Vreemdetaalverwerving en -
didactiek
Deel II: vreemdetalendidactiek
“Applied linguistics” = onderzoek naar vreemdetaalverwerving
Welke cognitieve processen spelen zich af?
Welke induviduele factoren hebben een invloed op taalleersucces?
Wat is het effect van verschillende onderwijsmethodes?
Idealiter?
Onderwijsmethode gebaseerd op onderzoek
Beïnvloeding door 4 factoren
o Sociale, culturele en economische evoluties
o Trends in de theoretische taalkunde
o Trends in pedagogie
o Empirisch onderzoek in TTK
Terminologie
Taaldidactiek gekenmerkt door twee spanningsvelden
o Kennen (language awereness, gericht op vorm en correctheid (expliciete jennis van
o.m normatieve grammatica)) en kunnen (proficiency, gericht op betekenis en
vlotheid (luister-, spreek-, lees- en schrijfvaardigheid))
o Leren (bewust kennis opdoen (expliciet, formele context)) en verwerven (vermogen
om taal te gebruiken op basis van niet onderwezen kennis (impliciet, adhv immitatie,
bv. moedertaal))
Overzicht paradigma’s
GRAMMATICA – V ERTAALMETHODE
Gebaseerd op hoe Latijn geleerd werd
Glossaria + grammaticale systeem teksten vertalen
Gericht op taalanalyse expliciet, deductief grammatica-onderwijs
Literair georiënteerd (“methode van de filologische vertaling”)
Kenmerken
1
, o Analyse van taalstructuren en -vormen (grammatica)
o Belang geschreven woord (lees- en schrijfvaardigheid)
o Nadruk op vertalen en memoriseren (woordenlijsten)
o Handboek = centrale plaats
Kritiek: goede resultaten op schrijftelijke examens maar geen productieve, communicatieve
vaardigheden
Tot 1970 standaardmethode
Nu: nog steeds grote impact op taalonderwijs + hybride vormen
DE DIRECTE METHODE
Imitatie L1 methode (“Natuurlijke Methode”)
Lambert Saveur en Felix Francke: grondleggers (1900)
Grammatica-Vertaalmethode door nadruk op luisteren en spreken
Duitsland/Frankrijk
Berlitz scholen
Kenmerken
o LK = moedertaalgebruiker van doeltaal
o LK dompelt lln onder in doeltaal (intensief)
o Geen handboek, nadruk op mondelinge vaardigheden
o Geen vertaling, geen expliciete grammaticaregels (Gr: inductief zoals in L1)
Kritiek
o L1 verwerving ≠ L2 verwerving
o Intensief onderwijs niet realistisch in normale schoolcontext
o Onvoldoende LK voor al de doeltalen
DE A UDIO -LINGUALE METHODE (’50 – ’60)
Gevolg van structuralisme (TK) en behaviorisme (Psy)
o Structuralisme
Ferdinand de Saussure
Onderscheid tussen “langue” en “parole”
Taal = een structuur waarin vormen op een systematische manier met elkaar
verbonden zijn
o Behaviorisme
Studie van het gedrag van mensen en dieren
Skinner (’50): ontwikkelde de gedragsanalyse
Conditionering: principe van de “voorwaardelijke reflex” (geleerde reactie op
een prikkel)
Voorbeeld: speekselproductie honden (Pavlov)
Doel: voorspellen of beïnvloeden van gedrag
Ook taal is gedrag (verbaal gedrag) onderhevig aan conditionering
Leren = gedrag veranderen adhv nieuwe gewoonten
Scholen investeren in taallaboratoria om taalstructuren aan te leren via conditionering
Kenmerken
o Driloefeningen: zinnen nazeggen, patronen inoefenen automatisering
o Gewoontevorming primeert op grammaticaal inzicht
2
didactiek
Deel II: vreemdetalendidactiek
“Applied linguistics” = onderzoek naar vreemdetaalverwerving
Welke cognitieve processen spelen zich af?
Welke induviduele factoren hebben een invloed op taalleersucces?
Wat is het effect van verschillende onderwijsmethodes?
Idealiter?
Onderwijsmethode gebaseerd op onderzoek
Beïnvloeding door 4 factoren
o Sociale, culturele en economische evoluties
o Trends in de theoretische taalkunde
o Trends in pedagogie
o Empirisch onderzoek in TTK
Terminologie
Taaldidactiek gekenmerkt door twee spanningsvelden
o Kennen (language awereness, gericht op vorm en correctheid (expliciete jennis van
o.m normatieve grammatica)) en kunnen (proficiency, gericht op betekenis en
vlotheid (luister-, spreek-, lees- en schrijfvaardigheid))
o Leren (bewust kennis opdoen (expliciet, formele context)) en verwerven (vermogen
om taal te gebruiken op basis van niet onderwezen kennis (impliciet, adhv immitatie,
bv. moedertaal))
Overzicht paradigma’s
GRAMMATICA – V ERTAALMETHODE
Gebaseerd op hoe Latijn geleerd werd
Glossaria + grammaticale systeem teksten vertalen
Gericht op taalanalyse expliciet, deductief grammatica-onderwijs
Literair georiënteerd (“methode van de filologische vertaling”)
Kenmerken
1
, o Analyse van taalstructuren en -vormen (grammatica)
o Belang geschreven woord (lees- en schrijfvaardigheid)
o Nadruk op vertalen en memoriseren (woordenlijsten)
o Handboek = centrale plaats
Kritiek: goede resultaten op schrijftelijke examens maar geen productieve, communicatieve
vaardigheden
Tot 1970 standaardmethode
Nu: nog steeds grote impact op taalonderwijs + hybride vormen
DE DIRECTE METHODE
Imitatie L1 methode (“Natuurlijke Methode”)
Lambert Saveur en Felix Francke: grondleggers (1900)
Grammatica-Vertaalmethode door nadruk op luisteren en spreken
Duitsland/Frankrijk
Berlitz scholen
Kenmerken
o LK = moedertaalgebruiker van doeltaal
o LK dompelt lln onder in doeltaal (intensief)
o Geen handboek, nadruk op mondelinge vaardigheden
o Geen vertaling, geen expliciete grammaticaregels (Gr: inductief zoals in L1)
Kritiek
o L1 verwerving ≠ L2 verwerving
o Intensief onderwijs niet realistisch in normale schoolcontext
o Onvoldoende LK voor al de doeltalen
DE A UDIO -LINGUALE METHODE (’50 – ’60)
Gevolg van structuralisme (TK) en behaviorisme (Psy)
o Structuralisme
Ferdinand de Saussure
Onderscheid tussen “langue” en “parole”
Taal = een structuur waarin vormen op een systematische manier met elkaar
verbonden zijn
o Behaviorisme
Studie van het gedrag van mensen en dieren
Skinner (’50): ontwikkelde de gedragsanalyse
Conditionering: principe van de “voorwaardelijke reflex” (geleerde reactie op
een prikkel)
Voorbeeld: speekselproductie honden (Pavlov)
Doel: voorspellen of beïnvloeden van gedrag
Ook taal is gedrag (verbaal gedrag) onderhevig aan conditionering
Leren = gedrag veranderen adhv nieuwe gewoonten
Scholen investeren in taallaboratoria om taalstructuren aan te leren via conditionering
Kenmerken
o Driloefeningen: zinnen nazeggen, patronen inoefenen automatisering
o Gewoontevorming primeert op grammaticaal inzicht
2