Essay Staatsrecht B2 (eerste semester)
De ontwikkeling van het
legaliteitsbeginsel
Naam:
Studentnummer:
Vak: Staatsrecht
Werkgroep: 7
Tijdstip: 8:45-10:30(donderdag)
Docent: Mr. S.P. Poppelaars
Inlever datum: 07-10-2013
,Inhoudsopgave
Introductie van het legaliteitsbeginsel (§1) pagina 3
Plaatsen in de Grondwet en de functies (§2) pagina 3
Eerste jurisprudentie (§3) pagina 4
De leer uit het Rogge- arrest (§4) pagina 4
Overheidshandelen in de zin van het Fluoriderings- arrest (§5) pagina 5
Methadonbrief- arrest, Leidraad- arrest en de Wet RO (§6) pagina 5
Codificatie? (§7) pagina 6
Conclusie (§8) pagina 6
Literatuurlijst pagina 7
Jurisprudentielijst pagina 8
2
, 1. Introductie van het legaliteitsbeginsel
1
„Elk overheidsoptreden moet berusten op een voorafgaande algemene regeling.‟ „Elk
overheidsoptreden moet berusten op een algemene, d.w.z. voor herhaalde toepassing vatbare regel,
2
hetzij krachtens attributie, hetzij krachtens delegatie vastgesteld.‟ „De wet moet afkomstig zijn van
3
een tot het geven van die wet door attributie of delegatie bevoegd orgaan.‟ Slechts een kleine greep
uit de verschillende definities van het legaliteitsbeginsel die worden gebruikt in het Nederlandse
4
juridische onderwijs. En zo blijkt, een van de a-b-c‟tjes van het recht, het beginsel van legaliteit. Op
het eerste gezicht lijkt het legaliteitsbeginsel te duiden op een eenvoudig uitgangspunt, maar in feite is
dit veel omvangrijker en gecompliceerder. Al bij een globale beschouwing van de literatuur met
betrekking tot het legaliteitsbeginsel, valt op dat wetenschappers het onderling niet eens zijn over het
5
antwoord op de vraag wat dit beginsel precies inhoudt en hoever het reikt of zou moeten reiken. Ook
6
voor juristen is het legaliteitsbeginsel geen comfortzone. Als een van de elementen van het
7
rechtsstaatprincipe , baart dit mij zorgen. Het legaliteitsbeginsel is grotendeels ongeschreven en
8
daardoor moeilijk grijpbaar. Tastbaar wordt het beginsel pas in de rechtspraak.
In dit essay bespreek ik aan de hand van de (Grond)wet en bepalende jurisprudentie de ontwikkeling
die het legaliteitsbeginsel heeft doorgemaakt. Het helpt om verschillende vragen die het beginsel
opwerpt te onderscheiden. Eerst zal ik beknopt doornemen wat de functie van het legaliteitsbeginsel
inhoudt, hierbij bespreek ik de Nederlands (Grond)wet en maak ik een vergelijking met andere
Europese landen. Daarnaast ga ik in op bepalende arresten. Tijdens de bespreking analyseer ik de
betekenis van deze arresten voor het legaliteitsbeginsel in het Nederlandse recht. Ten slotte stel ik
een mogelijke oplossing ter discussie voor het ongrijpbare en ontastbare karakter van het
legaliteitsbeginsel.
2. Plaats in de Grondwet en de functies
Ongeschreven uitgangspunt van de Grondwetten van 1814 en 1815 is dat de overheid bij de
taakuitoefening is gebonden aan het recht en dat de overheid aIleen de vrijheid van burgers kan
9
beperken volgens (grond)wettelijke regels. Het legaliteitsbeginsel kent als uitgangspunt van de
staatsrechtelijke ordening nauwelijks grondwettelijke verankering, maar werkt als ongeschreven
10
rechtsbeginsel. In andere landen zien we wel voorbeelden van verankering van het
legaliteitsprincipe in de grondwet. Zo bepaalt art. 20 lid 3 van het Duitse Grundgesetz: “Die
Gesetzgebung ist an die verfassungsmässige Ordnung, die vollziehende Gewalt und die
11
Rechtsprechung sind am Gesetz und Recht gebunden.” Dit bindt de uitvoerende en rechterlijke
12
macht aan wet en recht. Niettemin biedt de Nederlandse Grondwet een aantal aanknopingspunten
13
voor de gelding ervan in de Nederlandse rechtsorde. Ten eerste luidt art. 1 GW dat allen die zich in
Nederland bevinden, in gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Dit verlangt dat er algemene regels
14
bestaan die aangeven welke gevallen gelijk en welke ongelijk zijn. Art. 1 GW geeft indirect
uitdrukking aan het beginsel van legaliteit. Twee andere artikelen die indirect een uitdrukking zijn van
het legaliteitsbeginsel zijn strafrechtelijk van aard. Art. 15 eerste lid 1 GW bepaalt dat niemand zijn
vrijheid mag worden ontnomen buiten de gevallen bij of krachtens de wet bepaald en art. 16 GW stelt
dat geen feit strafbaar is dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke regeling. Maar, de
1
Bovend‟Eert 2010, p.11-12.
2
Kortmann 2012, p. 48.
3
Verheugt 2011, p. 78.
4
Voermans 2011, p. 7.
5
Verheijen en Verlinden 2012, p. 77.
6
Voermans 2011, p. 3.
7
Bovend‟Eert 2010, p. 11.
8
Voermans 2011, p. 5.
9
Stout 2009, p. 53.
10
Voermans 2011, p. 16.
11
Bovend‟Eert 2010, p. 13.
12
Asser 2008, p. 47.
13
Kortmann 2012, p. 311.
