Begrippenlijst Sportmarketingcommunicatie (Marko Heijl) Bjarne Ceulemans
Begrippenlijst
Attention economy: strijd om de aandacht van consumenten te winnen via reclameprikkels
Shockvertising: adverteermethode om de aandacht te trekken door te shockeren
Intrusion marketing: programma’s onderbreken met reclame, ongewenst
Permission marketing: sponsors tijdens een herhaling van een goal storen niet omdat je
ervoor sport in de plaats krijgt
Imago transfer/kracht van associatie: ene merk straalt af op het andere (kan ook negatief)
TOP-programma: “The Olympic Sponsors” van het IOC, ca. $200M voor 1 olympiade (4 jaar)
Competitive balance: competitief evenwicht/UOO als belangrijke voorwaarde opdat sport
oncontroleerbaar blijft (FFP in Europa, draft system en limited rosters in VS)
Sportainment: entertainment komt stilaan boven het sportieve te staan (bv. “Money Fight”)
Venue branding: sponsor geeft zijn naam aan bepaalde infrastructuur (bv. “Lotto Park”)
Flash factor: eind jaren ’90 was traditionele reclame niet langer effectief en moest men op
zoek naar andere kanalen die wel de aandacht trekken
Sponsorship by hobby: sponsors die worden gekozen omwille van persoonlijke voorkeur van
de mecenas
CBT-sponsoring:
Conversatie: inhoudelijk verhaal creëren
Belevenis: beleving consument aanscherpen en interactie aangaan
Terugverdien: omzet genereren
Viral marketing: reclame die via sociale media viraal kan gaan en verspreid door de wereld
Sportsociologie: sociale stratificatie van sport waarbij de hogere klassen een groter
gezondheidsbesef hebben en houden van minder contact
Ambush marketing: organisatie of onderneming associeert zich voor promotionele
doeleinden met een geambushte project (bv. OS) zonder de sponsoringkosten te betalen
Top-topicals: inhaakmomenten waarbij je jouw product verbindt aan de actualiteit
(voorspelbaar = 25% korting, onvoorspelbaar = 50% korting)
Stopping power: advertentie waarbij mensen even blijven hangen of stoppen met scrollen
(vaak omdat ze iets herkennen uit de actualiteit of omdat het schokkend is)
Assvertising: reclame op de kont van wielrenners
Athleisure: comfortabele outfit die je kan dragen tijdens het sporten en als alledaagse kledij
Employer branding: mensen willen graag voor een bekend bedrijf werken en via
sportsponsoring wordt een bedrijf meer bekend
Begrippenlijst
Attention economy: strijd om de aandacht van consumenten te winnen via reclameprikkels
Shockvertising: adverteermethode om de aandacht te trekken door te shockeren
Intrusion marketing: programma’s onderbreken met reclame, ongewenst
Permission marketing: sponsors tijdens een herhaling van een goal storen niet omdat je
ervoor sport in de plaats krijgt
Imago transfer/kracht van associatie: ene merk straalt af op het andere (kan ook negatief)
TOP-programma: “The Olympic Sponsors” van het IOC, ca. $200M voor 1 olympiade (4 jaar)
Competitive balance: competitief evenwicht/UOO als belangrijke voorwaarde opdat sport
oncontroleerbaar blijft (FFP in Europa, draft system en limited rosters in VS)
Sportainment: entertainment komt stilaan boven het sportieve te staan (bv. “Money Fight”)
Venue branding: sponsor geeft zijn naam aan bepaalde infrastructuur (bv. “Lotto Park”)
Flash factor: eind jaren ’90 was traditionele reclame niet langer effectief en moest men op
zoek naar andere kanalen die wel de aandacht trekken
Sponsorship by hobby: sponsors die worden gekozen omwille van persoonlijke voorkeur van
de mecenas
CBT-sponsoring:
Conversatie: inhoudelijk verhaal creëren
Belevenis: beleving consument aanscherpen en interactie aangaan
Terugverdien: omzet genereren
Viral marketing: reclame die via sociale media viraal kan gaan en verspreid door de wereld
Sportsociologie: sociale stratificatie van sport waarbij de hogere klassen een groter
gezondheidsbesef hebben en houden van minder contact
Ambush marketing: organisatie of onderneming associeert zich voor promotionele
doeleinden met een geambushte project (bv. OS) zonder de sponsoringkosten te betalen
Top-topicals: inhaakmomenten waarbij je jouw product verbindt aan de actualiteit
(voorspelbaar = 25% korting, onvoorspelbaar = 50% korting)
Stopping power: advertentie waarbij mensen even blijven hangen of stoppen met scrollen
(vaak omdat ze iets herkennen uit de actualiteit of omdat het schokkend is)
Assvertising: reclame op de kont van wielrenners
Athleisure: comfortabele outfit die je kan dragen tijdens het sporten en als alledaagse kledij
Employer branding: mensen willen graag voor een bekend bedrijf werken en via
sportsponsoring wordt een bedrijf meer bekend