Week : inleiding
Week 2: staatsrecht
Week 3: bestuursrecht
Week 4 en 5: privaatrecht 1 en 2
Week 6: strafrecht
Week 7: internationaal recht
Donderdag en maandagavond OV 1.41.1 om vragen te beantwoorden.
Recht
Je staat pas stil bij recht als het niet goed gaat.
Recht is het geheel van overheidsregels dat in de samenleving geldt
Doelen van recht:
- Ordenen van de samenleving
- Zorgen voor een rechtvaardige oplossing bij conflicten
Belangentegenstelling!
ECLI:NL:GHAMS:JAAR:SPECIFIEK NUMMER daarmee kan je allerlei zaken vinden op internet.
Rechtspraak is ook niet feilloos
Maar in het algemeen hoge standaard in Nederland.
Driehoek checks and balances:
Rechter
Politie, OM Advocaat
Politie, OM bereiden zaak voor.
Advocaat verdedigd verdachte.
Rechter bepaald of de verdachte vervolgd wordt.
Rechtelijke macht:
Eerste aanleg:
11 rechtbanken
4 gerechtshoven (hoger beroep)
Cassatie (nog steeds niet uit) = 1 hoge raad (kijkt naar de rechtsspraak)
Alles gedaan dan kan je naar het Europees gerechtshof.
Levenslang = in Nederland levenslang vroeger en nu dat je binnen 25 jaar de zaak moet
heroverwegen.
De rijdende rechter behandeld civiele zaken. (geen strafrechtelijke zaken)
,Indeling:
Publiekrecht = rechtsverhouding tussen overheid en burger
Privaatrecht = rechtsverhouding tussen burgers onderling
Publiekrecht:
- Staatsrecht
- Fiscaal recht
- Bestuursrecht
- Strafrecht
- EU-recht
Privaatrecht:
- Burgerlijk recht
Personen- en familierecht
Rechtspersonenrecht
Goederenrecht
Verbintenissenrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Erfrecht
- Handelsrecht
Sociaalrecht
Internationaal recht
Materieel recht vs formeel recht
Materieel recht:
Regels die rechten verlenen en verplichtingen opleggen tussen burgers onderling, tussen burgers en
overheid en tussen overheden onderling.
Formeel recht:
Procesrecht.
Rechtssubjecten (natuurlijke personen) vs rechtsobjecten (goederen + dieren)
Rechtssubjecten:
- Natuurlijke personen (mens van vlees en bloed)
- Rechtspersonen (organisatie)
Publiekrechtelijk: De Staat, provincies, gemeenten, waterschappen.
Privaatrechtelijk: NV’s, BV’s, verenigingen, coöperaties, stichtingen.
Rechtsobjecten:
- Vermogensrechten
- Zaken:
Stoffelijke voorwerpen die voor menselijke beheersing vatbaar zijn (art. 3:2 BW)
Jurisprudentie: ook warmte, informatie en elektriciteit zijn zaken
, Een dier is geen rechtssubject, maar een rechtsobject
Rechtsbronnen:
Wet = er zijn cultuurverschillen in wetgeving.
Gewoonte = herhaling van feiten in gelijksoortige verhouding. (behoort niet tot het
strafrecht, wel tot het internationaal recht).
Jurisprudentie = het geheel van uitspraken van rechters
Verdragen = internationale overeenkomsten tussen staten.
Wet
Wet in formele zin:
“Ieder gezamenlijk besluit van regering en Staten-Generaal dat volgens een bepaalde procedure tot
stand is gekomen.”
Wet in materiële zin:
“Iedere naar buiten werkende algemene de burgers bindende regeling, uitgaande van een
overheidsorgaan, dat zijn bevoegdheid daartoe direct ontleent aan een wet in formele zin.”
Cultuurverschillen
Er zijn ook grote cultuurverschillen tussen wetgeving.
Wetten zijn aan het veranderen onderhevig.
Wetten zijn aan verandering onderhevig
- 1919 kiesrecht voor vrouwen
- Gehuwde vrouwen tot 1957 handelingsonbekwaam
- Meerderjarigheid
- Porno
- “Homohuwelijk”
- Euthanasie
- Abortus
- Meervoudig ouderschap
Gewoonte
Gewoonte herhaling van feiten in gelijksoortige verhoudingen.
De handelingen zijn een gevolg van de overtuiging dat iemand zo behoort te doen als hij doet.
Afwijking van de gewoonte wordt als onbehoorlijk ervaren in de betrokken kring van personen.
Gewoonte is een belangrijke bron in het internationaal recht: opinio iuris (gemeenschappelijke
rechtsovertuiging)
Gewoonte niet in het strafrecht: Legaliteitsbeginsel
Geen straf, zonder dat duidelijk is wat je gedaan heb = nulla poena sine lege (legaliteitsbeginsel)
Legaliteitsbeginsel
Nulla poena sine lege:
geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling
(art. 16 Grondwet en art. 1 lid 1 WvS)