Hoorcollege 5: Overdracht van vorderingen en vestiging beperkte rechten
Cessie, (vestiging van) beperkte rechten
Beperkte rechten
Beperkte rechten art. 3:8 BW
Beperkte rechten worden omschreven in art. 3:8 BW. Het beperkte recht wordt afgeleid uit een meer
omvattend recht, en het meer omvattend recht wordt door het beperkte recht bezwaard. Een beperkt
recht is een vermogensrecht.
2 beperkte rechten: vruchtgebruik en
apotheek
Afgeleid uit een meer omvattend recht
Eigendom: art. 5:1 BW
Het recht van eigendom is het meest omvattende recht wat een persoon op een zaak kan hebben (art.
5:1 BW). Een eigenaar kan zijn eigendom bezwaren met een beperkt recht, dat betekent dat hij een deel
van zijn rechten op de zaak afstaat aan iemand anders, die ander krijgt een goederenrechtelijk recht op de
zaak. Dit goederenrechtelijke recht geeft hem bepaalde bevoegdheden die alleen hij ten aanzien van de
zaak kan uitoefenen. Omdat het gaat om een goederenrechtelijk recht, kan hij dit recht tegen iedereen
in roepen.
Schematisch:
Een eigenaar kan nooit meer afstaan dan dat hij zelf heeft, dat is het nemo plus beginsel.
, Vorderingsrecht = vermogensrecht.
Welke beperkte rechten zijn er?
o Te vinden in boek 3 en boek 5 BW
o Boek 3
Recht van vruchtgebruik (art. 3:201 – 3:226 BW)
Pandrecht (art. 3:227 – art. 3:259 BW)
Recht van hypotheek (art. 3:227 – 3:235 en art. 3:260 – 3:257 BW)
o Op alle goederen
Deze beperkte rechten staan in Boek 3 BW, omdat ze in beginsel op alle goederen (en dus ook
vermogensrechten) kunnen worden gevestigd.
o Boek 5
Recht van erfdienstbaarheid (art. 5:70 – 5:84 BW)
Erfpacht (art. 5:85 – art. 5:100 BW)
Opstal (art. 5:101 – 5:105 BW)
o Op (onroerende) zaken
Deze beperkte rechten staan in Boek 5 BW, omdat ze in beginsel alleen op zaken kunnen worden
gevestigd. Het is zelfs nog iets beperkter, want deze rechten kunnen alleen op onroerende zaken
worden gevestigd.
Cessie, (vestiging van) beperkte rechten
Beperkte rechten
Beperkte rechten art. 3:8 BW
Beperkte rechten worden omschreven in art. 3:8 BW. Het beperkte recht wordt afgeleid uit een meer
omvattend recht, en het meer omvattend recht wordt door het beperkte recht bezwaard. Een beperkt
recht is een vermogensrecht.
2 beperkte rechten: vruchtgebruik en
apotheek
Afgeleid uit een meer omvattend recht
Eigendom: art. 5:1 BW
Het recht van eigendom is het meest omvattende recht wat een persoon op een zaak kan hebben (art.
5:1 BW). Een eigenaar kan zijn eigendom bezwaren met een beperkt recht, dat betekent dat hij een deel
van zijn rechten op de zaak afstaat aan iemand anders, die ander krijgt een goederenrechtelijk recht op de
zaak. Dit goederenrechtelijke recht geeft hem bepaalde bevoegdheden die alleen hij ten aanzien van de
zaak kan uitoefenen. Omdat het gaat om een goederenrechtelijk recht, kan hij dit recht tegen iedereen
in roepen.
Schematisch:
Een eigenaar kan nooit meer afstaan dan dat hij zelf heeft, dat is het nemo plus beginsel.
, Vorderingsrecht = vermogensrecht.
Welke beperkte rechten zijn er?
o Te vinden in boek 3 en boek 5 BW
o Boek 3
Recht van vruchtgebruik (art. 3:201 – 3:226 BW)
Pandrecht (art. 3:227 – art. 3:259 BW)
Recht van hypotheek (art. 3:227 – 3:235 en art. 3:260 – 3:257 BW)
o Op alle goederen
Deze beperkte rechten staan in Boek 3 BW, omdat ze in beginsel op alle goederen (en dus ook
vermogensrechten) kunnen worden gevestigd.
o Boek 5
Recht van erfdienstbaarheid (art. 5:70 – 5:84 BW)
Erfpacht (art. 5:85 – art. 5:100 BW)
Opstal (art. 5:101 – 5:105 BW)
o Op (onroerende) zaken
Deze beperkte rechten staan in Boek 5 BW, omdat ze in beginsel alleen op zaken kunnen worden
gevestigd. Het is zelfs nog iets beperkter, want deze rechten kunnen alleen op onroerende zaken
worden gevestigd.