100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Capabel GPM Blok 4

Rating
3.0
(1)
Sold
10
Pages
90
Uploaded on
18-06-2021
Written in
2020/2021

Alle toetsstof voor GPM Capabel Blok 4 volledig samengevat. Vorige voortgangstoetsen behaald met een 9.1 of hoger.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 18, 2021
Number of pages
90
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Voortgangstoets Blok 4
Theorie
Pedagogisch klimaat: 8.5.2
Methodiek: 5
Kwaliteit en deskundigheid: 3, 9, 10, 11, 12
Verzorging: 13, 14, 15, 16, 17
GPM profielboek: 2.6, 7, 11, 16, 17, 18, 19, 20, 21


Pedagogisch klimaat
Hoofdstuk 8.5.2 Interactie = wisselwerking, wederzijdse invloed
Interactie
Interactievaardigheden 6 Interactievaardigheden:
Autonomie respecteren Basis:
1) Autonomie respecteren
Sensitieve responsiviteit 2) Sensitieve responsiviteit
Structureren en grenzen stellen 3) Structureren en grenzen stellen
Praten en uitleggen
Ontwikkelingsstimulering Educatief:
Begeleiden van interacties 4) Praten en uitleggen
5) Ontwikkelingsstimulering
6) Begeleiden van interacties

1.Autonomie respecteren
(onafhankelijkheid)
- Kind als autonoom, zelfstandig wezen
behandelen  zelfstandigheid en
zelfvertrouwen opbouwen
- In lichamelijk, emotioneel en intellectueel
opzicht in hun waarde laten
- Geef het kind de ruimte om dingen zelf te
doen, jij ondersteunt en werkt samen met het
kind om het zelfstandiger te laten worden

2.Sensitieve responsiviteit
Sensitieve = signalen van kinderen op merken en
inschatten
Responsiviteit = reageren op het signaal
- Met een sensitieve responsieve houding
geef je kinderen een gevoel van veiligheid
- Laat zien dat je betrokken bent bij het kind
- Reageer op gevoelens en signalen die je
opmerkt
- Reageer op een warme, ondersteunende
manier

3.Structureren en grenzen stellen
- Het bieden van structuur en grenzen geeft
kinderen houvast, rust en duidelijkheid
- Grenzen en structuur vergroten het gevoel
van veiligheid en zekerheid
- Zorg ervoor dat kinderen zich aan de
gestelde regels houden

4. Praten en uitleggen
- Kind heeft info en uitleg nodig om de wereld
te begrijpen
- Antwoord op een niveau en behoefte die
past bij de belevingswereld van het kind

, - Pas je taalgebruik aan het kind aan
- Zorg voor tweerichtingsverkeer in het
gesprek

5. Ontwikkelingsstimulering
- Kijk goed wat kinderen nodig hebben in hun
ontwikkeling en biedt datgene aan
- Sluit aan bij het niveau en de interesses van
het kind
- Door observatie weet je wat het kind nodig
heeft
- Kies de juiste materialen en activiteiten en
breng deze op een positieve manier onder
de aandacht

6. Begeleiden van interacties
- Samen spelen of samenwerken aan een
activiteit is van belang: sociale vaardigheden
oefenen
- Je bemiddelt tussen kinderen
- Geef zelf het goede voorbeeld van sociale
vaardigheden
- Nodig uit tot interactie
- Beloon voorbeelden van positieve interactie
tussen kinderen




Methodiek
Hoofdstuk 5 Doel = je iets voornemen dat je wilt bereiken, je
Doel streeft iets na, je wilt iets verwezenlijken.
Doelgericht werken  doelen zijn nodig om stappen goed te kunnen
Methode volgen (doelgericht werken)
Pedagogisch beleid  doelen geven richting
 wat moet je er voor doen om de gewenste situatie
Organisatiedoel te bereiken
Afdelingsdoel
Persoonlijk doel Doelgericht werken = gericht zijn op het
verwezenlijken van één of meer concrete doelen
Langetermijndoel  voorkomen dat je je met verkeerde zaken
Kortetermijndoel bezighoudt
Productdoel
Procesdoel Vanuit de doelstelling van de organisatie wordt een
Formeel doel keuze gemaakt voor een bepaalde methode
Informeel doel
SMART-doelen Methode = vaste, weldoordachte manier van
handelen om een bepaald doel te bereiken

Het pedagogisch beleid is een leidraad voor het
handelen
 Wat er werkelijk in de praktijk gebeurt, is een
weerspiegeling van de geformuleerde visie en de in
het beleidsplan opgestelde doelen.
- Visie = alle kinderen hebben recht op
aandacht en liefde
- Doel = alle kinderen krijgen dagelijks
individuele aandacht

Draagvlak vanuit de omgeving (ouders) is van belang
om doelen te behalen!

Verschillende soorten doelen:
 je hebt algemene en specifieke doelen

1) Organisatiedoel = (hoofddoel) beschrijving
van de zorg en hulp die de organisatie

, nastreeft voor alle cliënten
 waar staat de organisatie voor
2) Afdelingsdoel = elke afdeling heeft een
eigen doel binnen de organisatie om het
organisatiedoel te kunnen bereiken.
 wat wil afdeling/groep met cliënt bereiken
3) Persoonlijke doelen
 wat wil/kan de cliënt uiteindelijk bereiken
 aangepast doel aan individu
 passen weer binnen de afdelingsdoelen

Organisatiedoel  afdelingsdoel  persoonlijk doel

4) Langetermijndoel = doel dat verder in de
toekomst gerealiseerd moet zijn
 te verdelen in meerdere
kortetermijndoelen
5) Kortetermijndoel = doel dat relatief snel
gerealiseerd moet zijn
6) Productdoel = doel dat een tastbaar of
aantoonbaar resultaat beoogt
7) Procesdoel = doel dat gericht is op de
manier waarop een handeling plaatsvindt,
los van het uiteindelijke resultaat

 werken aan product en het proces kunnen elkaar
beïnvloeden
 product en proces doelen moet je apart meten
(Je kan bv. Een goede samenwerking hebben
(proces) maar niet tot een goed resultaat komen
(product))

8) Formeel doel = officieel vastgesteld
 welk doel is gesteld en hoe dit behaald
moet gaan worden is vastgelegd in een
behandelingsplan
9) Informeel doel = niet officieel vastgesteld
 niet iedereen weet ervan, geen duidelijke
afspraken gemaakt over het nastreven van
het doel

Doelen formuleren
1) Beginsituatie doelgroep/client
2) Doelen formuleren
3) Plan maken
 Dit is samen FASE 1: de voorbereiding

Algemene kenmerken doelgericht werken:
- Doelen moeten haalbaar zijn
- Gewenste effect moet duidelijk beschreven
worden
- Het moet meetbaar zijn
- Er moet een tijdspad worden aangegeven
waarbinnen het doel moet worden
gerealiseerd

SMART DOELEN
S = specifiek  duidelijk
M = meetbaar  mogelijkheid om te kijken of je iets
hebt bereikt
A = acceptabel  iedereen die betrokken is
accepteert het
R = realistisch  is het haalbaar
T = tijdsgebonden  binnen een bepaalde tijd

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
3 year ago

3.0

1 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
nc1998 Capabel Onderwijs Groep
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
67
Member since
5 year
Number of followers
56
Documents
16
Last sold
1 month ago

3.8

17 reviews

5
6
4
3
3
7
2
1
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions