Een rood woord= begrip
Groene markering= volgende paragraaf
Geschiedenis samenvatting Hoofdstuk 1
Begrippen paragraaf 1:
Capitulatie: Overgave
Greenwichtijd: De tijd van de sterrenwacht van greenwich in londen, die op de hele wereld
als standaard voor de tijdzones gebruikt wordt.
La belle époque: De laatste 25 jaar voor de 1e wereldoorlog (letterlijk= Het mooie tijdperk).
Tijdzone: Gebied met de dezelfde tijd.
Vooruitgangsgeloof: Het idee dat het leven van de mensheid op den duur steeds beter
wordt.
Wereldoorlog: oorlog waarvan een groot aantal landen van verschillende werelddelen aan
meedoen.
Samenvatting paragraaf 1:
Om wirwar in tijden op te lossen hadden de Britten vanaf 1846 de stationsklokken
verbonden via telegraafdraden met elkaar. Ze konden zo de klokken gelijk zetten (Als
standaard namen ze de greenwichtijd). Toen de 1e wereldoorlog voorbij was noemden de
fransen de tijd (1840-1914) La belle époque (het mooie tijdperk).
Begrippen paragraaf 2:
Centralen: Duitsland, Oostenrijk en hun bondgenoten in de 1e wereldoorlog.
Defensie: Verdediging.
Front: Voorste gebied waar 2 legers tegenover elkaar liggen of waar gevochten wordt.
Geallieerden: Bondgenoten (In de 2e wereldoorlog de Vs, Groot-Brittannië, Frankrijk en
Rusland/Sovjet unie met hun bondgenoten.
Grote oorlog: 1e wereldoorlog.
Loopgraaf: Gang in de grond waarin soldaten beschermd zijn.
Militarisme: Verheerlijking van alles wat met het leger te maken heeft.
Mobilisatie: Het gevechtsklaar maken van het leger voor de oorlog.
Offensief: Aanval.
Oorlogsveteraan: Iemand die in de oorlog gevochten heeft.
Schlieffenplan: Het strijdplan waarmee Duitsland de 1e wereldoorlog begon.
Thuisfront: De steun voor het leger in het land.
Tweefrontenoorlog: Oorlog waarbij in twee gebieden tegelijk gevochten wordt.
Wapenwedloop: Strijd om het sterkste bewapend te worden.
Tijden paragraaf 2:
1892: Frankrijk en Rusland hadden afgesproken, als Duitsland een van hen aanvalt, de
andere Duitsland gaat aanvallen.
28 Juli 1914: Oostenrijk verklaarde de oorlog aan met Sarajevo.
4 Augustus 1914: Rusland sloot een wapenstilstand met Duitsland.
1917: De Vs stond aan de kant van de geallieerden en deed mee met de oorlog.
11 november 1918 om 11 uur: De Duitse regering tekende een wapenstilstand.
, Samenvatting paragraaf 2:
In 1892 hadden Frankrijk en Rusland afgesproken dat als Duitsland een van hen aanvalt,
dat de andere Duitsland ging aanvallen. Duitsland was een bondgenoot met Oostenrijk: De
Centralen. En daarom heen waren de geallieerden. In veel landen werd het leger
verheerlijkt, dit militarisme bevorde de oorlogsstemming in Europa. De grote landen hadden
enorme wapenvoorraden opgebouwd en nieuwe wapens ontwikkelt, door de wapenwedloop
was hun vernietigingskracht enorm toegenomen en daarom verwachten de grote landen dat
een oorlog maar kort zou duren. De moord op de Oostenrijkse kroonprins was een goede
aanleiding om met Rusland af te rekenen. Ze hadden jarenlang al een plan klaarliggen: Het
Schlieffenplan. Het plan ging als volgt; eerst zouden de Duitsers Frankrijk verrassen door
vanuit België de slecht verdedigde grens met Frankrijk over te trekken. En daarna konden
de troepen snel met Rusland afrekenen.
De grote Europese landen besloten daarom snel te mobiliseren toen de spanningen eind juli
1914 ineens hoog oplopen. Op 28 juli 1914 verklaarde Oostenrijk de oorlog aan met Servië
en daarna verklaarde Duitsland de oorlog aan met Frankrijk en Rusland. Op 4 augustus
1914 trok het Duitse leger België binnen, vanwege deze schending van de Belgische
neutraliteit verklaarde Groot-Brittannië de oorlog aan met Duitsland.
