Gemaakt door Tess Prins
Scheikunde H4 Zouten 4VWO
Een zout bestaat uit een positief geladen metaalion en een negatief geladen niet-metaalion.
Bij een zout heten de atomen geen atomen meer maar ionen. De binding die de ionen in
een zout bij elkaar houdt heet een ionbinding. Zouten vormen sterke maar niet
vervormbare materialen die alleen elektrische stroom geleiden in vloeibare of opgeloste
toestand, want dan komen de ionen wat losser van elkaar te liggen.
Enkelvoudige ionen zijn ionen die bestaan uit slechts één atoom, zoals bijvoorbeeld Na+ en
O2-. Ook zijn er samengestelde ionen, dat zijn atoomgroepen die samen een ion vormen,
zoals bijvoorbeeld OH- (hydroxide) en NH4+ (ammonium).
Deze tabel moet je uit je hoofd leren! Weet je het echt niet meer op de toets, dan kan je
achter in je binas bij tabel 99 kijken, dit zijn alleen de losse ionen. Samengestelde ionen kan
je vinden in binas tabel 66B.
De formule van een zout noem je een verhoudingsformule. Deze noteer je als volgt: de
naam van het positieve ion, gevolgd door de naam van het negatieve ion Voorbeeld:
natriumchloride (Na+Cl-), aluminiumoxide (Al23+O32-).
Stappenplan:
Al3+ O2- Al3+ O2-
Al O Al2 O3
Bij de mogelijkheid om beide getallen te delen, moet je dat doen.
, Gemaakt door Tess Prins
Achter sommige ionen staan meerdere ladingen, bijvoorbeeld Fe2+ en Fe3+. Om aan te geven
welk ion er wordt gebruikt, gebruik je romeinse cijfers à ijzer (II) of ijzer (III).
Oplosbaarheid
Een ionbinding is erg sterk en lost dus niet zomaar op. Maar ionen kunnen ook met water
een sterke binding vormen. De ionen worden omringd door watermoleculen en de
negatieve kant van het waterion (de O dus) richt
zich naar het positieve ion van het zout. En de
positieve kant van het waterion (dus de H) richt
zich naar het negatieve ion van het zout. De
ionen gaan dus los van elkaar en worden
omringd door watermoleculen. Je spreekt dan
van gehydrateerde ionen.
Oplossen geeft geen nieuwe stof, alleen een
verandering in de fase. Indampen is het
omgekeerde van oplossen.
Oplossen: NaCl(s) à Na+(aq) + Cl-(aq)
Indampen: Na+(aq) + Cl-(aq) à NaCl(s)
Vergeet hier niet de fases en ladingen op te schrijven!
De oplosbaarheid van zouten kan je vinden in binas tabel 45A.
Metaaloxiden zijn zouten met een
positief metaalion en een negatief
oxide ion (O2-)
Metaaloxiden lossen niet op in water
maar reageren met water. Er zijn vier
metaaloxiden, deze krijgen een triviale
naam wanneer ze worden opgelost.
Oplossen (reageren dus!) natriumoxide: Na2O(s) + H2O(l) à 2 Na+(aq) + 2OH-(aq). De ontstane
oplossing heeft een triviale naam: natronloog.
Neerslagreacties:
Een neerslagreactie is een reactie waarbij vaste deeltjes in een vloeistof ontstaan. Om te
zien of er een neerslag ontstaat gebruik je binas tabel 45A. maak van de stoffen die je mengt
een tabel (zet de negatieve en de positieve bij elkaar) en zet de oplosbaarheid erin. Staat er
een s in je tabel? Dan geven die twee stoffen een neerslag.
Voorbeeld:
Je mengt BaSO4 met Al(OH)3
OH- SO42-
Ba2+ g s
3+
AL s g
Wanneer je deze twee stoffen mengt ontstaan er dus twee neerslagen.
Scheikunde H4 Zouten 4VWO
Een zout bestaat uit een positief geladen metaalion en een negatief geladen niet-metaalion.
Bij een zout heten de atomen geen atomen meer maar ionen. De binding die de ionen in
een zout bij elkaar houdt heet een ionbinding. Zouten vormen sterke maar niet
vervormbare materialen die alleen elektrische stroom geleiden in vloeibare of opgeloste
toestand, want dan komen de ionen wat losser van elkaar te liggen.
Enkelvoudige ionen zijn ionen die bestaan uit slechts één atoom, zoals bijvoorbeeld Na+ en
O2-. Ook zijn er samengestelde ionen, dat zijn atoomgroepen die samen een ion vormen,
zoals bijvoorbeeld OH- (hydroxide) en NH4+ (ammonium).
Deze tabel moet je uit je hoofd leren! Weet je het echt niet meer op de toets, dan kan je
achter in je binas bij tabel 99 kijken, dit zijn alleen de losse ionen. Samengestelde ionen kan
je vinden in binas tabel 66B.
De formule van een zout noem je een verhoudingsformule. Deze noteer je als volgt: de
naam van het positieve ion, gevolgd door de naam van het negatieve ion Voorbeeld:
natriumchloride (Na+Cl-), aluminiumoxide (Al23+O32-).
Stappenplan:
Al3+ O2- Al3+ O2-
Al O Al2 O3
Bij de mogelijkheid om beide getallen te delen, moet je dat doen.
, Gemaakt door Tess Prins
Achter sommige ionen staan meerdere ladingen, bijvoorbeeld Fe2+ en Fe3+. Om aan te geven
welk ion er wordt gebruikt, gebruik je romeinse cijfers à ijzer (II) of ijzer (III).
Oplosbaarheid
Een ionbinding is erg sterk en lost dus niet zomaar op. Maar ionen kunnen ook met water
een sterke binding vormen. De ionen worden omringd door watermoleculen en de
negatieve kant van het waterion (de O dus) richt
zich naar het positieve ion van het zout. En de
positieve kant van het waterion (dus de H) richt
zich naar het negatieve ion van het zout. De
ionen gaan dus los van elkaar en worden
omringd door watermoleculen. Je spreekt dan
van gehydrateerde ionen.
Oplossen geeft geen nieuwe stof, alleen een
verandering in de fase. Indampen is het
omgekeerde van oplossen.
Oplossen: NaCl(s) à Na+(aq) + Cl-(aq)
Indampen: Na+(aq) + Cl-(aq) à NaCl(s)
Vergeet hier niet de fases en ladingen op te schrijven!
De oplosbaarheid van zouten kan je vinden in binas tabel 45A.
Metaaloxiden zijn zouten met een
positief metaalion en een negatief
oxide ion (O2-)
Metaaloxiden lossen niet op in water
maar reageren met water. Er zijn vier
metaaloxiden, deze krijgen een triviale
naam wanneer ze worden opgelost.
Oplossen (reageren dus!) natriumoxide: Na2O(s) + H2O(l) à 2 Na+(aq) + 2OH-(aq). De ontstane
oplossing heeft een triviale naam: natronloog.
Neerslagreacties:
Een neerslagreactie is een reactie waarbij vaste deeltjes in een vloeistof ontstaan. Om te
zien of er een neerslag ontstaat gebruik je binas tabel 45A. maak van de stoffen die je mengt
een tabel (zet de negatieve en de positieve bij elkaar) en zet de oplosbaarheid erin. Staat er
een s in je tabel? Dan geven die twee stoffen een neerslag.
Voorbeeld:
Je mengt BaSO4 met Al(OH)3
OH- SO42-
Ba2+ g s
3+
AL s g
Wanneer je deze twee stoffen mengt ontstaan er dus twee neerslagen.