Hfd 6 : Bot
1. Inleiding
• = specialiserende vorm van bindweefsel
• =trek- en drukbestendig
• Bestaat uit collagene fibrillen, anorganische kalkzouten en water, cellen en
bloedvaten
• Samengesteld uit cellen en intercellulair materiaal dat verkalkt is
o Osteoblasten: (botvormende cellen), die de organische componenten
v/d botmatrix produceren
o Osteocyten: (volwassen botcellen), die in holten (lacunae) v/d
botmatrix liggen
o Osteoclasten: (botafbrekende cellen), grote multinucleaire cellen die
bot kunnen afbreken
• osteoblasten en osteoclasten liggen aan de rand v/h botweefsel, osteocyten
opgenomen i/d botmatrix
• vascularisatie via canaliculi (= dunne kanaaltjes )
2. Botcellen
2.1. Osteoblasten
• Ontstaan uit osteoprogenitorcellen die voorkomen i/h endost en periost
• Gaan collageen, proteoglycanen en glycoproteïne aanmaken
• Exclusief aan het opp van botweefsel
o Aaneengesloten rijen (epitheliumachtige organisatie,
osteoblstenzoom)
• Kenmerken:
o Veel RER
o Goed ontwikkeld golgi-complex
• Actieve osteoblasten
o Cuboidale tot cylindrische vorm
o Synthese van export proteïnen
o Gepolariseerde cellen
▪ Secretie van matrix componenten aan het celopp in contact
met de botmatix => osteoïd (=heldere zone met daarin nieuwe
onverkalkte botmatrix=> matrixsynthese toeneemt tot het vol
is => vorming osteocyt(-> komen i/d lacunae))
▪ Gelijktijdig= Afzetten van calciumzouten
• Passieve osteoblasten
o Afgeplat uiterlijk
o =botrandcellen of grensvlakcellen
o Kunnen geactiveerd worden
• Contact met osteocyten en grensvlakcellen door cytoplasmatische uitlopers
1
, Priscillia Angela Cosentino
2.2. Osteocyten
• = volwassen botcellen die uit osteoblasten ontstaan en die i/d lacunae v/d
verkalkte botmatrix liggen
• Vanuit deze holten lopen door bot caniculi
o Staan in contact met gap junctions ➔Voor molecule transport
• Kleine hoeveelheid extracellulair substantie tss de osteocyt en de matrix
• Kenmerken:
o Weinig RER
o Klein golgi- complex
o Afgeplatte kern ( meer gecondenseerd chromatine)
• Functie:
o Onderhoud v/d botmatrix
o Remodellering via gewijzigde vloeistofstroom i/d caniculi
waargenomen door de osteocyten
2.3. Osteoclasten
• = grote, meerkernige cellen met een onregelmatige vorm
• Ontstaan onder invloed van macrofaagstimulerende factor en
receptoractivator
• Fusieproces wordt beïnvloedt door stoffen die door osteoblasten of
osteocyten uitgescheiden worden
• Beweeglijke cellen => bot kunnen afbreken en liggen tegen botrand , soms in
een uitholling die ontstaat doordat ze matrix wegvreten = lacune van
Howship
• Kenmerken:
o Polyribosomen
o RER
o Goed ontwikkeld Golgi-complex
o Talrijke mitochondriën
• Ruffled border: onregelmatig en geplooid
o Gevormd door Organelvrije zone met veel actine filamenten (hechting
aan het bot via integrines)
o Zo ontstaat Vormeen afgesloten ruimte = subosteoclastcompartiment
(tss ruffled border en botopp)
• actieve osteoclast:
o cytoplasmatische kant v/ ruffled border komen veel lysosomen en
exocytoseblassjes voor
▪ zorgt voor uitscheiding van collagenase en ionen i/h
subosetoclastcompartiment
o collageen afgebroken en calciumzouten opgelost
o via endocytose worden de degradatieproducten opgenomen en
verder afebroken tot aminozuren, mono-disachariden
o activering geregeld door: cytokines ( gesecreteerd door osteoblasten)
en hormonen ( calcitonnines)
2