In het westelijke front kwam er 3 jaar geen beweging . Ze probeerde wel doorbraak te
forceren (Aanval van de Britten in 1946 bij de rivier de somme, zodra de Britten hun
loopgraven uitkwamen werden ze met machinegeweren neergemaaid). De soldaten leden
een groot deel van het jaar onder het alles doordringende vocht: handen en voeten stierfen
af. De loopgraven veroorzaakte een afschuwelijke stank en ze zaten vol met ratten en
luizen.
Met het Schlieffenplan wilden de Duitsers een 2-frontenoorlog voorkomen, maar die kregen
ze toch. In het oosten vochten ze samen met Oostenrijk tegen Rusland en in het westen
tegen de Fransen. Het ottomaanse rijk koos de kant van de centralen en Italië koos de kant
van de geallieerden. Ook de kolonies in Afrika en Azië en op de wereldzeeën werd er
gevochten, hierdoor werd het een echte wereldoorlog. In 1917 stortte Rusland aan het
oostfront in: volksopstanden en de soldaten sloegen aan de muizen. In december van 1917
slooten Rusland en Duitsland een wapenstilstand, daardoor kon Duitsland in maart 1918
een nieuwe offensief in het westen beginnen, maar de geallieerden waren toch sterker. In
1917 waren de Vs aan de geallieerde kant. De Britten hadden in 1916 de tank
geïntroduceerd. Ook in het Duitse thuisfront was er honger en gebrek ontstaan, omdat er
geen handel meer was. De keizer vluchtte naar Nederland en tekende de wapenstilstand om
11 uur op 11 november 1918.
Begrippen paragraaf 3:
Communisten: Revolutionaire, socialisten, aanhangers van Lenin die een maatschappij
zonder privébezit van de productiemiddelen nastreven.
Doema: Russische parlement.
Eenpartijstaat: Staat met een partij, die alle macht heeft.
Februarirevolutie: Democratische revolutie die in februari 1917 een eind maakt aan de
monarchie in rusland.
Geheime dienst: Overheidsdienst die in het geheim werkt om de staatsveiligheid te bewaken
Kremlin: Het Russische regeringscentrum in Moskou.
Oktoberrevolutie: Staatsgreep waarbij de communisten in Oktober 1917 in Rusland de
macht grepen:
Rode leger: Het communistische leger.
Groene markering= volgende paragraaf
Geschiedenis samenvatting Hoofdstuk 1
Begrippen paragraaf 1:
Capitulatie: Overgave
Greenwichtijd: De tijd van de sterrenwacht van greenwich in londen, die op de hele wereld
als standaard voor de tijdzones gebruikt wordt.
La belle époque: De laatste 25 jaar voor de 1e wereldoorlog (letterlijk= Het mooie tijdperk).
Tijdzone: Gebied met de dezelfde tijd.
Vooruitgangsgeloof: Het idee dat het leven van de mensheid op den duur steeds beter
wordt.
Wereldoorlog: oorlog waarvan een groot aantal landen van verschillende werelddelen aan
meedoen.
Samenvatting paragraaf 1:
Om wirwar in tijden op te lossen hadden de Britten vanaf 1846 de stationsklokken
verbonden via telegraafdraden met elkaar. Ze konden zo de klokken gelijk zetten (Als
standaard namen ze de greenwichtijd). Toen de 1e wereldoorlog voorbij was noemden de
fransen de tijd (1840-1914) La belle époque (het mooie tijdperk).
Begrippen paragraaf 2:
Centralen: Duitsland, Oostenrijk en hun bondgenoten in de 1e wereldoorlog.
Defensie: Verdediging.
Front: Voorste gebied waar 2 legers tegenover elkaar liggen of waar gevochten wordt.
Geallieerden: Bondgenoten (In de 2e wereldoorlog de Vs, Groot-Brittannië, Frankrijk en
Rusland/Sovjet unie met hun bondgenoten.
Grote oorlog: 1e wereldoorlog.
Loopgraaf: Gang in de grond waarin soldaten beschermd zijn.
Militarisme: Verheerlijking van alles wat met het leger te maken heeft.
Mobilisatie: Het gevechtsklaar maken van het leger voor de oorlog.
Offensief: Aanval.
Oorlogsveteraan: Iemand die in de oorlog gevochten heeft.
Schlieffenplan: Het strijdplan waarmee Duitsland de 1e wereldoorlog begon.
Thuisfront: De steun voor het leger in het land.
Tweefrontenoorlog: Oorlog waarbij in twee gebieden tegelijk gevochten wordt.
