Samenvatting medicatie:
Definitie:
Een geneesmiddel is elke enkelvoudige of samengestelde substantie, die een therapeutisch of
profylactische eigenschap heeft m.b.t. ziekten bij de mens-> substantie die kan toegediend worden
om fysiologische functies te herstellen, te verbeteren of te wijzigen.
Specialiteitsnaam, generische of stofnaam:
Alle geneesmiddelen die verkocht worden-> hebben specialiteitsnaam (merknaam)-> bv Brufen.
generische geneesmiddelen-> kwalitatief evenwaardig maar goedkoper.
generische naam verwijst naar actieve bestanddeel + naam van de producent-> bv Paracetamol EG ®
(=Dafalgan ®).
Geneesmiddelen kunnen ook benoemd worden bij stofnaam->actieve bestanddeel-> BV de stofnaam
van Dafalgan ® is paracetamol.
GESCHIEDENIS VAN MEDICATIE:
Van overlevering tot wetenschap:
Voor 2e WW-> geneesmiddelen voornamelijk afkomstig van natuurproducten met geneeskundige
werking.
kennis werd van generatie op generatie overgedragen. Er zijn nu nog steeds toepassingen-> morfine
uit opium, digitalis uit vingerhoedskruid.
geneeskrachtige’ kruiden meestal toevallig ontdekt.
begin van de 20e eeuw-> steeds meer gericht onderzoek naar het ontstaan van ziekten en de
manieren om deze te behandelen.
kennis van natuurproducten werd aangevuld met wetenschappelijk onderzochte kennis-> zo werden
nieuwe chemische substanties gesynthetiseerd->bv Cytostatica.
Biosimilars= biologische geneesmiddelen.
Alternatieve geneesmiddelen:
= substanties waarvan niet wetenschappelijk is aangetoond dat deze een gunstig effect hebben ->
maar sommige mensen zweren dat het dat wel heeft. (bv homeopathie)
Geneesmiddelen onderzoek:
Preparaat wordt als geneesmiddel beschouwd als er wetenschappelijk is aangetoond dat het
werkzaam is.
Binnen dit geneesmiddelenonderzoek worden een aantal fases omschreven.
Preklinische fase:
ontwikkelen van een nieuw potentieel geneesmiddel gebeurt in het laboratorium.
,Als onderzoekers overtuigd zijn dat een geneeskrachtig preparaat gevonden is-> dierproeven starten-
> testen of het nieuwe preparaat nadelige effecten op het dier heeft.
Klinische fase:
Geen nadelige effecten in preklinische fase-> start met klinische fase-> = testen op het menselijk
organisme bij levende personen.
Verschillende fases:
- Fase 1:
Gezonde vrijwilligers krijgen kleinere dosis dan die van de proefdieren-> testen hoe een menselijk
lichaam functioneert na blootstelling aan preparaat.
- Fase 2:
Middel wordt gegeven aan gebruikers die er beter van kunnen worden-> gezocht naar het effect van
een geneesmiddel en naar de optimale dosis. Studiegroep bestaat uit patiënten en is beperkt-> 20-50
personen.
- Fase 3:
doelpubliek krijgt het geneesmiddel-> groep sterk vergroot (honderden tot duizenden patiënten).
Deel krijgt placebo om effectiviteit van preparaat te testen.
- Fase 4:
preparaat is als geneesmiddel op de markt gekomen-> maar fabrikant blijft de gegevens van
gebruikers verzamelen-> bv kijken naar lange termijn reacties.
Farmacovigilantie:
Geneesmiddelenbewaking/ farmacovigilantie= Ook na het wetenschappelijk onderzoek blijft een
geneesmiddel onder toezicht van de fabrikant.
INDELING VAN MEDICATIE:
Op basis van het doel of de werkzaamheid, kunnen we de geneesmiddelen in verschillende groepen
indelen.
Causale medicatie:
gaat de oorzaak van de ziekte bestrijden.
