Natuurkunde samenvatting vwo 4
Bewegen
De verplaatsing (x) is de netto verplaatsing en de afstand (s) is de totaal afgelegde afstand.
Bij delen een raaklijn tekenen en bij vermenigvuldigen hokjes tellen/oppervlaktemethode.
o Eenparige beweging = een beweging met constante snelheid.
- Bij een eenparige rechtlijnige beweging: s = v x t
- Bij een rechtlijnige beweging: s = vgem x t
- Bij een eenparige versnelde beweging: vgem = ½ (vb + ve)
2π r
- Bij een cirkelbeweging met constante snelheid: v =
T
Krachten
Luchtweerstand recht evenredig met kwadraat van de snelheid
Rolweerstand
Schuifweerstand recht evenredig met de massa
Eerste wet van Newton: ΣF = 0, dan v = constant (hoe groter de massa, hoe groter de
traagheid.
Tweede wet van Newton: Fnetto = m x a
Derde wet van Newton: actie = - reactie
- Fz = m x g, tabel 31
Elektriciteit
Lading: grootheid Q en eenheid C
Bij influentie veroorzaken geladen voorwerpen ladingsscheiding in neutrale voorwerpen.
o Stroomsterkte (I, A) = de hoeveelheid lading die per seconde door een geleider
stroomt. Een stroommeter sluit je in serie aan.
o Spanning (U, V) = hoeveel Joule elektrische energie de spanningsbron geeft aan 1
coulomb lading. Een voltmeter sluit je parallel aan.
o Vermogen (P, W) = de hoeveelheid energie die per seconde wordt verbruikt.
- De geleidbaarheid (G, S) is hoe eenvoudig de stroom beweegt.
- De weerstand (R, Ω) is hoe moeilijk stroom kan bewegen. Ohmse weerstanden zijn
niet afhankelijk van de temperatuur, G en R blijven constant, de grafiek heeft een
rechte lijn door de oorsprong en er is een recht evenredig verband tussen U en I.
ρxl
o R=
A
De lengte is recht evenredig met de weerstand.
De oppervlakte, doorsnede draad is omgekeerd evenredig met de weerstand.
Knooppunt ΣI = 0
Bewegen
De verplaatsing (x) is de netto verplaatsing en de afstand (s) is de totaal afgelegde afstand.
Bij delen een raaklijn tekenen en bij vermenigvuldigen hokjes tellen/oppervlaktemethode.
o Eenparige beweging = een beweging met constante snelheid.
- Bij een eenparige rechtlijnige beweging: s = v x t
- Bij een rechtlijnige beweging: s = vgem x t
- Bij een eenparige versnelde beweging: vgem = ½ (vb + ve)
2π r
- Bij een cirkelbeweging met constante snelheid: v =
T
Krachten
Luchtweerstand recht evenredig met kwadraat van de snelheid
Rolweerstand
Schuifweerstand recht evenredig met de massa
Eerste wet van Newton: ΣF = 0, dan v = constant (hoe groter de massa, hoe groter de
traagheid.
Tweede wet van Newton: Fnetto = m x a
Derde wet van Newton: actie = - reactie
- Fz = m x g, tabel 31
Elektriciteit
Lading: grootheid Q en eenheid C
Bij influentie veroorzaken geladen voorwerpen ladingsscheiding in neutrale voorwerpen.
o Stroomsterkte (I, A) = de hoeveelheid lading die per seconde door een geleider
stroomt. Een stroommeter sluit je in serie aan.
o Spanning (U, V) = hoeveel Joule elektrische energie de spanningsbron geeft aan 1
coulomb lading. Een voltmeter sluit je parallel aan.
o Vermogen (P, W) = de hoeveelheid energie die per seconde wordt verbruikt.
- De geleidbaarheid (G, S) is hoe eenvoudig de stroom beweegt.
- De weerstand (R, Ω) is hoe moeilijk stroom kan bewegen. Ohmse weerstanden zijn
niet afhankelijk van de temperatuur, G en R blijven constant, de grafiek heeft een
rechte lijn door de oorsprong en er is een recht evenredig verband tussen U en I.
ρxl
o R=
A
De lengte is recht evenredig met de weerstand.
De oppervlakte, doorsnede draad is omgekeerd evenredig met de weerstand.
Knooppunt ΣI = 0