Human and Animal Biology
Lz3: ontwikkelingsbiologie
Zygote: fusie ei en spermacel
Blastula: tijdens klievingsdelingen -> blastocoel
Gastrulatie: 3 kiemlagen en archenteron
Organogenese: vorming zenuwstelsel (neurulatie) en lichaamsorganen
Blastocoel: klievingsholte
Kleine animale cellen, grote vegetale cellen (ongelijke delingen) -> holte
Klievingsdelen zijn afhankelijk van dooiermassa
Klein: holoblastische klievingen
Normaal: radiale klievingen
Groot: meroblastische klievingen
Ovulatie: eicel heeft poollichaampje
Eerste klievingen in eileider
Baarmoeder: blastocyst ontstaat
Holte ontstaan
Schil cellen
Inner cell mass -> organisme
Dag 7-10: implanttie baarmoederwand
Blastocyst
Trophoblast: voeding embryo – interactie slijmvlies barmoederwand
Embryoblast kan gevoed worden
Embryoblast/inner cell mass: vorming embryo
Nieuwe holte: amnionholte, gevuld met vloeistof direct om embryo heen –
bescherming
2 cellagen:
Hypoblast (onder)
Epiblast (op)
Gastrulatie kikker
Darmholte ontstaat
Migratie van cellen
Epibolie: animale cellen bewegen naar beneden toe (ectoderm) – dooiermassa
komt binnen te liggen (endoderm)
Invaginatie: instulping – dorsal lip ontstaat -> blastopore
Involutie: cellen rollen naarbinnen – nieuwe laag (kiemlaag, mesoderm)
Nieuwe holte ontstaan: archenteron/gastrocoel (darmholte)
Dorsal lip wordt rond -> yolk plug
Cellen rollen weer naar binnen -> nieuw mesoderm
Kip: dooierrijk
Dooier klieft niet mee tijdens klievingen
Pannenkoek
Primitieve streep: cellen rolllen naarbinnen
Muis: dooierarm
Inner cell mass lijkt op laagje cellen -> embryo
Primitieve streep over epiblast: cellen rollen naarbinnen
,Amniota
Chorion holte: buitenste vlies tot. embryo, bescherming en gaswisseling
Amnion holte: direct om embryo, voorkomt uidroging en schokabsorptie
Allantois membraan: embryonaal afvalzakje en respiratieoppervlak
Dooierzak: nutrienten
Holtes vullen met vocht – niet meer afhankelijk aan water voor ontwikkeling
Neurulatie
Cellen zakken naar binnen, wanden komen omhoog -> neurale plaat
Neurale buis is hol -> centraal zenuwstelsel (CZS)
Cellen laten los bij sluiting: neurale lijst -> perifeer zenuwtelsel (PZS)
Sterk migrerend
Waar kop ontstaat: veel cellen laten los
Weinig migratie -> geen ‘echte’ kop, geen PZS
Organogenese
Centrale mesoderm: plaats van wervelkolom -> chorda
Somiet mesoderm: segmentatie -> wervels, spieren en onderhuid/dermis
Intermediair mesoderm
Lateraal mesoderm: holte ontstaat -> buikholte/coeloom
Ectoderm: huid, neurale buis + neurale lijstmateriaal
Endoderm: slijmvlies maag/darmkanaal, longcellen, geslachtscellen
Mesoderm: chorda, wervels, nieren, spieren + bloedvaten, spieren
, Lz4: ontwikkelingsbiologie
DNA wordt volledig behouden bij cel differentiatie
Animale en vegetative cellen zijn afhankelijk van elkaar voor vorming mesoderm
Scheiding cellen: gescheiden cel-units, geen mesoderm
Signalen uit vegetatieve deel zijn nodig voor inductie vorming mesoderm uit
animale deel
Signaaltypen
1. Cytoplasma: RNAs, eiwitten = cytoplasmatische derterminanten
(maternale stoffen)
Eerste klieving -> ongelijke verdeling determinanten
2. Inductieve signalen door buurcellen: signaal moleculen van 1 cel naar de
andere
= inductie signalen
3. Regulatie van timing genexpressie: transcriptiefactoren
Bevruchting -> rotatie cortex – grey cresent
Cytoplasmatische determinanten verplaatsen zich mee – ongelijke verdeling
Bepaling lichaamsassen
Verschillen in blastomeren tijdens celdelingen
Blastocoel: sterke clustering – Nieuwkoop center, induceert Spemann Organizer
mbv signaalstoffen – begint gastrulatie, ontstaan blastopore
Fate mapping: 3 ruimtelijke assen gevormd door gradienten van signaal
moleculen
1. Animaal/Vegetatief (maternale determinanten)
2. Dorsaal/Ventraal (intrede spermacel, vorming grey cresent)
3. Anterior/Posterior (Spemann Organizer)
Spemann Organizer: gradienten van signaalstoffen (morfogenen) aanmaken ->
realisering dorsale kant
Functie van de chorda: aanmaak chordine – inductie neurale buis
Homeotische genen: segmenten krijgen verschillende functies
Hox genen: synthetiseren transcriptie factoren (homeodomein-eiwitten), cellen
gaan specialiseren
Eigen identiteit aan segment
Gen duplicatie: Hox genen werken samen -> complexer bouwplan
