Aantekeningen Werkgroep 3 Geschiedenis van het Privaatrecht
Receptie van het Romeinse recht met betrekking tot het Franse recht.
Voor de receptie het Franse rijk opgedeeld in een Noord- en Zuid-Frankrijk.
Romeinse recht bleef in het zuiden van Frankrijk, daar gold gewoonterecht = Romeins recht. De
gewesten in het zuiden van Frankrijk werden ‘pays de droit écrit’ genoemd omdat Romeinse recht
was opgeschreven in de Digesten.
In het noorden van Frankrijk gold het germaanse gewoonterecht, gewesten daar werden ‘pays de
droit coûtumier’ genoemd.
In Duitsland kwam de receptie vooral door stand door de Keizer. In Frankrijk wilde ze echter niets
met de keizer te maken hebben en was er een andere reden om de receptie uit te voeren,
omschreven in Digesten 1, 1, 9.
Er gold volgens de Digesten een ius proprium, het eigen gewoonterecht, én een ius naturalis, het
natuurrecht, dat het Romeinse recht volgens de Fransen was. Ratio scripta.
Een receptiebeweging komt tot stand waar de Koning het niet mee eens is, daarom:
- Geen Romeins recht aan de universiteit van Parijs
- Optekening van de gewoonterechten
Interpretatiewijze van Franse recht
In de praktijk gold een bijzondere interpretatie wijze: mos gallicus.
Het gewoonterecht moet uitgebreid (extensief) worden uitgelegd, het romeinse recht beperkt
(restrictief). Voordat men naar het Romeinse recht ging kijken moest eerst nog naar andere
gewesten worden gekeken. Door deze beweging werd het gewoonterecht van Parijs erg belangrijk en
ontstond er een subsidiaire rechtsbron. Het Franse recht moest dus aan de hand van de volgende
rechtsbronnen en in deze volgorde worden geïnterpreteerd:
1. Lokale gewoonterecht
2. Coûtumier de Paris (Parijse gewoonterecht)
3. Romeinse recht (is dus post subsidiair)
Coûtumier de Paris
In heel Frankrijk was er de ontwikkeling dat het Parijse gewoonterecht werd aangesproken om
rechtsvragen uit te leggen. Dit recht werd dan ook het hoogste recht in Frankrijk en zo ontstond er
een gemeenschappelijk Frans recht, ‘droit coûtume de Paris’. Alsnog waren er in dit hoogste recht
nog lacunes waardoor het Romeinse recht toch weer de kop op stak.
Er was niet een eenheid. Gewoonterecht per gewest bleef bestaan. Pas na de Franse Revolutie
eenheid.
Franse Revolutie & Code Civil
Na de Franse Revolutie ontstond er een rechtseenheid. Het burgerlijke wetboek, de Code Civil, werd
ingevoerd door Napoleon in 1804. Van groot belang voor andere landen.
Pothier was de geestelijke vader van de Code Civil. Hij gaf onderwijs in droit coûtume de Paris, maar
was van huis uit romanist. Daardoor is naast het gewoonterecht ook Romeins recht geïmplenteerd in
de Code Civil. De Code Civil is het symbool van de Franse Revolutie, 200 jaar ongewijzigd, Fransen
willen hier niet (of heel moeilijk) aankomen.
Receptie van het Romeinse recht met betrekking tot het Franse recht.
Voor de receptie het Franse rijk opgedeeld in een Noord- en Zuid-Frankrijk.
Romeinse recht bleef in het zuiden van Frankrijk, daar gold gewoonterecht = Romeins recht. De
gewesten in het zuiden van Frankrijk werden ‘pays de droit écrit’ genoemd omdat Romeinse recht
was opgeschreven in de Digesten.
In het noorden van Frankrijk gold het germaanse gewoonterecht, gewesten daar werden ‘pays de
droit coûtumier’ genoemd.
In Duitsland kwam de receptie vooral door stand door de Keizer. In Frankrijk wilde ze echter niets
met de keizer te maken hebben en was er een andere reden om de receptie uit te voeren,
omschreven in Digesten 1, 1, 9.
Er gold volgens de Digesten een ius proprium, het eigen gewoonterecht, én een ius naturalis, het
natuurrecht, dat het Romeinse recht volgens de Fransen was. Ratio scripta.
Een receptiebeweging komt tot stand waar de Koning het niet mee eens is, daarom:
- Geen Romeins recht aan de universiteit van Parijs
- Optekening van de gewoonterechten
Interpretatiewijze van Franse recht
In de praktijk gold een bijzondere interpretatie wijze: mos gallicus.
Het gewoonterecht moet uitgebreid (extensief) worden uitgelegd, het romeinse recht beperkt
(restrictief). Voordat men naar het Romeinse recht ging kijken moest eerst nog naar andere
gewesten worden gekeken. Door deze beweging werd het gewoonterecht van Parijs erg belangrijk en
ontstond er een subsidiaire rechtsbron. Het Franse recht moest dus aan de hand van de volgende
rechtsbronnen en in deze volgorde worden geïnterpreteerd:
1. Lokale gewoonterecht
2. Coûtumier de Paris (Parijse gewoonterecht)
3. Romeinse recht (is dus post subsidiair)
Coûtumier de Paris
In heel Frankrijk was er de ontwikkeling dat het Parijse gewoonterecht werd aangesproken om
rechtsvragen uit te leggen. Dit recht werd dan ook het hoogste recht in Frankrijk en zo ontstond er
een gemeenschappelijk Frans recht, ‘droit coûtume de Paris’. Alsnog waren er in dit hoogste recht
nog lacunes waardoor het Romeinse recht toch weer de kop op stak.
Er was niet een eenheid. Gewoonterecht per gewest bleef bestaan. Pas na de Franse Revolutie
eenheid.
Franse Revolutie & Code Civil
Na de Franse Revolutie ontstond er een rechtseenheid. Het burgerlijke wetboek, de Code Civil, werd
ingevoerd door Napoleon in 1804. Van groot belang voor andere landen.
Pothier was de geestelijke vader van de Code Civil. Hij gaf onderwijs in droit coûtume de Paris, maar
was van huis uit romanist. Daardoor is naast het gewoonterecht ook Romeins recht geïmplenteerd in
de Code Civil. De Code Civil is het symbool van de Franse Revolutie, 200 jaar ongewijzigd, Fransen
willen hier niet (of heel moeilijk) aankomen.