Geschreven door Chris Dirkzwager
In deze samenvatting staat het volgende van hoofdstuk 1:
Beschrijving van het technisch systeem.
Het verschil tussen informatiestromen, goederenstromen en geldstromen.
Beschrijving van het sociaal-politiek systeem.
Beschrijving van het open systeem.
Elementen die betrekking hebben tot de omgeving van een organisatie.
Beschrijving van de activiteiten die het bestuur van een organisatie uitvoert.
Beschrijving van de samenhang tussen de verschillende soorten organisaties.
De gebruikte foto’s en modellen komen van het boek ‘Bedrijfskunde de basis, van Gert
Alblas, Peter Thuis & Kees Kokke (6e druk).
, Organisatie als technisch systeem:
Binnen een technisch systeem bestaan er 3 verschillende stromen:
Informatiestromen
Goederenstromen en transformatieprocessen
Geldstromen
Informatiestromen
Informatiestromen zijn nodig om goederen of diensten te kunnen produceren en deze op de
markt te brengen. Deze verschillende aspecten hebben effect op het functioneren van de
organisatie.
Verkooporder: de order die wordt doorgegeven vanuit de klant naar de organisatie.
Productieorder: de informatie van de order wordt doorgegeven aan de organisatie
die de order gereed gaat maken.
Inkooporder: producten die de organisatie gebruikt, moeten worden ingekocht.
Goederenstromen en transformatieprocessen
Goederenstromen: alles wat getransformeerd wordt tot een product of dienst.
Bij de goederenstroom en de transformatie zijn er 3 belangrijke punten:
Arbeid: personele capaciteit om het transformatieproces in gang te zetten en de
daarvanuit vloeiende producten of diensten leveren.
Natuur: alle grondstoffen en materialen die nodig zijn voor de transformatie.
Kapitaal: de machines die worden gebruikt bij de transformatie.
De goederenstroom gaat vanaf de inloopmarkt naar de afzetmarkt (verkoopmarkt). De
productiecapaciteit is afhankelijk van de arbeid, natuur en kapitaal.
Er zijn twee verschillende trajecten:
1. Materials management: stroom van goederen van leverancier tot en met de opslag
van producten die af zijn.
2. Fysieke distributie: het traject dat de producten afleggen naar de klant.
Geldstromen
Het geld dat een klant geeft wordt gebruikt voor alles binnen een organisatie.
Operationele geldstroom: geldstroom waar het gaat om de bekostiging van de
goederenstroom.
Financiële geldstroom: tijdelijke tekorten die kunnen worden aangevuld d.m.v.
leningen.