100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting gehele boek inleiding straf- en procesrecht.

Rating
-
Sold
1
Pages
103
Uploaded on
28-05-2021
Written in
2020/2021

gehele samenvatting van het boek strafrecht met mate

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
May 28, 2021
Number of pages
103
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting
Inleiding in het strafrecht


Strafprocesrecht
p. 325-338

Inbeslagneming en doorzoeking
Inbeslagneming: art. 134 lid 1 Sv: ‘onder inbeslagneming van enig voorwerp wordt verstaan
het onder zich nemen of gaan houden van dat voorwerp ten behoeve van de strafvordering’
Er moet sprake zijn van:
- Een voorwerp
- Onder zich nemen
- Onder zich gaan houden
- Ten behoeve van de strafvordering (=doel)

Art. 134 lid 1 Sv wordt in de artt. 94 en 94a Sv geconcretiseerd en ingeperkt. Indien een
voorwerp in beslag wordt genomen dat daar niet vatbaar voor is, dan is het onrechtmatig.

Waarheidsvinden, art. 94 Sv --> denk aan voorwerpen die moeten worden onderzocht op
vingerafdrukken of bloedsporen.
Art. 94 lid 1 Sv bepaalt dat het doel ook mag zijn het aantonen van wederrechtelijk
verkregen voordeel.
Art. 94 lid 2 Sv noemt het klassieke inbeslagnemingsdoel het veiligstellen van
voorwerpen voor verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer. --> voorwerpen waarmee
het strafbaar feit is gepleegd, of voorwerpen die men niet in bezit mag hebben.

Opsporingsambtenaren mogen hun inbeslagnemingsbevoegdheden niet gebruiken om het
slachtoffer te helpen zijn gestolen spullen terug te krijgen.

Volgens artikel 94a lid 5 Sv worden onder verwerpen verstaan, alle zaken en alle
vermogensrechten. --> ook onroerende zaken en vorderingen kunnen inbeslag worden
genomen.

Indien een voorwerp aan iemand toebehoort die geen toestemming geeft is het niet voldoende
dat er sprake is van een voorwerp dat vatbaar is voor inbeslagneming. Er moet dan ook sprake
zijn van een inbeslagnemingsbevoegdheid


De bevoegdheid tot inbeslagneming
RC heeft een algemene inbeslagnemingsbevoegdheid volgens art. 104 Sv --> niet gekoppeld
aan bijzondere gevallen.
De bijzondere (aan spoedgevallen gekoppelde) inbeslagnemingsbevoegdheden die de
politie van oudsher had, zijn te vinden in artt. 95 en 96 Sv. In art. 96 Sv is aan alle
opsporingsambtenaren de bevoegdheid toegekend om daarvoor vatbare voorwerpen in beslag
te nemen als sprake is van de verdenking van een misdrijf als omschreven in art. 67 lid 1 Sv.
--> gaat om misdrijven waarop vier jaar gevangenisstraf of meer straat. Voldoende is dat een

,redelijk vermoeden bestaat dat een strafbaar feit is begaan. Een verdachte hoeft er nog niet te
zijn.

Art. 95 Sv geeft degene die de verdachte aanhoudt of staande houdt, de bevoegdheid om de
daarvoor vatbare voorwerpen die deze met zich voert, in beslag te nemen

Art. 96 lid 1 Sv geeft opsporingsambtenaren een bevoegdheid tot inbeslagneming in geval van
ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit. Dit is alleen van belang als dat strafbare feit
niet onder art. 67 lid 1 Sv valt en niet onder een bijzondere wet die in een
inbeslagnemingsbevoegdheid voorziet.


Onderzoek aan/in lichaam of kleding
Art. 95 lid 2 Sv wijst op de bevoegdheid die art. 56 Sv geeft om de aangehouden verdachte te
fouilleren.

Art. 56 Sv beperkt zich tot verdachten die zijn aangehouden. Alleen opsporingsambtenaren
krijgen een bevoegdheid toegekend. Ook eis het artikel ‘ernstige bezwaren’. --> een redelijk
vermoeden van schuld is niet voldoende.
De uitoefening van de bevoegdheid moet in het belang van het onderzoek zijn.

- Onderzoek aan kleding: mag door elke opsporingsambtenaar verricht worden. (art. 56
lid 4 Sv) [kleding hoeft niet heel te blijven]
- Onderzoek aan het lichaam: mag alleen op bevel van OvJ of de hulpofficier
plaatsvinden (art, 56 lid 1 Sv). [mag niet in de natuurlijke holtes zoals anus en vagina
gekeken worden]
- Onderzoek in het lichaam: bevel van OvJ nodig. Onderzoek moet uitgevoerd worden
door een arts, deze dient ook te beoordelen of het onderzoek om geneeskundige
redenen achterwege dient te blijven.
o Afnemen van celmateriaal ten behoeve van DNA-onderzoek is geregeld in artt.
151a e.v. en 195a e.v.
Art. 56 Sv kan alleen toegepast worden ten aanzien van aangehouden verdachten.

Na aanhouding zal de OvJ de RC moeten inschakelen op basis van art. 181 Sv. Het is dan aan
de RC om een onderzoek aan/in lichaam of kleding te bevelen (art. 195 Sv)


Betreding en doorzoeking van plaatsen
De bevoegdheid om ter inbeslagneming bepaalde plaatsen te betreden impliceert niet de
bevoegdheid om die plaatsen te doorzoeken. --> De opsporingsambtenaar mag op grond van
een betredingsbevoegdheid niet meer dan zoeken rondkijken.

