Filosofie samenvatting Seneca H6 II
John Locke
Liberalisme
Volkssoevereiteit: verkiesbaar parlement die het volk vertegenwoordigd.
Natuurtoestand:
o 3 rechten:
Recht op vrijheid
Recht op gelijkheid
Recht op eigendom: Omdat mijn lichaam mijn eigen bezit is, is ook de arbeid
die ik verricht met mijn lichaam mijn eigendom.
o Verbod op verspilling.
o De natuurtoestand is evenwichtig, omdat niemand méér zal toe-eigenen dan nodig.
o Er zullen slechts enkele overtreders zijn van de natuurwetten. Een overheid kan de
personen en hun eigendommen dan beschermen.
o Wat niet door eigen arbeid verkregen kan worden, kan worden geruild.
o Geld zorgt voor ongelimiteerde eigendomsvermeerdering. Maar omdat iedereen met
geld heeft ingestemd, kan er geen bezwaar zijn.
o Vrijemarkt-denken: Als ik geen grond bezit om in mijn levensonderhoud te voorzien,
kan ik de arbeid van mijn lichaam verkopen. De vruchten van de arbeid zijn van
degene die de arbeid heeft gekocht, maar het geld stelt mij in de gelegenheid in mijn
behoeften te voorzien.
Rousseau
Mensbeelden:
1. De mens is van nature goed, de cultuur maakt hem slecht.
2. De mens is van nature lui, dwingende omstandigheden (schaarste etc.) wekken
mensen uit de toestand van rust.
3. De mens is van nature solitair, door de arbeid ontwikkeld men onderlinge relaties.
4. De mens is van nature sterk, de cultuur leidt tot een zwakker lichaam.
5. De mens is van nature empathisch
6. De mens kan zichzelf vervolmaken (perfectibilité), door de ratio is men creatief,
maar de vervolmaking leidt tot vervreemding.
Natuurstaat = vredig.
o Samenleven is niet nodig, omdat men autark is en solitair leeft.
o De vrede wordt versterkt door het vermogen tot medelijden.
Ongelijkheid komt door de cultuur, want in de natuur heerste vrede.
Het streven naar zelfbehoud (amour-de-soi) ontaardt in de samenleving in eigenliefde
(amour-propre), een vorm van egoïsme die het eigenbelang en eigen veiligheid boven
medelijden laat gaan.
2 revoluties waardoor de primitieve samenleving een complexe samenleving wordt:
Eerste revolutie
o De natuurtoestand zou tijdloos door kunnen gaan, maar na een tijd werd
ontstond er bevolkingstoename wat gepaard ging met schaarste.
o Mensen wakkerde hun perfectibilité aan.
o Door de intense omgang met andere mensen, ontstaat er zelfbewustzijn en
het besef van verschillen.
o Dit leidt tot een definitieve breuk met de natuurstaat.
o Taal en cultuur ontwikkelen zich en daarmee de behoefte tot vergelijking.
, Tweede revolutie
o De uitvinding van de smeedkunst dwingt tot de ontwikkeling van landbouw
en een verdergaande arbeidsdeling.
o Dit leidt weer tot het ontstaan van eigendom
o Dit resulteert in sociale ongelijkheid.
o Er ontstaat een concurrentiemaatschappij.
o Dit zorgt ervoor dat men alleen zijn eigen belang inziet.
o De vervreemde mens ontwikkelt zich: Armen zien zich genoodzaakt te stelen
en de rijken willen de armen ondergeschikt maken.
o De rijken bedenken een pseudo contract:
Dit contract doet lijken alsof de belangen van de armen barmhartigd worden,
maar in feite worden alleen de belangen van de rijken nagestreeft.
o Er ontstaat economische ongelijkheid en machtsongelijkheid: alleen de rijken
hebben toegang tot de politiek.
o Het pseudocontract zorgt voor ongehoorzaamheid van de armen.
Er is een nieuw contract nodig: du contrat social; het maatschappelijk verdrag.
o Dit contract moet de vrijheid en gelijkheid van de burgers waarborgen.
o De kern van het sociaal contract is het concept van een gemeenschappelijke wil: de
algemene wil.
o Het volk wordt een verzameling individuen die hun gemeenschappelijke belangen als
hun algemene wil wil vastleggen.
o Het ware eigenbelang is vanzelf algemeen belang.
o Als burger stelt het lid van dit collectief wetten op en als onderdaan gehoorzaamt hij
hieraan.
o Verschil Hobbes’ en Rousseau’s contract:
In Hobbes’ contract geven individuen hun vrijheid op en geven zij alle macht aan één
persoon. Voor Rousseau betekent het contract het behoud van de vrijheid en alle
macht, aangezien de burgers zich alleen aan de wetten hoeven te houden die zij zelf
opgesteld hebben.