Bv: Augmentin® (amoxicilline en clavulaanzuur)-> antibiotica-> gaat ziektekiem bestrijden
Vincrisin® (vincristine) -> cytostaticum-> gaat tumorgroei bestrijden.
Symptomatische medicatie:
niet de ziekte zelf bestrijden maar wel de gevolgen van de ziekte (symptomen).
Bv: Motillium® (domperidon) ->tegen misselijkheid (anti-emetica)
Dafalgan® (paracetamol) -> koortswerend- en pijnstillend geneesmiddel (antipyreticum en
analgeticum).
, Substitutie medicatie:
Substitueren of vervangen-> als het organisme zelf geen of onvoldoende van een stof aanmaakt-> bv
hormonen of vitamines.
Bv: Euthyrox® (levothyroxine)-> schildklierhormoon
D-cure® (colecalciferol)-> vitamine D3
Profylactische medicatie:
In sommige situaties is het geweten dat het risico op het ontwikkelen van ziekte reëel is->
Profylactische middelen zorgen ervoor dat de ziekte zich niet (zo sterk) kan manifesteren.
Bv: patiënt die een darmoperatie moet ondergaan, krijgt zo profylactische antibiotica om de risico’s
op infectie te beperken.
Bv2: medicatie voor reizen naar tropisch land.
Diagnostische medicatie:
Product geven aan de patiënt om bepaalde ziekten vast te stellen-> bv contrastmiddelen om
bloedvaten of gewrichten te visualiseren of aan de tuberculine inspuiting die je krijgt voor je op stage
kan.
Visipaque® (jodixanol) -> intraveneus contrastmiddel.
Placebo medicatie:
heeft geen echte geneeskrachtige werking, maar de patiënt is ervan overtuigd dat dit wel werkzaam
is.
FARMACOKINETIEK:
Farmacokinetiek is de wetenschap die beschrijft wat het lichaam met een geneesmiddel doet.
Kennis van de wijze en snelheid van resorptie, distributie, chemisme en excretie van
geneesmiddelen.
Compartimentenmodel:
Definitie:
Een geneesmiddel is elke enkelvoudige of samengestelde substantie, die een therapeutisch of
profylactische eigenschap heeft m.b.t. ziekten bij de mens-> substantie die kan toegediend worden
om fysiologische functies te herstellen, te verbeteren of te wijzigen.
Specialiteitsnaam, generische of stofnaam:
Alle geneesmiddelen die verkocht worden-> hebben specialiteitsnaam (merknaam)-> bv Brufen.
generische geneesmiddelen-> kwalitatief evenwaardig maar goedkoper.
generische naam verwijst naar actieve bestanddeel + naam van de producent-> bv Paracetamol EG ®
(=Dafalgan ®).
Geneesmiddelen kunnen ook benoemd worden bij stofnaam->actieve bestanddeel-> BV de stofnaam
van Dafalgan ® is paracetamol.
GESCHIEDENIS VAN MEDICATIE:
Van overlevering tot wetenschap:
Voor 2e WW-> geneesmiddelen voornamelijk afkomstig van natuurproducten met geneeskundige
werking.
kennis werd van generatie op generatie overgedragen. Er zijn nu nog steeds toepassingen-> morfine
uit opium, digitalis uit vingerhoedskruid.
geneeskrachtige’ kruiden meestal toevallig ontdekt.
begin van de 20e eeuw-> steeds meer gericht onderzoek naar het ontstaan van ziekten en de
manieren om deze te behandelen.
kennis van natuurproducten werd aangevuld met wetenschappelijk onderzochte kennis-> zo werden
nieuwe chemische substanties gesynthetiseerd->bv Cytostatica.
Biosimilars= biologische geneesmiddelen.
Alternatieve geneesmiddelen:
= substanties waarvan niet wetenschappelijk is aangetoond dat deze een gunstig effect hebben ->
maar sommige mensen zweren dat het dat wel heeft. (bv homeopathie)
Geneesmiddelen onderzoek:
Preparaat wordt als geneesmiddel beschouwd als er wetenschappelijk is aangetoond dat het
werkzaam is.
