100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Statistiek 2 de jaar

Rating
-
Sold
2
Pages
47
Uploaded on
24-05-2021
Written in
2020/2021

Samenvatting van lessen en boek

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
May 24, 2021
Number of pages
47
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

1 Hoofdstuk 1: inductieve statistiek in onderzoek
1.1 Doel
Statistiek= hulpmiddel om gegevens te verzamelen, classificeren, samenvatten, organiseren,
analyseren, interpreteren. Het biedt ons regels om consequent en verantwoord conclusies te trekken
over wetmatigheden in gedrag
Beschrijvende= gegevens proberen te beschrijven en gegevens Inductieve= de gegevens
proberen samen te vatten, uitdrukken in grafieken, tabellen, gebruiken om uitspraken te
kengetallen zoals mediaan. kunnen maken.
1.2 Empirische cyclus
1) Vraag/probleemstelling
Blondines zijn even intelligent dan
brunettes
2) Operationaliseren= meetbaar maken
Brunettes zijn intelligenter dan blondines
3) Gegevens verzamelen steekproef trekking
IQ-af van groep brunettes en groep
blondines
4) Beschrijvende
IQ brunettes= 102, IQ blondines= 90
5) Inductieve
Is 102 significant hoger dan 90?
1.3 Probleem inductieve statistiek
Men is nooit in staat gegevens te verkrijgen van de complete populatie daarom steekproeftrekking.
Kernprobleem hierbij: welke garantie is er dat conclusies ook generaliseerbaar zijn voor de rest van
populatie?
Niet erg om geen sluitende zekerheid te hebben over de conclusies zolang er geweten is hoe groot de
onzekerheid is.= hoe groot is de kans dat conclusies fout zijn?
Bv. op basis van de steekproef kan er met 95 % zekerheid geconcludeerd worden dat 40 jarige moeders
meer een autoritaire opvoedingsstijl hanteren dan 25 jarige moeders.

1.4 Statistische significantie
Twee mogelijkheden bij hypothesetoetsing:

Gevonden verschil is eerder klein en te wijten aan toevallige Verschil is groot genoeg=
variabiliteit significant
1.5 Kansberekening


populatie A = populatie B




Steek-proef Steek-proef
>
A B

,Verschillen de scores voldoende om te concluderen dat x een invloed heeft op y, m.a.w. is er een
significant verschil?  ervan uitgaan dat er geen verschil (x heeft geen invloed op y)
Hoe groot is de kans dat er geen verschil is ?
kans groot dan is er wellicht geen echt verschil kans klein is wel een verschil
= geen significant verschil =wel een significantie verschil
1.6 Toetsen
De kans wordt berekend op basis van een kansverdelingen. Het al dan niet grote en kleine kans ligt op
5%=0.05

1.7 Misbruik van statistiek
Onduidelijke steekproef Gebrek aan context Interne validiteit: Laat het
Bv. “95% van de Belgen is tevreden Bv. “Duracell-batterijen gaan onderzoeksopzet toe om causale
over Activia” tot 5 maal langer mee conclusies te trekken?
conclusie: Statistiek is slechts een hulpmiddel en niet het doel op zich

1.8 Validiteit
Intern= Mate waarin we met een onderzoeksontwerp Extern= mate waarin resultaten van het
causale conclusies kunnen trekken over effect van OV op onderzoek kunnen gegeneraliseerd worden
AV over:
Voorwaarde: 4. (Onderzoek)situaties
1. Geen andere verklaringen voor gevonden verband 5. Methoden
2. Oorzaak moet in tijd voorafgaan aan gevolg 6. Tijd
3. Effect van OV op AV in voorspelde richting 7. Populaties
Alternatieve verklaringen uitsluiten bij experimenteel onderzoek:
Randomiseren Voormeting & nameting Controleren voor storende variabele
= methodologie: noodzakelijk om juiste conclusies te trekken, statistiek alleen is onvoldoende