John Locke
Liberalisme
Volkssoevereiteit: verkiesbaar parlement die het volk vertegenwoordigd.
Natuurtoestand:
o 3 rechten:
Recht op vrijheid
Recht op gelijkheid
Recht op eigendom: Omdat mijn lichaam mijn eigen bezit is, is ook de arbeid
die ik verricht met mijn lichaam mijn eigendom.
o Verbod op verspilling.
o De natuurtoestand is evenwichtig, omdat niemand méér zal toe-eigenen dan nodig.
o Er zullen slechts enkele overtreders zijn van de natuurwetten. Een overheid kan de
personen en hun eigendommen dan beschermen.
o Wat niet door eigen arbeid verkregen kan worden, kan worden geruild.
o Geld zorgt voor ongelimiteerde eigendomsvermeerdering. Maar omdat iedereen met
geld heeft ingestemd, kan er geen bezwaar zijn.
o Vrijemarkt-denken: Als ik geen grond bezit om in mijn levensonderhoud te voorzien,
kan ik de arbeid van mijn lichaam verkopen. De vruchten van de arbeid zijn van
degene die de arbeid heeft gekocht, maar het geld stelt mij in de gelegenheid in mijn
behoeften te voorzien.
Rousseau
Mensbeelden:
1. De mens is van nature goed, de cultuur maakt hem slecht.
2. De mens is van nature lui, dwingende omstandigheden (schaarste etc.) wekken
mensen uit de toestand van rust.
3. De mens is van nature solitair, door de arbeid ontwikkeld men onderlinge relaties.
4. De mens is van nature sterk, de cultuur leidt tot een zwakker lichaam.
5. De mens is van nature empathisch
6. De mens kan zichzelf vervolmaken (perfectibilité), door de ratio is men creatief,
maar de vervolmaking leidt tot vervreemding.
Natuurstaat = vredig.
o Samenleven is niet nodig, omdat men autark is en solitair leeft.
o De vrede wordt versterkt door het vermogen tot medelijden.
Ongelijkheid komt door de cultuur, want in de natuur heerste vrede.
Het streven naar zelfbehoud (amour-de-soi) ontaardt in de samenleving in eigenliefde
(amour-propre), een vorm van egoïsme die het eigenbelang en eigen veiligheid boven
medelijden laat gaan.
2 revoluties waardoor de primitieve samenleving een complexe samenleving wordt:
Eerste revolutie
o De natuurtoestand zou tijdloos door kunnen gaan, maar na een tijd werd
ontstond er bevolkingstoename wat gepaard ging met schaarste.
o Mensen wakkerde hun perfectibilité aan.
o Door de intense omgang met andere mensen, ontstaat er zelfbewustzijn en
het besef van verschillen.
o Dit leidt tot een definitieve breuk met de natuurstaat.
o Taal en cultuur ontwikkelen zich en daarmee de behoefte tot vergelijking.
, Tweede revolutie
o De uitvinding van de smeedkunst dwingt tot de ontwikkeling van landbouw
en een verdergaande arbeidsdeling.
o Dit leidt weer tot het ontstaan van eigendom
o Dit resulteert in sociale ongelijkheid.
o Er ontstaat een concurrentiemaatschappij.
o Dit zorgt ervoor dat men alleen zijn eigen belang inziet.
o De vervreemde mens ontwikkelt zich: Armen zien zich genoodzaakt te stelen
en de rijken willen de armen ondergeschikt maken.
o De rijken bedenken een pseudo contract:
Dit contract doet lijken alsof de belangen van de armen barmhartigd worden,
maar in feite worden alleen de belangen van de rijken nagestreeft.
o Er ontstaat economische ongelijkheid en machtsongelijkheid: alleen de rijken
hebben toegang tot de politiek.
o Het pseudocontract zorgt voor ongehoorzaamheid van de armen.
Er is een nieuw contract nodig: du contrat social; het maatschappelijk verdrag.
o Dit contract moet de vrijheid en gelijkheid van de burgers waarborgen.
o De kern van het sociaal contract is het concept van een gemeenschappelijke wil: de
algemene wil.
o Het volk wordt een verzameling individuen die hun gemeenschappelijke belangen als
hun algemene wil wil vastleggen.
o Het ware eigenbelang is vanzelf algemeen belang.
o Als burger stelt het lid van dit collectief wetten op en als onderdaan gehoorzaamt hij
hieraan.
o Verschil Hobbes’ en Rousseau’s contract:
In Hobbes’ contract geven individuen hun vrijheid op en geven zij alle macht aan één
persoon. Voor Rousseau betekent het contract het behoud van de vrijheid en alle
macht, aangezien de burgers zich alleen aan de wetten hoeven te houden die zij zelf
opgesteld hebben.