100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Samenvatting Qualitative Methods

Rating
-
Sold
3
Pages
48
Uploaded on
02-07-2021
Written in
2020/2021

Uitgebreide samenvatting van alle hoorcolleges van Qualitative Methods + besproken literatuur, voorbeelden, tabellen en figuren. Tentamencijfer: 9.6

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
July 2, 2021
Number of pages
48
Written in
2020/2021
Type
Class notes
Professor(s)
Dr. jfa braster
Contains
All classes

Subjects

Content preview

Lecture 1: Interpretative frameworks and assumptions

Interpretatieve frameworks zijn sets van filosofische aannames.

Filosofische aannames: ontologie, epistemologie, axiologie en methodologie
● Ontologie
○ De studie van de aard van de realiteit.
○ Wat is de aard van de realiteit?
- wat is de aard van de samenleving? (materieel (Karl Marx), of in onze
gedachten; cognitief (Foucault; woorden en machtsstructuren).
- is er één realiteit of zijn er meerdere realiteiten?
○ Dominant view in Qualitative Research: meerdere realiteiten.

● Epistemologie
○ Aard van kennis.
○ Wat telt als kennis?
- is wetenschappelijke kennis beter? of expert kennis? of kennis van de
‘echte’ mensen?
- welke kennisclaims zijn valide en hoe worden deze gerechtvaardigd?
○ Dominant view in Qualitative Research: kennis is gebaseerd op de
subjectieve ervaringen van mensen (daarom moet je dicht bij de mensen in
het veld komen).

● Axiologie
○ De studie van waarden.
○ Wat is de rol van waarden in onderzoek? (bijv. hiërarchie, duurzaamheid,
macht).
○ Verschillende views in Qualitative Research:
■ Creswell over de dominante axiologie in QR: onderzoek is met waarde
beladen, onderzoekers moeten hun waarden uitleggen en reflecteren
op hoe dit hun resultaten kan beïnvloeden.
■ Post-positivisten: onderzoekers moeten objectief zijn, hun waarden
onderzoek niet laten beïnvloeden, daarom rigoureuze methoden van
onderzoek gebruiken.

● Methodologie
○ De studie van onderzoeksprocedures en -methodes.
○ Views in Qualitative Research:
■ Varieert van inductief tot deductief.
- Inductief: observaties → patronen → hypothesen →
theorie.
- Deductief: theorie → hypothesen → observaties →
bevestiging.
■ Bestuderen van topic in context.
■ Emergent onderzoeksontwerpen (in de context kan het zijn dat het
initiële plan niet werkt, je moet je plan veranderen bijv. deelnemers
willen niet geïnterviewd worden, dan observeer je ze..

,Interpretative frameworks
● Zijn sets van filosofische aannames!
● Vormen het kader voor de onderzoeksbenadering.
● Creswell & Poth:
○ Postpositivisme
○ Sociaal constructivisme
○ Postmodern
○ Pragmatism
○ Critical theory
● Samenvatting tabel 2.3!!

Framework: postpositivism
● Ontologie
○ Er bestaat 1 enkele realiteit, out there, buiten jezelf.
○ Onderzoekers begrijpen het misschien niet helemaal perfect.
● Epistemologie
○ Realiteit kan enkel worden benaderd.
○ Het wordt onthult (het was er dus al, out there, voordat we het sociaal hebben
geconstrueerd) door statistiek en onderzoek.
○ Beperken van interactie met onderzoekssubjecten (je wilt geen bias van hun
overnemen, je wilt niet meerdere realiteiten).
○ Validiteit komt van peers, niet van deelnemers (valide kennis is van
wetenschappers, niet van de ‘gewone’ mensen).
● Axiologie
○ Onder controle houden van biases van onderzoeker.

, ○ Er is geen noodzaak om biases uit te leggen (omdat ze onder controle
worden gehouden).
● Methodologie
○ Rigoureuze wetenschappelijke methoden zijn belangrijk.
○ Deductief (starten vanuit theorie; de kennis van peers).

Framework: social constructivism
● Ontologie
○ Er bestaan meerdere realiteiten, die worden geconstrueerd door onze
geleefde ervaringen en interacties met anderen.
● Epistemologie
○ Belangrijk om te begrijpen hoe mensen hun realiteit construeren ipv het
begrijpen van feiten (omdat mensen handelen op basis van hun interpretatie
van de realiteit, niet op basis van feiten; bijv. politieke leider verwacht aanval
en zal geld uitgeven aan wapens, ook al komt er niet echt een aanval).
○ Kennis over de realiteit wordt samen geconstrueerd door onderzoeker en
deelnemer.
● Axiologie
○ Individuele waarden worden gehonoreerd en er wordt over onderhandeld
door individuen onderling (in sociale interactie).
● Methodologie
○ Gericht op reconstrueren van subjectieve mening van de
deelnemers/subjecten.
○ Inductief en emergent.