Art. 96 Sv koppeld aan de daarin aan elke opsporingsambtenaar gegeven
inbeslagnemingsbevoegdheden de bevoegdheid om elke plaats te betreden. (ook woningen) Er
moet zijn voldaan aan de voorschriften van de Algemene wet op het binnentreden
--> de opsporingsambtenaar die zonder toestemming van de bewoner binnentreedt, moet
voorzien zijn van een schriftelijke machtiging afgegeven door een advocaat generaal, OvJ of
hulpofficier (art. 2 en 3 lid 1 Awb).
--> opsporingsambtenaar moet zich eerst legitimeren

,--> doel van komst mededelen (art. 1 lid 1 Awbi) [ook als er met toestemming binnen
getreden wordt]

Blijkt doorzoeking toch nodig, dan geeft art. 96 lid 2 Sv de bevoegdheid de situatie in
afwachting van de komst van de OvJ of de RC te ‘bevriezen’ --> geeft niet de bevoegdheid tot
vrijheidsbeneming.

Art. 96c lid 3 Sv geeft de doorzoekingsbevoegdheid van de OvJ
Art. 96c Sv voorziet de mogelijkheid van een spoeddoorzoeking. Kan onder leiding van de
hulpofficier worden verricht bij dringende noodzakelijkheid en indien het optreden van de
OvJ niet kan worden afgewacht.

Art. 96c lid 1 Sv zondert woningen en kantoren van verschoningsgerechtigden uit van de
plaatsen die door de OvJ mogen worden doorzocht. De doorzoeking van deze plaatsen is
voorgehouden aan de RC.
--> art. 110 Sv geeft de RC die op voet van artt. 181-183 Sv bij de zaak betrokken is,
de bevoegdheid om ambtshalve elke plaats te doorzoeken.


Bevel tot uitlevering
Art. 96a Sv geeft opsporingsambtenaren de bevoegdheid om de uitlevering te vorderen van
voor inbeslagneming vatbare voorwerpen. De weigering aan dat bevel te voldoen, levert een
strafbaar feit op (art. 184 Sr).
--> daarin verschilt het bevel van de uitnodigingen om het voorwerp vrijwillig af te
geven waarvan in art. 99 lid 1 Sv wordt gesproken = uitvloeisel van het
subsidiariteitsbeginsel: de bewoner moet in de gelegenheid worden gesteld om een
ingrijpende doorzoeking te voorkomen. De rechthebbende moet in beginsel eerst de
gelegenheid krijgen om het gezochte voorwerp vrijwillig af te geven.

Het bevel mag alleen gegeven worden als sprake is van een misdrijf dat onder art. 67 lid 1 Sv
valt. Er moet het redelijk vermoeden bestaan dat de persoon tot wie het bevel wordt gericht
houder is van een voor inbeslagneming vatbaar voorwerp.

Art. 96a lid 2 Sv bepaalt dat het bevel niet aan de verdachte gegeven mag worden. = neno
tenetur-beginsel. Houdt in dat verdachte niet verplicht mag worden om bewijs tegen zichzelf
te leveren.

, Strafrecht met mate
samenvatting
Nico Jörg

Hoofdlijnen van het strafrecht
 Materieel strafrecht:
- Welke gedragingen zijn strafbaar gesteld?
- Welke misdrijven en overtredingen kennen we?
- Opgenomen in het wetboek van strafrecht en bijzondere wetten zoals de Opiumwet
en lokale APV’s.

 Formeel strafrecht:
- Hoe is ons strafprocesrecht form gegeven?
- Welke bevoegdheden hebben opsporingsambtenaren?
- Hoe ziet het onderzoek ter terechtzitting eruit?
- Vinden we in wetgeving in formele zin, dus in het wetboek van strafvordering, ook
in de Opiumwet en Wet Wapens en Munitie. We vinden formeel strafrecht niet
terug in lagere wetten.

 Sanctierecht:
- Heeft materiele als zowel processuele kenmerken.
- Het sanctierecht ziet op de vraag hoe moeten de straffen nu ten uitvoer worden
gelegd en maatregelen.

Belangrijke actoren binnen het strafprocesrecht
 Verdachte (en evt. advocaat)
 Politie/ hulpofficier van justitie
 Officier van Justitie
 Slachtoffer
 Rechter commissaris
 Zittingsrechter
 Getuige
 Deskundige

Structuur strafprocesrecht
1. Vooronderzoek (opsporing)
2. Onderzoek ter terechtzitting (rechter)
3. Tenuitvoerlegging (straf of maatregel)

Invloed van Europa
 Raad van Europa: EVRM en EHRM
(vb. Murray t. NL, EHRM 26 april 2016)
 Cevdet Yilmaz nu toch gratie

 EU (Europese Unie): EU regelgeving en Hof van Justitie
(vb. Richtlijn 2013/48/EU recht op toegang tot advocaat)
$7.80
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
aukjebrand58

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
aukjebrand58 Maastricht University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
9
Member since
4 year
Number of followers
6
Documents
5
Last sold
1 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions