H1: Psychologie als wetenschap
Psychologie houdt zich bezig met wat binnenin (innerlijke psyche) de mens speelt, en zijn
gedragingen, en zijn interactie met de context waarin hij leefde en leeft.
1. Kenmerken van wetenschap
- Domein
Domein psychologie is de mens, elke psychologische stroming heeft een eigen verschillend
onderzoeksdomein uitgekozen.
Bv. Behaviorisme bestudeerde het observeerbaar gedrag (er bestaat voor hen geen psyche),
terwijl de cognitieve psychologen problemen probeerden te verklaren vanuit hinderlijke
denkpatronen.
- Hypothesen en theorieën
Elke wetenschap steunt hierop. Een theorie is opgebouwd uit getoetste stellingen en
inzichten, bij voorkeur de causale verbanden, die hiërarchisch zijn geordend. Hypothesen en
theorieën hangen samen met een bepaald gebied van de werkelijkheid.
Bv. Het behaviorisme bood ons de theorieën over de klassieke en operante conditionering,
de evolutie theorieën steunde op de theorieën van Charles Darwin,..
- Reductie
Elke wetenschap is strikt genomen een vereenvoudiging op de werkelijkheid.
Bv. Niet: Welk effect heeft corona op de mens?, Wel: Welk effect heeft corona op de
studieresultaten van jongeren?, H2O
- Intersubjectieve overeenstemming
Met intersubjectief wordt bedoeld dat iets geldig of waar is voor (binnen) een groep mensen
onderling. Binnen elke groep is men het onderling over eens dat een aantal teksten,
opvattingen, gebeurtenissen etc. waar en echt zijn.
Bv. De diverse wereldgodsdiensten: de christenen geloven in Jezus en de Bijbel, de moslims
in Allah en de Koran.
- Formulering
De wetenschap is zo ondubbelzinnig mogelijk geformuleerd, daarvoor beschikt elke
wetenschap over een vaktaal, een eigen jargon.
Intelligentiequotiënt: drie manieren om te omschrijven wat intelligentie is
1: een verbale/ intuïtieve manier, intelligentie is de totaliteit van alle cognitieve processen.
2: functionele omschrijving, meerdere intelligenties die ontwikkelbaar zijn.
3: psychometrische/ operationele beschrijving, intelligentie is wat gemeten word door
intelligentietesten.
Bv. In de psychologie: oedipuscomplex, IQ, psychose, attributiefout, conformeren,…
, - Voortgang
Elke wetenschap maakt onmiskenbaar een evolutie door. Een wetenschap die niet meer
vooruitgaat, is dood.
→ 1: Paradigma’s volgen elkaar op: Een paradigma is een stelsel met elkaar
samenhangende wetenschappelijke visies, theorieën, begrippenkaders en
onderzoeksmethoden. Een paradigma is een referentiekader dat bepaalt welke de
belangrijke vragen zijn en hoe daarvoor een oplossing kan worden gevonden.
Bv. Vroeger ging men er vanuit dat de zon rond de aarde draait en nu weet men dat
de aarde rond de zon draait, bij de oude visie stond de mens centraal, nu dus niet
meer; dit is een ander referentiekader. (Een referentiekader: welke vragen zijn er en hoe
moeten we die)
→ 2: cyclische voortgang: vertrekkend vanuit concreet waargenomen feiten, komt een
onderzoeker tot het formuleren van algemene hypothesen. Die probeert hij
vervolgens te toetsen/ controleren in onderzoeksopzetten, zoals bv experimenten.
Als hieruit blijkt dat de hypothese klopt, kan die worden opgenomen in een theorie,
waaruit weer nieuwe onderzoeksvragen en hypothesen kunnen voortvloeien.
Bv. Recente onderzoeken naar optimisme, geluk, sociale steun en gezondheid
- Kritisch
Alle wetenschappen, ook psychologie worden kritisch opgebouwd. Dit betekent dat men zich
afvraagt of het verzamelde feitenmateriaal niet gekleurd is door subjectieve
vooronderstellingen en verwachtingen. Pas als men (een panel van
wetenschappers/onderzoekers) tot een intersubjectieve overeenstemming komt, worden de
conclusies geaccepteerd binnen de wetenschap.
- Mensbeeld & filosofisch gedachtegoed
Elke wetenschap impliceert een mens- en wereldbeeld, een visie, een levensbeschouwing is
ofwel onderliggend bij het formuleren van nieuwe paradigma of vloeit als een onlosmakelijke
conclusie voort uit de opgebouwde theorieën. Ortho: normalisatie, integratie, inclusie >
gelijkheid.
→ Het organisch mensbeeld: mens 1 geheel, waarbij de samengestelde elementen
elkaar beïnvloeden, organismes zijn meer dan enkel de som van de delen, geen
lineaire relatie tussen oorzaak en gevolg.
Bv. Gestaltepsychologie en het systeemdenken
→ Een mechanistisch mensbeeld: mens vergelijken met machine, samengesteld uit
afzonderlijke delen met bepaalde eigenschappen, het geheel is de som van de delen,
gevolgen vloeien rechtstreeks voort uit oorzaken.
Bv. Behaviorisme
→ Een personalistisch mensbeeld: mens is uniek, scheppers van cultuur en geven zelf
zin aan hun leven. Nadruk ligt op zingeving, waarden en doelgericht handelen.
Bv. Humanisme, oosterse filosofie