[1]Brahn_Reehuis_Zwaartepunten_van_het_vermogensrecht.
pdf
Samenvatting: boek "Zwaartepunten van het
vermogensrecht"
Tilburg University | Rechtsgeleerdheid | Inleiding privaatrecht
,Brahn/Reehuis
Zwaartepunten van het vermogensrecht
De bronnen van de verbintenis
13.1 Verbintenis
323
Wat is een verbintenis?
324
Recht van de een op een prestatie waartoe de ander verplicht is. Een kenmerk van een verbintenis is
dat een persoon een recht op een prestatie door een andere persoon heeft, terwijl die ander
tegenover de eerste tot het verrichten van die prestatie is verplicht.
325
Vermogensrechtelijke relevantie. Een tweede kenmerk van een verbintenis is dat de onderlinge band
vermogensrechtelijk van aard is.
326
Definitie verbintenis. Een verbintenis is de vermogensrechtelijke verhouding tussen twee partijen
krachtens wekle de één – de schuldeiser (crediteur) – is gerechtigd tot een op het terrein van het
vermogensrecht liggende gedraging handelingsonbekwame de prestatie – waartie de ander – de
schuldenaar (debiteur) – is verplicht deze ten opzichte van hem te verrichten. Het recht van de
schuldeiser tegenover de schuldenaar tot het verrichten van de prestatie heet vorderingsrecht
(subjectief vermogensrecht). Van schuldenaar is rechtsplicht. De prestatie waartoe de schuldeiser is
gerechtigd en de schuldnaar is verplicht kan bestaan uit een geven, een doen of een niet-doen.
327
Een verbintenis kent een drietal elementen.
De kern van en verbintenis wordt gevormd door de combinatie van vorderingsrecht aan de actieve
zijde en schuld aan de passieve zijde.
De schuldeiser heeft de bevoegdheid zijn nalatige schuldenaar voor de rechter dagen. Dit is een
voorbeeld van een rechtsvordering ofwel een actie.De verplichting daartegenover: aansprakelijkheid.
Het recht geeft de schuldeiser de bevoegdheid een vonnis te executeren (ten uitvoer te leggen), dat
wil zeggen dat de schuldenaar die niet geodschiks aan het vonnis voldoet, daar kwaadschiks toe te
dwingen. De schuldeiser komt dus uiteindelijk een executie-recht toe. Daartegenover verplichting:
uitwinbaarheid.
Actieve kant (schuldeiserskant) Passieve kant
(schuldenaarskant)
A. Kern: 1a. Vorderingsrecht 2a. Schuld
B. Veroordelingsmogelijkheid: 1b. Rechtsvordering 2b. Aansprakelijkheid
C. Executiemogelijkheid: 1c. Executierecht 2c. Uitwinbaarheid
, 328
Een vorderingsrecht is een relatief recht. Relatief, omdat uitoefening slechts mogelijk is in relatie tot
één of meer bepaalde personen.
329
Verderingsrecht in ruime zin/verbintenis in enge zin. Ruime zin; men kijkt niet uitsluitend naar de
bevoegdheid van de schuldeiser, maar calculeert men direct het feit in dat geen bevoegdheid
denkbaar is zonder dat er van de andere zijde een verplichting tegenover staat.
330
Uitwinbaarheid en draagplicht
Uitwinbaar: indien schuldenaar niet vrijwillig aan zijn verplichting voldoet, moet hij toestaan dat de
schuldeiser berhaal zoekt op zijn vermogen.
Draagplicht. Iemand is draagplichtig, indien hij degen is die rechtens uiteindelijk de gevolgen van de
uitwinning in zijn vermogen behoort te voelen. Wie als debiteur aansprakelijk is en dientengevolge
ook uitwinbaar, is meestal ook draagplichtig.
331
Het verbintenissenrecht omvat de regels betreffende verbintenissen. Boek 6.
332
Verbintenis tegenover verbintenissenrecht. Het woorddeel recht in verbintenissenrecht doelt niet op
bevoegdheid (zoals in subjectief recht), maar is objectief recht, dat wil zeggen het geheel aan
geldende regels.
14.1 Inleiding
333
Ontstaan van verbintenissen. Voor de vraag naar de bronnen van een verbintenis vormt art. 6:1de
centrale bepaling: ‘Verbintenissen kunnen slechts ontstaan, indien dit uit de wet voortvloeit’.
14.2
334
Artikel 6:213 is een boorbeeld van een wettelijke bepaling die een bron van verbintenissen in het
leven roept. Een overeenkomst is een ‘meerzijdige rechtshandeling’, waarbij een of meer partijen
tegenover een of meer andere een verbintenis aangaan.
Verbintenissen kunnen slechts ontstaan, indien dit uit de wet voortvloeit.
335
De rechtsgevolgen van overeenkomsten zijn niet beperkt tot verbintenissen. De wet neemt in art.
6:213 de ‘verbintenis scheppende overeenkomst’ tot uitgangspunt. Een andere naam daarvoor is
‘obligatoire overeenkomst.’ Een obligatoire overeenkomst roept verbintenissen in het leven, de
liberatoire overeenkomst doet verbintenissen te niet.
