100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Nederlands Op Niveau informatieboek samenvatting

Rating
-
Sold
-
Pages
9
Uploaded on
18-05-2021
Written in
2019/2020

Belangrijke paragrafen uit het boek Op Niveau staan in deze samenvatting beschreven. Het is te gebruiken voor bijvoorbeeld het voorbereiden op een leestoets. Stijlfouten, drogredenen, beeldspraak en nog veel meer staan overzichtelijk in een tabel uitgelegd met onder andere voorbeelden. Er staat ook meer over (bijv) formuleren en lezen en schrijven. Kort samengevat bestaat het uit een goede voorbereiding op je leestoets!

Show more Read less
Level
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
5

Document information

Uploaded on
May 18, 2021
Number of pages
9
Written in
2019/2020
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting Nederlands

Lezen en schrijven (theorie)

[1] Tekstdoelen, tekstsoorten en tekstvormen

o Tekstdoelen:
- Informeren
- Uiteenzetten (uitleggen hoe iets in elkaar zit)
- Overtuigen
- Beschouwen (belichten, laten nadenken)
- Activeren
- Amuseren

o Tekstsoorten:
- Informatieve teksten = Teksten die hoofdzakelijk gegevens verstrekken of uitleggen hoe
iets in elkaar zit.
- Opiniërende teksten = Teksten die hoofdzakelijk ergens voor pleiten, iemand tot
activiteiten aansporen of iemand echt na laten denken.
- Amuserende teksten = Teksten die als doel hebben iemand te vermaken.
- Zakelijke teksten = Informatieve en opiniërende teksten samen.

 Tekstvorm = De vorm waarin een tekst gegoten wordt.

[2] Subjectieve en objectieve teksten

 Subjectieve teksten = Teksten waarin nadrukkelijk de mening van de schrijver in voorkomt.
 Objectieve teksten = Teksten die tot doel hebben informatie te verschaffen.
 Bevatten hoofdzakelijk controleerbare feiten.

- Intentie (wat wil de schrijver bereiken) achterhalen.

o Bij schijnobjectiviteit presenteert de schrijver/spreker zijn uitspraak als feitelijke informatie, als
objectieve uitspraak, maar in werkelijkheid gaat het om een mening.

[10] Onderwerp en hoofdgedachte

 Onderwerp : Geeft in één of meerdere woorden het onderwerp van de tekst weer.
 Hoofdgedachte = De belangrijkste uitspraak die de schrijver over het onderwerp doet.
 Noteer je altijd in één niet te lange zin.

[12] De inleiding

o Functies van inleiding:
1. Belangstelling wekken.
2. Het onderwerp introduceren en/of de hoofdgedachte naar voren brengen.
3. Aankondigen hoe de tekst is opgebouwd.
4. De aanleiding noemen.
5. De lezer of luisteraar welwillend stemmen.

o Hoe maak je een pakkende inleiding?
- Beginnen met één of meer directe vragen. (zorgt voor nieuwsgierigheid)
- Beginnen met een uitspraak in de vorm van een stelling, gevolgd door een vraag.
- Beginnen met een retorische vraag.
- Een anekdote vertellen, een kort verhaaltje met een grappige/verassende kern.


Door Sylvie Schop

, [13] Middenstuk

o In het middenstuk werkt de schrijver de hoofdgedachte uit in een aantal deelonderwerpen.

[14] Het slot

o Het slot heeft als doel te tekst af te ronden door middel van:
1. Een samenvatting te geven, zie je vooral bij informatieve teksten, uiteenzettingen en
beschouwingen terug.
2. Een conclusie trekken, zie vooral bij betogende en activerende teksten.
3. Een aanbeveling doen.
4. Een afweging maken
5. Een oproep doen.

[15] Tekststructuren

o Elke tekst, geschreven en gesproken, moet zo zijn opgebouwd dat er een samenhangend
geheel ontstaat.
 De samenhang ontstaat door de tekst een bepaalde structuur of opbouw te geven.

[16] Voordelen-en-nadelenstructuur
(uiteenzetting/beschouwing/betoog)

 De schrijver beschrijft in de inleiding een verschijnsel met duidelijke voor- en nadelen.
 In het middenstuk behandelt hij bijvoorbeeld alle voordelen en daarna de nadelen.
 In het slot staat een afweging, conclusie of samenvatting.

 Hoofdvraag: Wat zijn de voor- en nadelen?

[17] Vroeger-en-nu-structuur en vroeger-nu-toekomststructuur
(uiteenzetting/beschouwing/betoog)

Vroeger-en-nu-structuur
o Gaat om een ontwikkeling in de tijd, het heden tegenover het verleden.
 In de inleiding vertelt de schrijver om welk verschijnsel het gaat.
 In het middengedeelte beschrijft hij wat er in de loop van tijd is veranderd, maar altijd
zodanig dat twee perioden scherp tegenover elkaar staan.
 Het slot bevat een samenvatting, conclusie of aanbeveling.

 Hoofdvraag: Wat is er veranderd?

Vroeger-nu-toekomststructuur
o Gaat eveneens om een ontwikkeling in de tijd, accent valt vaak meer op de geleidelijkheid van
die ontwikkelingen dan op de scherpe tegenstellingen.
 In de inleiding staat een beschrijving van een ontwikkeling of verandering.
 In het middenstuk beschrijft de schrijver welke ontwikkelingen er tot nu toe zijn
geweest en welke nog worden verwacht.
 Het slot bevat vaak een samenvatting, conclusie of aanbeveling.

 Hoofdvraag: Wat is er al verandert en wat gaat er nog veranderen?


Door Sylvie Schop
$6.00
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
SylvieS

Get to know the seller

Seller avatar
SylvieS
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
9
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions