 5: INTERVENTIES.................................................................................................................................15
5.1. Interventie voor pijn................................................................................................................................15
5.2. Interventie voor (preventie) van decubitus..............................................................................................15
5.3. Interventie voor angst.............................................................................................................................15
5.4. Overleg met familie.................................................................................................................................16
EVALUATIE...........................................................................................................................................................17
BRONNENLIJST.....................................................................................................................................................19
BIJLAGEN............................................................................................................................................................ 22
Bijlage 1: Anamnesemodel.............................................................................................................................22
Bijlage 2a: Pacslac-D voor interventie............................................................................................................25
Bijlage 2b: Pacslac-D na de pijninterventies...................................................................................................26
Bijlage 3: Bradenschaal..................................................................................................................................27
Bijlage 4a: DS-DAT..........................................................................................................................................30
Bijlage 4b: DS-DAT na interventies.................................................................................................................32
Bijlage 5: Barthel-Index..................................................................................................................................34
BIJLAGE 6: OBSERVATIELIJST VOOR PSYCHOSOCIALE PROBLEMATIEK BIJ OUDEREN (OLPP)...................................................36
Bijlage 7: SF-12 vragenlijst.............................................................................................................................37
3
, OPDRACHT KLINISCH REDENEREN & ONDERZOEKEND
VERMOGEN.
CASUSBESCHRIJVING MEVROUW M.
Mevrouw M. (95) maakt midden februari een verhuizing mee van een normale PG 1 afdeling, naar een
PG+2 afdeling. Dit wordt gedaan in verband met het roepgedrag en de onrust van mevrouw. Op de
PG+ afdeling krijgt mevrouw de aandacht en begeleiding die ze nodig heeft, om zo mevrouw rustiger
te krijgen. Mevrouw maakt de eerste weken op de PG+ afdeling een opleving mee. Ze kan weer
lopen onder begeleiding en is continent voor urine en ontlasting. Mevrouw is de meeste dagen rustig
aanwezig en het roepgedrag komt alleen voor als de dag onrustig verloopt.
Mevrouw heeft een medische voorgeschiedenis van hyponatriëmie, slikstoornis, acuut reuma,
diabetes mellitus type 2, subklinische hypothyreodie, TIA 3, urineweginfecties en Alzheimer. Dit maakt
dat mevrouw last heeft van multimorbiditeit. De kans op minder goed functioneren neemt toe bij
multimorbiditeit. Ook zal de kans toenemen op complicaties van medische behandelingen,
ziekenhuisopname en sterfte (Schellevis & Wind, 2009).
Begin maart verandert de situatie binnen een dag. Mevrouw gaat binnen vier uur enorm achteruit.
Haar slikfunctie is verdwenen, elke beweging doet pijn en mevrouw slaapt continu. Na een aantal
onderzoeken te hebben uitgevoerd blijkt haar bloedsuikerspiegel te hoog(23,6 mmol/L). Ook zit er
een knobbel in mevrouw haar hals. De knobbel doet pijn bij aanraking. Een halfuur na het onderzoek
toont mevrouw Cheyne-Stokes ademhaling. De arts komt langs en verklaart mevrouw terminaal.
Mevrouw kan geen vocht, voeding en medicatie meer krijgen door haar verstoorde slikfunctie.
Mevrouw krijgt zo nodig morfine toegediend via een vleugelnaald.
Mevrouw heeft een decubitusplek ontwikkeld op haar hak en heeft een risico op decubitus op haar
stuit. Verder heeft mevrouw last van onrust en pijn. Familie vermoedt dat mevrouw angstig is, omdat
ze bekend is met angst gedurende haar gehele leven. Hier kreeg mevrouw ook veel medicatie voor.
Familie is erg betrokken bij mevrouw. Sinds mevrouw in een verpleeghuis zit, komt er iedere dag
iemand langs bij mevrouw. Vanaf het moment dat mevrouw terminaal is verklaard, is familie altijd
aanwezig geweest. Mevrouw was vroeger echt een gezelligheidsmens en was nooit alleen. Ze stond
altijd klaar voor iedereen en is erg geliefd. Mevrouw heeft zelf vier kinderen, waarvan twee zijn
overleden.
Mevrouw heeft in 2010 de diagnose Alzheimer gekregen. Door deze ziekte leeft mevrouw heel erg in
het verleden en is ze regelmatig bezorgd om haar kinderen.
Voor deze vrouw is gekozen omdat ik mevrouw haar contactverzorgende ben en erg betrokken ben
bij mevrouw. Het zorgplan wordt gemaakt voor de palliatieve fase met oog op comfort.
1
Psychogeriatrische afdeling
2
Psychogeriatrische afdeling met gedragsproblematiek.
3
Transient Ischaemic Attack: Tijdelijke afsluiting van een bloedvat in de hersenen
4