Samenvatting begrippen 1.3 organiseren
CRAVED-criteria
Concealable camofleerbaar
Removable verwisselbaar
Available beschikbaar
Valuable waardevol
Enjoyable plezierig
Disposable wegwerp baar
Risico gebieden:
- Veilig werken
- Fysische factoren
- Fysieke belasting
- Psychosociale belasting
- Gevaarlijke stoffen
Brand driehoek
1. Brandbare stof of brandstof
2. Zuurstof
3. Ontstekingstemperatuur
Bouwkundige installaties: zijn vooraf geïnstalleerde installaties die bij de bouw
behoren
- Het dak
- Vluchtplan
- Branddeur
- Garagepoort
Werktuigbouwkundige installaties: zijn installaties die werken op duwen en
trekken
- Verwarming
- Noodstroomvoorzieningen
- Droge stijg leiding
Elektronische installaties: is het bij elkaar horende geheel van elektrische
apparaten, aansluitingen en verbinden, die zich kunnen bevinden in gebouwen,
voertuigen, schepen, vliegtuigen.
- Brandmeldinstallatie
- Lampen
- Camera’s
RI&E:
1. Inventarisatie
2. Evaluatie
3. Plan van aanpak
4. Toetsen
5. Aan de slag
Risico: het gevaar voor schade of verlies door een onzekere gebeurtenis.
Risico = kans x gevolg
, Aansprakelijkheid: de ene partij verplicht is de schade van de andere partij te
vergoeden.
Verzekering: de verzekerde probeert met een verzekering een risico af te
dekken dat hij zelf niet kan of wil dragen.
Audit: een controle van de eigen organisatie, meestal door een extern bureau.
Risicolijst: bevat de mogelijke risico’s die een organisatie bedreigen.
Risicoregister: een risicolijst aangevuld met andere gegevens, zoals mogelijke
maatregelen.
Impact: een ander woord voor gevolg. Een risico met een grote impact heeft
grote gevolgen als het zich voordoet.
Calamiteit: een niet-verwachte rampzalige gebeurtenis die zodanig ernstige
schade kan veroorzaken dat het voortbestaan van de organisatie wordt
bedreigd.
Calamiteitenplan: een noodplan waarin wordt beschreven hoe te handelen in
geval van een calamiteit.
Betrokkenen bij een risicoanalyse:
- Stakeholder: een persoon, een organisatie of een groep mensen die direct
of indirect betrokken is bij de risicoanalyse of de uitvoering ervan.
- Directie: eindverantwoordelijk voor het (doen) opstellen en laten
uitvoeren vaneen risicoanalyse.
- Opdrachtgever: kan bijvoorbeeld een productiemanager zijn die een
risicoanalyse voor de veiligheid wil laten uitvoeren.
- Risicoteam: het team dat de risicoanalyse uitvoert.
- Medewerkers: medewerkers van de productie voeren het productieproces
uit.
- Leveranciers: het leveren van grondstoffen of diensten die nodig zijn voor
het produceren van het eigen product of dienst.
- Klanten: niet alleen een externe partij die je product koopt, maar het
kunnen ook interne klanten zijn.
- Overheid: is betrokken vanwege richtlijnen en voorschriften op het gebied
van onder andere productie, productinformatie en verpakking.
- Kwaliteitsmanager: geeft ondersteuning bij het opstellen van
procesbeschrijvingen en het meten van processen.
- Indirecte belanghebbenden: mensen die slechts indirect te maken hebben
met de risicoanalyse, maar wel belangrijk zijn.
CRAVED-criteria
Concealable camofleerbaar
Removable verwisselbaar
Available beschikbaar
Valuable waardevol
Enjoyable plezierig
Disposable wegwerp baar
Risico gebieden:
- Veilig werken
- Fysische factoren
- Fysieke belasting
- Psychosociale belasting
- Gevaarlijke stoffen
Brand driehoek
1. Brandbare stof of brandstof
2. Zuurstof
3. Ontstekingstemperatuur
Bouwkundige installaties: zijn vooraf geïnstalleerde installaties die bij de bouw
behoren
- Het dak
- Vluchtplan
- Branddeur
- Garagepoort
Werktuigbouwkundige installaties: zijn installaties die werken op duwen en
trekken
- Verwarming
- Noodstroomvoorzieningen
- Droge stijg leiding
Elektronische installaties: is het bij elkaar horende geheel van elektrische
apparaten, aansluitingen en verbinden, die zich kunnen bevinden in gebouwen,
voertuigen, schepen, vliegtuigen.
- Brandmeldinstallatie
- Lampen
- Camera’s
RI&E:
1. Inventarisatie
2. Evaluatie
3. Plan van aanpak
4. Toetsen
5. Aan de slag
Risico: het gevaar voor schade of verlies door een onzekere gebeurtenis.
Risico = kans x gevolg
, Aansprakelijkheid: de ene partij verplicht is de schade van de andere partij te
vergoeden.
Verzekering: de verzekerde probeert met een verzekering een risico af te
dekken dat hij zelf niet kan of wil dragen.
Audit: een controle van de eigen organisatie, meestal door een extern bureau.
Risicolijst: bevat de mogelijke risico’s die een organisatie bedreigen.
Risicoregister: een risicolijst aangevuld met andere gegevens, zoals mogelijke
maatregelen.
Impact: een ander woord voor gevolg. Een risico met een grote impact heeft
grote gevolgen als het zich voordoet.
Calamiteit: een niet-verwachte rampzalige gebeurtenis die zodanig ernstige
schade kan veroorzaken dat het voortbestaan van de organisatie wordt
bedreigd.
Calamiteitenplan: een noodplan waarin wordt beschreven hoe te handelen in
geval van een calamiteit.
Betrokkenen bij een risicoanalyse:
- Stakeholder: een persoon, een organisatie of een groep mensen die direct
of indirect betrokken is bij de risicoanalyse of de uitvoering ervan.
- Directie: eindverantwoordelijk voor het (doen) opstellen en laten
uitvoeren vaneen risicoanalyse.
- Opdrachtgever: kan bijvoorbeeld een productiemanager zijn die een
risicoanalyse voor de veiligheid wil laten uitvoeren.
- Risicoteam: het team dat de risicoanalyse uitvoert.
- Medewerkers: medewerkers van de productie voeren het productieproces
uit.
- Leveranciers: het leveren van grondstoffen of diensten die nodig zijn voor
het produceren van het eigen product of dienst.
- Klanten: niet alleen een externe partij die je product koopt, maar het
kunnen ook interne klanten zijn.
- Overheid: is betrokken vanwege richtlijnen en voorschriften op het gebied
van onder andere productie, productinformatie en verpakking.
- Kwaliteitsmanager: geeft ondersteuning bij het opstellen van
procesbeschrijvingen en het meten van processen.
- Indirecte belanghebbenden: mensen die slechts indirect te maken hebben
met de risicoanalyse, maar wel belangrijk zijn.