Wapenwedloop: Strijd om het sterkste bewapend te worden.
Tijden paragraaf 2:
1892: Frankrijk en Rusland hadden afgesproken, als Duitsland een van hen aanvalt, de
andere Duitsland gaat aanvallen.
28 Juli 1914: Oostenrijk verklaarde de oorlog aan met Sarajevo.
4 Augustus 1914: Rusland sloot een wapenstilstand met Duitsland.
1917: De Vs stond aan de kant van de geallieerden en deed mee met de oorlog.
11 november 1918 om 11 uur: De Duitse regering tekende een wapenstilstand.
, Samenvatting paragraaf 2:
In 1892 hadden Frankrijk en Rusland afgesproken dat als Duitsland een van hen aanvalt,
dat de andere Duitsland ging aanvallen. Duitsland was een bondgenoot met Oostenrijk: De
Centralen. En daarom heen waren de geallieerden. In veel landen werd het leger
verheerlijkt, dit militarisme bevorde de oorlogsstemming in Europa. De grote landen hadden
enorme wapenvoorraden opgebouwd en nieuwe wapens ontwikkelt, door de wapenwedloop
was hun vernietigingskracht enorm toegenomen en daarom verwachten de grote landen dat
een oorlog maar kort zou duren. De moord op de Oostenrijkse kroonprins was een goede
aanleiding om met Rusland af te rekenen. Ze hadden jarenlang al een plan klaarliggen: Het
Schlieffenplan. Het plan ging als volgt; eerst zouden de Duitsers Frankrijk verrassen door
vanuit België de slecht verdedigde grens met Frankrijk over te trekken. En daarna konden
de troepen snel met Rusland afrekenen.
De grote Europese landen besloten daarom snel te mobiliseren toen de spanningen eind juli
1914 ineens hoog oplopen. Op 28 juli 1914 verklaarde Oostenrijk de oorlog aan met Servië
en daarna verklaarde Duitsland de oorlog aan met Frankrijk en Rusland. Op 4 augustus
1914 trok het Duitse leger België binnen, vanwege deze schending van de Belgische
neutraliteit verklaarde Groot-Brittannië de oorlog aan met Duitsland.
In het westelijke front kwam er 3 jaar geen beweging . Ze probeerde wel doorbraak te
forceren (Aanval van de Britten in 1946 bij de rivier de somme, zodra de Britten hun
loopgraven uitkwamen werden ze met machinegeweren neergemaaid). De soldaten leden
een groot deel van het jaar onder het alles doordringende vocht: handen en voeten stierfen
af. De loopgraven veroorzaakte een afschuwelijke stank en ze zaten vol met ratten en
luizen.
Met het Schlieffenplan wilden de Duitsers een 2-frontenoorlog voorkomen, maar die kregen
ze toch. In het oosten vochten ze samen met Oostenrijk tegen Rusland en in het westen
tegen de Fransen. Het ottomaanse rijk koos de kant van de centralen en Italië koos de kant
van de geallieerden. Ook de kolonies in Afrika en Azië en op de wereldzeeën werd er
gevochten, hierdoor werd het een echte wereldoorlog. In 1917 stortte Rusland aan het
oostfront in: volksopstanden en de soldaten sloegen aan de muizen. In december van 1917
slooten Rusland en Duitsland een wapenstilstand, daardoor kon Duitsland in maart 1918
een nieuwe offensief in het westen beginnen, maar de geallieerden waren toch sterker. In
1917 waren de Vs aan de geallieerde kant. De Britten hadden in 1916 de tank
geïntroduceerd. Ook in het Duitse thuisfront was er honger en gebrek ontstaan, omdat er
geen handel meer was. De keizer vluchtte naar Nederland en tekende de wapenstilstand om
11 uur op 11 november 1918.
Begrippen paragraaf 3:
Communisten: Revolutionaire, socialisten, aanhangers van Lenin die een maatschappij
zonder privébezit van de productiemiddelen nastreven.
Doema: Russische parlement.
Eenpartijstaat: Staat met een partij, die alle macht heeft.
Februarirevolutie: Democratische revolutie die in februari 1917 een eind maakt aan de
monarchie in rusland.
Geheime dienst: Overheidsdienst die in het geheim werkt om de staatsveiligheid te bewaken
Kremlin: Het Russische regeringscentrum in Moskou.
Oktoberrevolutie: Staatsgreep waarbij de communisten in Oktober 1917 in Rusland de
macht grepen:
Rode leger: Het communistische leger.