336
Een overeenkomst is een rechtsfeit.
Samenvatting: boek "Zwaartepunten van het
vermogensrecht"
Tilburg University | Rechtsgeleerdheid | Inleiding privaatrecht
,Brahn/Reehuis
Zwaartepunten van het vermogensrecht
De bronnen van de verbintenis
13.1 Verbintenis
323
Wat is een verbintenis?
324
Recht van de een op een prestatie waartoe de ander verplicht is. Een kenmerk van een verbintenis is
dat een persoon een recht op een prestatie door een andere persoon heeft, terwijl die ander
tegenover de eerste tot het verrichten van die prestatie is verplicht.
325
Vermogensrechtelijke relevantie. Een tweede kenmerk van een verbintenis is dat de onderlinge band
vermogensrechtelijk van aard is.
326
Definitie verbintenis. Een verbintenis is de vermogensrechtelijke verhouding tussen twee partijen
krachtens wekle de één – de schuldeiser (crediteur) – is gerechtigd tot een op het terrein van het
vermogensrecht liggende gedraging handelingsonbekwame de prestatie – waartie de ander – de
schuldenaar (debiteur) – is verplicht deze ten opzichte van hem te verrichten. Het recht van de
schuldeiser tegenover de schuldenaar tot het verrichten van de prestatie heet vorderingsrecht
(subjectief vermogensrecht). Van schuldenaar is rechtsplicht. De prestatie waartoe de schuldeiser is
gerechtigd en de schuldnaar is verplicht kan bestaan uit een geven, een doen of een niet-doen.
327
Een verbintenis kent een drietal elementen.
De kern van en verbintenis wordt gevormd door de combinatie van vorderingsrecht aan de actieve
zijde en schuld aan de passieve zijde.
De schuldeiser heeft de bevoegdheid zijn nalatige schuldenaar voor de rechter dagen. Dit is een
voorbeeld van een rechtsvordering ofwel een actie.De verplichting daartegenover: aansprakelijkheid.
Het recht geeft de schuldeiser de bevoegdheid een vonnis te executeren (ten uitvoer te leggen), dat
wil zeggen dat de schuldenaar die niet geodschiks aan het vonnis voldoet, daar kwaadschiks toe te
dwingen. De schuldeiser komt dus uiteindelijk een executie-recht toe. Daartegenover verplichting:
uitwinbaarheid.
Actieve kant (schuldeiserskant) Passieve kant
(schuldenaarskant)
A. Kern: 1a. Vorderingsrecht 2a. Schuld
B. Veroordelingsmogelijkheid: 1b. Rechtsvordering 2b. Aansprakelijkheid
C. Executiemogelijkheid: 1c. Executierecht 2c. Uitwinbaarheid
, 328
Een vorderingsrecht is een relatief recht. Relatief, omdat uitoefening slechts mogelijk is in relatie tot
één of meer bepaalde personen.
329
Verderingsrecht in ruime zin/verbintenis in enge zin. Ruime zin; men kijkt niet uitsluitend naar de
bevoegdheid van de schuldeiser, maar calculeert men direct het feit in dat geen bevoegdheid
denkbaar is zonder dat er van de andere zijde een verplichting tegenover staat.
330
Uitwinbaarheid en draagplicht
Uitwinbaar: indien schuldenaar niet vrijwillig aan zijn verplichting voldoet, moet hij toestaan dat de
schuldeiser berhaal zoekt op zijn vermogen.
Draagplicht. Iemand is draagplichtig, indien hij degen is die rechtens uiteindelijk de gevolgen van de
uitwinning in zijn vermogen behoort te voelen. Wie als debiteur aansprakelijk is en dientengevolge
ook uitwinbaar, is meestal ook draagplichtig.
331
Het verbintenissenrecht omvat de regels betreffende verbintenissen. Boek 6.
332
Verbintenis tegenover verbintenissenrecht. Het woorddeel recht in verbintenissenrecht doelt niet op
bevoegdheid (zoals in subjectief recht), maar is objectief recht, dat wil zeggen het geheel aan
geldende regels.
14.1 Inleiding
333
Ontstaan van verbintenissen. Voor de vraag naar de bronnen van een verbintenis vormt art. 6:1de
centrale bepaling: ‘Verbintenissen kunnen slechts ontstaan, indien dit uit de wet voortvloeit’.
14.2
334
Artikel 6:213 is een boorbeeld van een wettelijke bepaling die een bron van verbintenissen in het
leven roept. Een overeenkomst is een ‘meerzijdige rechtshandeling’, waarbij een of meer partijen
tegenover een of meer andere een verbintenis aangaan.
Verbintenissen kunnen slechts ontstaan, indien dit uit de wet voortvloeit.
335
De rechtsgevolgen van overeenkomsten zijn niet beperkt tot verbintenissen. De wet neemt in art.
6:213 de ‘verbintenis scheppende overeenkomst’ tot uitgangspunt. Een andere naam daarvoor is
‘obligatoire overeenkomst.’ Een obligatoire overeenkomst roept verbintenissen in het leven, de
liberatoire overeenkomst doet verbintenissen te niet.
336
Een overeenkomst is een rechtsfeit.