Lz3: ontwikkelingsbiologie
Zygote: fusie ei en spermacel
Blastula: tijdens klievingsdelingen -> blastocoel
Gastrulatie: 3 kiemlagen en archenteron
Organogenese: vorming zenuwstelsel (neurulatie) en lichaamsorganen
Blastocoel: klievingsholte
Kleine animale cellen, grote vegetale cellen (ongelijke delingen) -> holte
Klievingsdelen zijn afhankelijk van dooiermassa
Klein: holoblastische klievingen
Normaal: radiale klievingen
Groot: meroblastische klievingen
Ovulatie: eicel heeft poollichaampje
Eerste klievingen in eileider
Baarmoeder: blastocyst ontstaat
Holte ontstaan
Schil cellen
Inner cell mass -> organisme
Dag 7-10: implanttie baarmoederwand
Blastocyst
Trophoblast: voeding embryo – interactie slijmvlies barmoederwand
Embryoblast kan gevoed worden
Embryoblast/inner cell mass: vorming embryo
Nieuwe holte: amnionholte, gevuld met vloeistof direct om embryo heen –
bescherming
2 cellagen:
Hypoblast (onder)
Epiblast (op)
Gastrulatie kikker
Darmholte ontstaat
Migratie van cellen
Epibolie: animale cellen bewegen naar beneden toe (ectoderm) – dooiermassa
komt binnen te liggen (endoderm)
Invaginatie: instulping – dorsal lip ontstaat -> blastopore
Involutie: cellen rollen naarbinnen – nieuwe laag (kiemlaag, mesoderm)
Nieuwe holte ontstaan: archenteron/gastrocoel (darmholte)
Dorsal lip wordt rond -> yolk plug
Cellen rollen weer naar binnen -> nieuw mesoderm
Kip: dooierrijk
Dooier klieft niet mee tijdens klievingen
Pannenkoek
Primitieve streep: cellen rolllen naarbinnen
Muis: dooierarm
Inner cell mass lijkt op laagje cellen -> embryo
Primitieve streep over epiblast: cellen rollen naarbinnen
,Amniota
Chorion holte: buitenste vlies tot. embryo, bescherming en gaswisseling
Amnion holte: direct om embryo, voorkomt uidroging en schokabsorptie
Allantois membraan: embryonaal afvalzakje en respiratieoppervlak
Dooierzak: nutrienten
Holtes vullen met vocht – niet meer afhankelijk aan water voor ontwikkeling
Neurulatie
Cellen zakken naar binnen, wanden komen omhoog -> neurale plaat
Neurale buis is hol -> centraal zenuwstelsel (CZS)
Cellen laten los bij sluiting: neurale lijst -> perifeer zenuwtelsel (PZS)
Sterk migrerend
Waar kop ontstaat: veel cellen laten los
Weinig migratie -> geen ‘echte’ kop, geen PZS
Organogenese
Centrale mesoderm: plaats van wervelkolom -> chorda
Somiet mesoderm: segmentatie -> wervels, spieren en onderhuid/dermis
Intermediair mesoderm
Lateraal mesoderm: holte ontstaat -> buikholte/coeloom
Ectoderm: huid, neurale buis + neurale lijstmateriaal
Endoderm: slijmvlies maag/darmkanaal, longcellen, geslachtscellen
Mesoderm: chorda, wervels, nieren, spieren + bloedvaten, spieren
, Lz4: ontwikkelingsbiologie
DNA wordt volledig behouden bij cel differentiatie
Animale en vegetative cellen zijn afhankelijk van elkaar voor vorming mesoderm
Scheiding cellen: gescheiden cel-units, geen mesoderm
Signalen uit vegetatieve deel zijn nodig voor inductie vorming mesoderm uit
animale deel
Signaaltypen
1. Cytoplasma: RNAs, eiwitten = cytoplasmatische derterminanten
(maternale stoffen)
Eerste klieving -> ongelijke verdeling determinanten
2. Inductieve signalen door buurcellen: signaal moleculen van 1 cel naar de
andere
= inductie signalen
3. Regulatie van timing genexpressie: transcriptiefactoren
Bevruchting -> rotatie cortex – grey cresent
Cytoplasmatische determinanten verplaatsen zich mee – ongelijke verdeling
Bepaling lichaamsassen
Verschillen in blastomeren tijdens celdelingen
Blastocoel: sterke clustering – Nieuwkoop center, induceert Spemann Organizer
mbv signaalstoffen – begint gastrulatie, ontstaan blastopore
Fate mapping: 3 ruimtelijke assen gevormd door gradienten van signaal
moleculen
1. Animaal/Vegetatief (maternale determinanten)
2. Dorsaal/Ventraal (intrede spermacel, vorming grey cresent)
3. Anterior/Posterior (Spemann Organizer)
Spemann Organizer: gradienten van signaalstoffen (morfogenen) aanmaken ->
realisering dorsale kant
Functie van de chorda: aanmaak chordine – inductie neurale buis
Homeotische genen: segmenten krijgen verschillende functies
Hox genen: synthetiseren transcriptie factoren (homeodomein-eiwitten), cellen
gaan specialiseren
Eigen identiteit aan segment
Gen duplicatie: Hox genen werken samen -> complexer bouwplan