14
Kortmann 2012, p. 311.
3
De ontwikkeling van het
legaliteitsbeginsel
Naam:
Studentnummer:
Vak: Staatsrecht
Werkgroep: 7
Tijdstip: 8:45-10:30(donderdag)
Docent: Mr. S.P. Poppelaars
Inlever datum: 07-10-2013
,Inhoudsopgave
Introductie van het legaliteitsbeginsel (§1) pagina 3
Plaatsen in de Grondwet en de functies (§2) pagina 3
Eerste jurisprudentie (§3) pagina 4
De leer uit het Rogge- arrest (§4) pagina 4
Overheidshandelen in de zin van het Fluoriderings- arrest (§5) pagina 5
Methadonbrief- arrest, Leidraad- arrest en de Wet RO (§6) pagina 5
Codificatie? (§7) pagina 6
Conclusie (§8) pagina 6
Literatuurlijst pagina 7
Jurisprudentielijst pagina 8
2
, 1. Introductie van het legaliteitsbeginsel
1
„Elk overheidsoptreden moet berusten op een voorafgaande algemene regeling.‟ „Elk
overheidsoptreden moet berusten op een algemene, d.w.z. voor herhaalde toepassing vatbare regel,
2
hetzij krachtens attributie, hetzij krachtens delegatie vastgesteld.‟ „De wet moet afkomstig zijn van
3
een tot het geven van die wet door attributie of delegatie bevoegd orgaan.‟ Slechts een kleine greep
uit de verschillende definities van het legaliteitsbeginsel die worden gebruikt in het Nederlandse
4
juridische onderwijs. En zo blijkt, een van de a-b-c‟tjes van het recht, het beginsel van legaliteit. Op
het eerste gezicht lijkt het legaliteitsbeginsel te duiden op een eenvoudig uitgangspunt, maar in feite is
dit veel omvangrijker en gecompliceerder. Al bij een globale beschouwing van de literatuur met
betrekking tot het legaliteitsbeginsel, valt op dat wetenschappers het onderling niet eens zijn over het
5
antwoord op de vraag wat dit beginsel precies inhoudt en hoever het reikt of zou moeten reiken. Ook
6
voor juristen is het legaliteitsbeginsel geen comfortzone. Als een van de elementen van het
7
rechtsstaatprincipe , baart dit mij zorgen. Het legaliteitsbeginsel is grotendeels ongeschreven en
8
daardoor moeilijk grijpbaar. Tastbaar wordt het beginsel pas in de rechtspraak.
In dit essay bespreek ik aan de hand van de (Grond)wet en bepalende jurisprudentie de ontwikkeling
die het legaliteitsbeginsel heeft doorgemaakt. Het helpt om verschillende vragen die het beginsel
opwerpt te onderscheiden. Eerst zal ik beknopt doornemen wat de functie van het legaliteitsbeginsel
inhoudt, hierbij bespreek ik de Nederlands (Grond)wet en maak ik een vergelijking met andere
Europese landen. Daarnaast ga ik in op bepalende arresten. Tijdens de bespreking analyseer ik de
betekenis van deze arresten voor het legaliteitsbeginsel in het Nederlandse recht. Ten slotte stel ik
een mogelijke oplossing ter discussie voor het ongrijpbare en ontastbare karakter van het
legaliteitsbeginsel.
2. Plaats in de Grondwet en de functies
Ongeschreven uitgangspunt van de Grondwetten van 1814 en 1815 is dat de overheid bij de
taakuitoefening is gebonden aan het recht en dat de overheid aIleen de vrijheid van burgers kan
9
beperken volgens (grond)wettelijke regels. Het legaliteitsbeginsel kent als uitgangspunt van de
staatsrechtelijke ordening nauwelijks grondwettelijke verankering, maar werkt als ongeschreven
10
rechtsbeginsel. In andere landen zien we wel voorbeelden van verankering van het
legaliteitsprincipe in de grondwet. Zo bepaalt art. 20 lid 3 van het Duitse Grundgesetz: “Die
Gesetzgebung ist an die verfassungsmässige Ordnung, die vollziehende Gewalt und die
11
Rechtsprechung sind am Gesetz und Recht gebunden.” Dit bindt de uitvoerende en rechterlijke
12
macht aan wet en recht. Niettemin biedt de Nederlandse Grondwet een aantal aanknopingspunten
13
voor de gelding ervan in de Nederlandse rechtsorde. Ten eerste luidt art. 1 GW dat allen die zich in
Nederland bevinden, in gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Dit verlangt dat er algemene regels
14
bestaan die aangeven welke gevallen gelijk en welke ongelijk zijn. Art. 1 GW geeft indirect
uitdrukking aan het beginsel van legaliteit. Twee andere artikelen die indirect een uitdrukking zijn van
het legaliteitsbeginsel zijn strafrechtelijk van aard. Art. 15 eerste lid 1 GW bepaalt dat niemand zijn
vrijheid mag worden ontnomen buiten de gevallen bij of krachtens de wet bepaald en art. 16 GW stelt
dat geen feit strafbaar is dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke regeling. Maar, de
1
Bovend‟Eert 2010, p.11-12.
2
Kortmann 2012, p. 48.
3
Verheugt 2011, p. 78.
4
Voermans 2011, p. 7.
5
Verheijen en Verlinden 2012, p. 77.
6
Voermans 2011, p. 3.
7
Bovend‟Eert 2010, p. 11.
8
Voermans 2011, p. 5.
9
Stout 2009, p. 53.
10
Voermans 2011, p. 16.
11
Bovend‟Eert 2010, p. 13.
12
Asser 2008, p. 47.
13
Kortmann 2012, p. 311.
14
Kortmann 2012, p. 311.
3