Binnen dit geneesmiddelenonderzoek worden een aantal fases omschreven.
Preklinische fase:
ontwikkelen van een nieuw potentieel geneesmiddel gebeurt in het laboratorium.
,Als onderzoekers overtuigd zijn dat een geneeskrachtig preparaat gevonden is-> dierproeven starten-
> testen of het nieuwe preparaat nadelige effecten op het dier heeft.
Klinische fase:
Geen nadelige effecten in preklinische fase-> start met klinische fase-> = testen op het menselijk
organisme bij levende personen.
Verschillende fases:
- Fase 1:
Gezonde vrijwilligers krijgen kleinere dosis dan die van de proefdieren-> testen hoe een menselijk
lichaam functioneert na blootstelling aan preparaat.
- Fase 2:
Middel wordt gegeven aan gebruikers die er beter van kunnen worden-> gezocht naar het effect van
een geneesmiddel en naar de optimale dosis. Studiegroep bestaat uit patiënten en is beperkt-> 20-50
personen.
- Fase 3:
doelpubliek krijgt het geneesmiddel-> groep sterk vergroot (honderden tot duizenden patiënten).
Deel krijgt placebo om effectiviteit van preparaat te testen.
- Fase 4:
preparaat is als geneesmiddel op de markt gekomen-> maar fabrikant blijft de gegevens van
gebruikers verzamelen-> bv kijken naar lange termijn reacties.
Farmacovigilantie:
Geneesmiddelenbewaking/ farmacovigilantie= Ook na het wetenschappelijk onderzoek blijft een
geneesmiddel onder toezicht van de fabrikant.
INDELING VAN MEDICATIE:
Op basis van het doel of de werkzaamheid, kunnen we de geneesmiddelen in verschillende groepen
indelen.
Causale medicatie:
gaat de oorzaak van de ziekte bestrijden.
Bv: Augmentin® (amoxicilline en clavulaanzuur)-> antibiotica-> gaat ziektekiem bestrijden
Vincrisin® (vincristine) -> cytostaticum-> gaat tumorgroei bestrijden.
Symptomatische medicatie:
niet de ziekte zelf bestrijden maar wel de gevolgen van de ziekte (symptomen).
Bv: Motillium® (domperidon) ->tegen misselijkheid (anti-emetica)
Dafalgan® (paracetamol) -> koortswerend- en pijnstillend geneesmiddel (antipyreticum en
analgeticum).
, Substitutie medicatie:
Substitueren of vervangen-> als het organisme zelf geen of onvoldoende van een stof aanmaakt-> bv
hormonen of vitamines.
Bv: Euthyrox® (levothyroxine)-> schildklierhormoon
D-cure® (colecalciferol)-> vitamine D3
Profylactische medicatie:
In sommige situaties is het geweten dat het risico op het ontwikkelen van ziekte reëel is->
Profylactische middelen zorgen ervoor dat de ziekte zich niet (zo sterk) kan manifesteren.
Bv: patiënt die een darmoperatie moet ondergaan, krijgt zo profylactische antibiotica om de risico’s
op infectie te beperken.
Bv2: medicatie voor reizen naar tropisch land.
Diagnostische medicatie:
Product geven aan de patiënt om bepaalde ziekten vast te stellen-> bv contrastmiddelen om
bloedvaten of gewrichten te visualiseren of aan de tuberculine inspuiting die je krijgt voor je op stage
kan.
Visipaque® (jodixanol) -> intraveneus contrastmiddel.
Placebo medicatie:
heeft geen echte geneeskrachtige werking, maar de patiënt is ervan overtuigd dat dit wel werkzaam
is.
FARMACOKINETIEK:
Farmacokinetiek is de wetenschap die beschrijft wat het lichaam met een geneesmiddel doet.
Kennis van de wijze en snelheid van resorptie, distributie, chemisme en excretie van
geneesmiddelen.
Compartimentenmodel: