31. De industriële revolutie die de basis legde voor een industriële samenleving.
33. De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie.
34. De opkomst van emancipatiebewegingen.
36. De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme,
socialisme, confessionnalisme en feminisme.
37. De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van
massaorganisatie. (Tijdvak 9)
38. Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën: communisme en
fascisme/nationaalsocialisme. (Tijdvak 9)
44. Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme. (Tijdvak 9)
45. De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een
wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog. (Tijdvak 10)
46. De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld. (Tijdvak
10)
48. De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw
aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen. (Tijdvak 10)
, 1. China en het modern imperialisme
Waardoor verloor China zijn positie als regionale grootmacht?
De Qing-dynastie
Vanaf de 17e eeuw: de Qing-dynastie
Er was sprake van het confucianisme: de Keizer werd door de Hemel gekozen.
De keizer werd ondersteund door een groep intellectuelen: de mandarijnen (ambtenaren)
Om een mandarijn te worden was er een ingewikkeld en kostbaar examenstelsel, hierdoor
was het een bevoorrechte klasse.
Groot deel van de samenleving was boer, met als plichten:
1. Belasting
2. Voedsel verbouwen
3. In het leger dienen
Zij bleven trouw door het confucianisme.
De machtspositie van de Qing-dynastie verzwakte door:
1. Sterke bevolkingsgroei -> hongersnoden
2. Corruptie aan het hof (vriendjespolitiek)
3. Afpersing en diefstal door de mandarijnen
4. Het modern imperialisme
China en het modern imperialisme
19e eeuw: industrialisatie en nationalisme -> het modern imperialisme:
1. Verkrijgen van grondstoffen en afzetgebied
2. Versterken van machtspositie en status
In China was alleen havenstad Kanton opengesteld, daarnaast was er nauwelijks interesse
in westers handelswaar (Chinees superioriteitsgevoel: sinocentrisme).
In 1820 trad opium toe (door de Britten), de Chinese bevolking raakte verslaafd en er kwam
een verbod, deze had weinig nut. De illegale handel was winstgevend voor de Britten
(zilver). Een grote hoeveelheid opium werd vernietigd door de overheid en dit leidde tot de
Eerste Opiumoorlog toen de Britten als reactie hierop een leger stuurde.
Ongelijke verdragen
Nadat China de Eerste Opium Oorlog had verloren kwam de eerste van de Ongelijke
Verdragen (schadevergoeding betalen, 5 havens open, Hongkong werd een britse kolonie).
Meer landen probeerden ook invloed te krijgen. Meer westerse aanwezigheid betekende dat
de Chinese regering zeggenschap verloor over haar eigen grondgebied.
Buitenlanders hadden extraterritorialiteit: eigen rechtbanken en rechtspraak op de Chinese
grond.
Door meer buitenlanders verminderde de inkomsten van de bevolking en dit leidde tot
onvrede en een Tweede Opiumoorlog. China werd weer verslagen en er kwam nog een
Ongelijk Verdrag (bewegingsvrijheid voor buitenlanders in China).