De burgemeester als verlengstuk
van het OM
Over cumulatie van strafvervolging en woningsluiting ex artikel
13b van de Opiumwet in het licht van het ne bis in idem – en
evenredigheidsbeginsel
M. El-Shebiny
S1535005
14 oktober 2019
ILS- Rechtshandhaving in domeinoverstijgend perspectief
Groep 2- De aanpak van ernstige vormen van overlast
Universiteit Leiden
Aantal woorden: 2200
1
, 1. Inleiding
1.1 Het sluiten van drugspanden: joint venture
Burgemeesters hebben op grond van artikel 13b Opiumwet (hierna: Opw) de
bevoegdheid om woningen waaruit drugs wordt verhandeld voor (on)bepaalde
tijd te sluiten.1 Om de toenemende drugsoverlast te bestrijden is de afgelopen
jaren veelvuldig gebruik gemaakt van deze sluitingsbevoegdheid. 2 Naast de
sluitingsbevoegdheid wordt de overtreder vaak ook geconfronteerd met
strafrechtelijke vervolging. Indien de woningsluiting uitsluitend een punitief
karakter heeft, kan het strafrechtelijk vervolgen van de verdachte op gespannen
voet komen te staan met het ne bis in idem – en evenredigheidsbeginsel. 3
In deze paper staat de volgende onderzoeksvraag centraal: Onder welke
omstandigheden wordt cumulatie van strafvervolging met het sluiten van
drugspanden door de burgemeester ex artikel 13b Opw in het licht van het ne
bis in idem – en evenredigheidsbeginsel aanvaardbaar geacht? Daarnaast wordt
getracht een oplossing te vinden om tot een betere afstemming te kunnen
komen tussen de burgemeester en het Openbaar Ministerie (hierna: het OM).
Aangezien de sluitingsbevoegdheid met de wetswijziging in 2007 is uitgebreid
naar woningen, heb ik mij voornamelijk beperkt tot het analyseren van
jurisprudentie en literatuur die na 2007 zijn gepubliceerd.
Allereerst zal ik ingaan op de vraag of de sluitingsbevoegdheid van artikel 13b
Opw kan worden aangemerkt als een criminal charge (hoofdstuk 2). Ten tweede
wordt onderzocht of de toepassing van deze sluitingsbevoegdheid een mogelijk
vervolgingsbeletsel voor het OM creëert (hoofdstuk 3). Hierbij spelen zowel het
ne bis in idem – als evenredigheidsbeginsel een grote rol. Ten derde wordt
bezien hoe de afstemming tussen de burgemeester en het OM vorm moet
worden gegeven teneinde tot een evenredige bestraffing te kunnen komen
(hoofdstuk 4). Er wordt besloten met een conclusie (hoofdstuk 5).
2. Het sluiten van drugspanden: spierballenvertoning of herstel van de
rust?
2.1 De Öztürk-criteria in vogelvlucht
1
R. Salet & H. Sackers, ‘Spanningen tussen de bestuurlijke en strafrechtelijke aanpak
van criminaliteit’,
NJB 2019/766, p. 2.
2
‘Rotterdam sloot vorig jaar 108 drugspanden’, metronieuws.nl 16 mei 2019. Zie ook
‘Burgemeester Buma sluit
drugspand, de achttiende voor Leeuwarden’, lc.nl 19 september 2019. Zie verder H.
Biemond, ‘Burgemeester
Katwijk sluit drugspanden’, leidschdagblad.nl 4 oktober 2018.
3
M. Schaap, ‘Het zwaard van Damocles: burgemeesters wil is wet. Over het punitieve
karakter van een
bestuursrechtelijke herstelsanctie’, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2018, p. 68.
2
van het OM
Over cumulatie van strafvervolging en woningsluiting ex artikel
13b van de Opiumwet in het licht van het ne bis in idem – en
evenredigheidsbeginsel
M. El-Shebiny
S1535005
14 oktober 2019
ILS- Rechtshandhaving in domeinoverstijgend perspectief
Groep 2- De aanpak van ernstige vormen van overlast
Universiteit Leiden
Aantal woorden: 2200
1
, 1. Inleiding
1.1 Het sluiten van drugspanden: joint venture
Burgemeesters hebben op grond van artikel 13b Opiumwet (hierna: Opw) de
bevoegdheid om woningen waaruit drugs wordt verhandeld voor (on)bepaalde
tijd te sluiten.1 Om de toenemende drugsoverlast te bestrijden is de afgelopen
jaren veelvuldig gebruik gemaakt van deze sluitingsbevoegdheid. 2 Naast de
sluitingsbevoegdheid wordt de overtreder vaak ook geconfronteerd met
strafrechtelijke vervolging. Indien de woningsluiting uitsluitend een punitief
karakter heeft, kan het strafrechtelijk vervolgen van de verdachte op gespannen
voet komen te staan met het ne bis in idem – en evenredigheidsbeginsel. 3
In deze paper staat de volgende onderzoeksvraag centraal: Onder welke
omstandigheden wordt cumulatie van strafvervolging met het sluiten van
drugspanden door de burgemeester ex artikel 13b Opw in het licht van het ne
bis in idem – en evenredigheidsbeginsel aanvaardbaar geacht? Daarnaast wordt
getracht een oplossing te vinden om tot een betere afstemming te kunnen
komen tussen de burgemeester en het Openbaar Ministerie (hierna: het OM).
Aangezien de sluitingsbevoegdheid met de wetswijziging in 2007 is uitgebreid
naar woningen, heb ik mij voornamelijk beperkt tot het analyseren van
jurisprudentie en literatuur die na 2007 zijn gepubliceerd.
Allereerst zal ik ingaan op de vraag of de sluitingsbevoegdheid van artikel 13b
Opw kan worden aangemerkt als een criminal charge (hoofdstuk 2). Ten tweede
wordt onderzocht of de toepassing van deze sluitingsbevoegdheid een mogelijk
vervolgingsbeletsel voor het OM creëert (hoofdstuk 3). Hierbij spelen zowel het
ne bis in idem – als evenredigheidsbeginsel een grote rol. Ten derde wordt
bezien hoe de afstemming tussen de burgemeester en het OM vorm moet
worden gegeven teneinde tot een evenredige bestraffing te kunnen komen
(hoofdstuk 4). Er wordt besloten met een conclusie (hoofdstuk 5).
2. Het sluiten van drugspanden: spierballenvertoning of herstel van de
rust?
2.1 De Öztürk-criteria in vogelvlucht
1
R. Salet & H. Sackers, ‘Spanningen tussen de bestuurlijke en strafrechtelijke aanpak
van criminaliteit’,
NJB 2019/766, p. 2.
2
‘Rotterdam sloot vorig jaar 108 drugspanden’, metronieuws.nl 16 mei 2019. Zie ook
‘Burgemeester Buma sluit
drugspand, de achttiende voor Leeuwarden’, lc.nl 19 september 2019. Zie verder H.
Biemond, ‘Burgemeester
Katwijk sluit drugspanden’, leidschdagblad.nl 4 oktober 2018.
3
M. Schaap, ‘Het zwaard van Damocles: burgemeesters wil is wet. Over het punitieve
karakter van een
bestuursrechtelijke herstelsanctie’, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2018, p. 68.
2