Framework: postmodernism
● Ontologie
○ Er zijn meerdere realiteiten.
○ Realiteit wordt gedefinieerd door onze ervaringen EN concepten; er is geen
realiteit hier voorbij (geen brute feiten) (lijkt op sociaal constructivisme, maar
gaat dus nóg een stap verder hierin).
- bijv. een scherm voor je is niet dé realiteit, je kunt er verschillend naar
kijken; als glas, als pixels, moleculen, etc. De realiteit die het ‘scherm’
centraal staat, is geframed door het concept ‘scherm.’ Het is dus niet
dé enige realiteit.
● Epistemologie
○ Kennis wordt gedefinieerd door concepten, iemands positie en
machtsstructuren (bijv. verboden om etniciteit op te nemen bij arrestatie
vanwege machtsstructuren, daarom weten we het niet; neoliberale view
(marktwerking) is dominant, moeilijk om kennis te ontwikkelen die hiertegen
is).
○ De waarheid is relatief, hangt af van bepaald referentiekader.
○ Er zijn dus meerdere manieren van ‘weten’.
● Axiologie
○ Respect voor veelvoudige waardesystemen (inheemse waarden).
○ Maar: waarden moeten worden geproblematiseerd en ondervraagd (want er
is geen absolute waarheid of beste waarde).
● Methodologie

, ○ Betwisten van methodes (omdat methodes eigen concepten hebben die
leiden tot een bepaalde uitkomst, terwijl er eigenlijk geen absolute waarheid
is).
○ Transparantie benadrukken door zorgen te markeren (zodat anderen
begrijpen wat je hebt gedaan, welke concepten en aannames er zijn gebruikt
en hoe dit heeft geleid tot de uitkomst).
Oftewel: niet denken in absolute waarheid, want die is er niet. “Absolute waarheid” is
gewoon iemands perspectief, terwijl er ook andere perspectieven zijn!
Risico is als je te ver gaat er geen waarheden meer zijn, waardoor lekenkennis gelijk wordt
gesteld aan wetenschappelijke kennis.

Social constructionism: dingen (zoals boeken, geld, naties) zijn niet ‘echt’ van zichzelf, ze
bestaan alleen omdat wij ze betekenis geven door sociale interactie.
Weak social constructionism (social constructivism) Strong social constructionism (postmodernism)

Sociale constructen zijn afhankelijk van ‘brute facts’: De hele realiteit is afhankelijk van taal en sociale
basis en fundamenteel, niet afhankelijk van andere gewoonten, alle kennis is een sociaal construct. Er zijn
feiten. Kan niet worden verklaard door iets anders. geen brute facts; er zijn geen feiten die ‘gewoon’
bestaan, wij hebben ze geconstrueerd.

Institutional facts zijn wel afhankelijk van andere feiten, Verklaart realiteit door de gedachten van mensen, niet
zoals geld dat wij waarde hebben gegeven. door fundamentele ‘brute facts’.
Kritiek op social constructionism: geen aandacht voor het effect van natuurlijke
fenomenen op de samenleving, lastig om deze fenomenen te verklaren omdat ze niet
afhankelijk zijn van woorden of sociale interactie.

Framework: transformative/postmodern
Creswell & Poth verenigen transformative en postmodern (tabel 2.3)
Transformative: doel is om de samenleving te transformeren (emancipatoir).
● Ontologie
○ Er zijn meerdere realiteiten.
○ Realiteit wordt gedefinieerd door interactie onderzoeker/gemeenschappen.
● Epistemologie
○ Kennis is niet neutraal, wordt beïnvloed door machtsstructuren.
○ Kennis wordt samen geconstrueerd door onderzoeker en deelnemers.
● Axiologie
○ Respect voor veelvoudige waardesystemen (inheemse waarden).
○ Waarden moeten worden geproblematiseerd en ondervraagd (in interactie
onderzoeker en deelnemer; kennis van de onderzoeker is niet superieur).
● Methodologie
○ Methodes moedigen participatie van de onderzoekssubjecten aan, reflectie
op methodes en maatschappelijke vraagstukken, en maatschappelijke
verandering.

Framework: pragmatism
● Ontologie
○ ‘Realiteit? Whatever’.
○ Geen toewijding aan bepaalde view op realiteit.

Available practice questions

$13.54
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
erasmusuniversitysummaries Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
253
Member since
4 year
Number of followers
137
Documents
58
Last sold
1 week ago

4.2

29 reviews

5
11
4
14
3
3
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions