7. kraakbeen
1. Inleiding
• kraakbeen = chondrocyten (cellen) en extensieve extracellulaire matrix
(vezels en grondsubstantie)
• Chondrocyten: synthetiseren en secreteren de extracellulaire matrix
=> liggen in holten van de matrix (lacunae)
• Kraakbeenmatrix :
o Collageen
o Hyaluronzuur
o Proteoglycanen
o Glycoproteïnen (kleine hoeveelheid)
• In elastisch kraakbeen = elastine
• De veerkracht van de kraakbeenmatrix berust op
(1) electrostatische bindingen tussen:
• Collagene vezels
• GAG zijketens v/h centrale eiwit v/d proteoglycanen
(2) Het vasthouden van water door de (-) geladen GAG ketens v/d
proteoglycanen
(3) De buigbaarheid en onderlinge verschuifbaarheid van collagene
vezels.
• Vormen van kraakbeen:
(1) Hyalien kraakbeen (met collageen)
(2) Elastisch kraakbeen (collageen en elastine)
(3) Vezelig kraakbeen → in regio’s s onderhevig aan druk- en
trekkrachten (dens netwerk van type I collageen vezels)
• Kraakbeen is avasculair en wordt gevoedt door omliggende weefsels
o diffusie uit capillairen in het perichondrium (aanliggend BW)
o synoviaal vocht van gewrichtholtes
• Perichondrium= kapsel van dicht BW dat het kraakbeen bijna overal
omsluit (maar niet op de gewrichtsoppervlakken)
o bevat
▪ vasculair systeem
▪ zenuwen
▪ lymphatische vezels
• Gewrichtskraakbeen heeft geen perichondrium => voeding via de
synoviale vloeistof
2. Hyalien kraakbeen
• Waar?
(1) In de articulaire oppervlakten van beweegbare gewrichten
(2) in de wand van de ademhalingswegen
(3) Ventrale uiteinden van de ribben
(4) in de epifysaire schijven
(5) Embryonaal tijdelijk skelet
1
, Priscillia Angela Cosentino
• kraakbeenmatrix
Tot 40% collageen (collageen type II)
o Ingebed in een sterk gehydrateerde grondsubstantie van
proteoglycanen en structurele glycoproteïnen
• De proteoglycanen bevatten vooral volgende GAG:
o choindroïtine 4-sulfaat
o choindroïtine 6-sulfaat
o keratansulfaat
▪ covalent gebonden op een centraal eiwit (as-eiwit)
• Tot 200 van dergelijke proteoglycanen worden niet-covalent
gebonden aan lange molecules van hyaluronzuur
o proteoglycaanaggregaten gaan een electrostatische binding
aan met collageen
• De grote hoeveelheid water (gebonden aan de (-) GAG werkt als een
schokbreeker (biomechanische veer)
• Structurele glycoproteïne: Chondronectine
o bindt specificiek aan GAG en collageen
o bevordert de hechting van de chondrocyten aan de
• extracellulair matrix
o de kraakbeen matrix rond chondrocyten is:
▪ rijk aan GAG
▪ arm aan collageen
• omgevende zone = territoriale matrix of
kraakbeenhof verderaf interterritoriale matrix
(meer collageen aanwezig)
2.1 Perichondrium
• Behalve op de gewrichtsoppervlakken is hyalien kraakbeen aan de
buitenzijde omgeven door een laag van dicht bindweefsel
(perichondrium)
o essentieel voor de groei en het in stand houden v/h kraakbeen
o rijk aan collageen
o bevat cellen die op fibroblasten lijken die kunnen
differentiëren tot chondroblasten en chondrocyten
2.2 Chondrocyten
• Aan de buitenkant van hyalien kraakbeen:
o jonge chondrocyten met een afgeplatte, elliptische vorm
▪ hun lengte as parallel aan het oppervlak
• Verder naar binnen toe:
o bolvormig
o in groepjes tot 8 cellen (chondronen)
▪ isogene groepen (afkomstig via mitotische deling van
één enkele chondrocyt)
• De chondrocyten vullen de lacuna volledig
o ze synthetiseren collageen
o ze synthetiseren matrix molecules (proteoglycanen,
hyaluronzuur en chondronectine)
• Ze bevatten een RER, GC, glycogeenkorrels, vetdruppels
2