2 Kansverdeling en kansberekeningen
2.1 Kansverdelingen
Frequentieverdeling= voorstelling waarin Kansverdeling= verdeling die de mogelijke uitkomsten van
elke waarde aangeduid wordt hoe vaak een variabele met de bijhorende kansen weergeeft.
deze voorkomt weergave hypothetische realiteit/data, kans
weergave geobserveerde realiteit/data,  lees je af hoe groot de kans zou zijn om een waarde te
frequentie observeren binnen een bepaalde range
lees je af hoe vaak een bepaalde waarde Kans = waarschijnlijkheid om een bepaalde gebeurtenis
geobserveerd werd in een steekproef te observeren, uitgedrukt met een getal tussen 0 en 1

Hoe meer observaties
binnen één steekproef
hoe meer de
frequentieverdeling zal
gaan lijken op de
theoretische kansverdeling.
Bij oneindige aantal
worpen identiek aan
elkaar.

, Gemiddelde Verwachte waarde




Deviatie




2.2 Steekproefgemiddelde
1) Populatie
2) Trek een steekproef van grootte n  2
3) Bereken het gemiddelde
4) Trek uit dezelfde populatie terug een steekproef van grootte n  2
5) Bereken van die steekproef het gemiddelde Je hebt dan een tweede gemiddelde dat waarschijnlijk verschilt
van het eerste
6) Blijf steekproeven van grootte n  2 trekken en bereken telkens het steekproefgemiddelde.
7) Al die gemiddelde in een grafiek steekproefverdeling (steekproefgemiddelde)
8) Als je daarvan het gemiddelde berekent dan valt dat (in de long run) exact samen met het gemiddelde van
de populatie waaruit je trekt. Voor elke steekproef ( X1, X2,…) uit eender welke populatie X geldt :
Gemiddelde van het steekproefgemiddelde = aan het populatiegemiddelde

Waarde steekproef Gemiddelde van steekproef kans Hoe groot is de kans dat een bepaalde
2-2 (2+2)/2=2 1/ 9 steekproefgemiddelde voorkomt?

2-4 (2+ 4)/ 2=3 1/ 9

2-6 (2+6)/2=4 1/ 9

4-2 (4+2)/ 2=3 1/ 9
4-4 ( 4+ 4)/2=4 1/ 9

4-6 (4+6)/2=5 1/ 9

6-2 (6+ 2)/2=4 1/ 9

6-4 (6+ 4)/2=5 1/ 9
6-6 (6+ 6)/2=6 1/ 9

, 2.3 Steekproefverdeling
Verwachte waarde= populatiegemiddelde μ

Gemiddelde van de steekproef is
een zuivere schatter van het
gemiddelde van de populatie
Schatter: we schatten met behulp
van het steekproefgemiddelde het
populatiegemiddelde
Zuiver: geen systematische
afwijkingen

(2 + 4 + 6)/3 = 4

(1/9 x 2) + (2/9 x 3) + (3/9 x 4) + (2/9 x 5) + (1/9 x 6) = 4

Standaardafwijking van steekproevenverdeling = standaardfout van gemiddelde X


SE X  X  Standaardafwijking van populatie
N
steekproefgrootte


Standaardafwijking van gemiddelde van X

Standard Error of standaardfout van het gemiddelde


Zelfde formule als deviatie alleen gem veranderen door
Formule Z- waarde:




2.4 Vorm van de steekproefverdeling
Centrale Limiet Theorema= wanneer je een groot aantal steekproefgemiddelden berekent vanuit een
kansverdeling die niet noodzakelijk normaal verdeeld is, dat de verdeling van al deze
steekproefgemiddelden bij benadering normaal verdeeld zal zijn. Hoe groter de steekproef, hoe meer de
normale verdeling benaderd wordt.
2.4.1 Voorwaarde
Populatie normaal Ja Ja nee
$8.54
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
pavitravandenhoven
4.0
(1)

Get to know the seller

Seller avatar
pavitravandenhoven Thomas More Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
7
Member since
4 year
Number of followers
5
Documents
9
Last sold
5 months ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions