Oefening literatuurgeschiedenis havo 4
1. Hoe lang duren de Middeleeuwen, geef jaartallen
Van 500-1500
2. Wat betekent Memento Mori en leg uit waarom dat in de Middeleeuwen een belangrijke
spreuk is.
Memento Mori betekent Gedenk te sterven, dat was in de ME belangrijk omdat God centraal
staat en het leven na de dood erg belangrijk was.
3. Geef de drie standen in de Middeleeuwen en leg uit waarom dat de eerste, tweede en derde
stand is.
Eerste stand: geestelijkheid (konden lezen en schrijven, waren vaak van adel), tweede stand
adel (bezaten grond, geld en hadden veel macht), derde stand boeren (werkten voor de adel,
waren vaak lijfeigenen, soort slaven)
4. Er zijn twee verschillende soorten ridderromans, welke zijn dit?
Voorhoofse en hoofse ridderromans
5. Geef per soort uit vraag 4 aan welke kenmerken daarbij horen.
Voorhoofs: strijd, brute kracht, trouw aan God/koning, positie van de vrouw ondergeschikt
Hoofs: liefde belangrijk, vrouw centraal, vaak een zoektocht naar heilig object.
6. Maria wordt in de Middeleeuwse literatuur vaak vereerd. Hoe heet een werk waarin Maria
vereerd wordt?
Marialegende
7. Geef een voorbeeld van een Marialegende.
Beatrijs
8. Karel de Grote komt voor in de Karelromans en Arthur in in Arthurromans. Wat zijn de
verschillen tussen deze twee romans? Gebruik hierbij ook weer de termen voorhoofs en
hoofs.
Bij Karel gaat het om trouw aan de leenheer en strijd tussen ridders/ ruw en wreed, vrouwen
ondergeschikte rol, dus voorhoofs.
Bij Arthur gaat het om liefde, om de vrouw, ridders moedig en slim en vrouw wordt vereerd,
dus hoofs.
9. Waarom heet de 17e eeuw de Gouden eeuw?
Omdat de Nederlanden rijk werden van de handel met alle delen van de wereld.
10. Wat betekent Renaissance en leg dit begrip uit.
Wedergeboorte: van de klassieke oudheid, van de Griekse en Romeinse oudheid.
11. Welke spreuk hoort er bij deze tijd?
Carpe diem of Pluk de dag
12. Noem drie soorten toneelstukken uit de renaissance.
Tragedie (drama), Komedie (humor) en kluchten (makkelijke toneelstukken)
13. Wat zijn de kenmerken van een sonnet?
Sonnet: 14 regels, verdeeld over 4 strofen, gaat meestal over de liefde voor een vrouw.
14. In het journaal van Bontekoe wordt een reis van de VOC beschreven. Hoe heet dit genre?
Reisverhalen
15. Het Wilhelmus is een acrostichon, wat is dat?
1. Hoe lang duren de Middeleeuwen, geef jaartallen
Van 500-1500
2. Wat betekent Memento Mori en leg uit waarom dat in de Middeleeuwen een belangrijke
spreuk is.
Memento Mori betekent Gedenk te sterven, dat was in de ME belangrijk omdat God centraal
staat en het leven na de dood erg belangrijk was.
3. Geef de drie standen in de Middeleeuwen en leg uit waarom dat de eerste, tweede en derde
stand is.
Eerste stand: geestelijkheid (konden lezen en schrijven, waren vaak van adel), tweede stand
adel (bezaten grond, geld en hadden veel macht), derde stand boeren (werkten voor de adel,
waren vaak lijfeigenen, soort slaven)
4. Er zijn twee verschillende soorten ridderromans, welke zijn dit?
Voorhoofse en hoofse ridderromans
5. Geef per soort uit vraag 4 aan welke kenmerken daarbij horen.
Voorhoofs: strijd, brute kracht, trouw aan God/koning, positie van de vrouw ondergeschikt
Hoofs: liefde belangrijk, vrouw centraal, vaak een zoektocht naar heilig object.
6. Maria wordt in de Middeleeuwse literatuur vaak vereerd. Hoe heet een werk waarin Maria
vereerd wordt?
Marialegende
7. Geef een voorbeeld van een Marialegende.
Beatrijs
8. Karel de Grote komt voor in de Karelromans en Arthur in in Arthurromans. Wat zijn de
verschillen tussen deze twee romans? Gebruik hierbij ook weer de termen voorhoofs en
hoofs.
Bij Karel gaat het om trouw aan de leenheer en strijd tussen ridders/ ruw en wreed, vrouwen
ondergeschikte rol, dus voorhoofs.
Bij Arthur gaat het om liefde, om de vrouw, ridders moedig en slim en vrouw wordt vereerd,
dus hoofs.
9. Waarom heet de 17e eeuw de Gouden eeuw?
Omdat de Nederlanden rijk werden van de handel met alle delen van de wereld.
10. Wat betekent Renaissance en leg dit begrip uit.
Wedergeboorte: van de klassieke oudheid, van de Griekse en Romeinse oudheid.
11. Welke spreuk hoort er bij deze tijd?
Carpe diem of Pluk de dag
12. Noem drie soorten toneelstukken uit de renaissance.
Tragedie (drama), Komedie (humor) en kluchten (makkelijke toneelstukken)
13. Wat zijn de kenmerken van een sonnet?
Sonnet: 14 regels, verdeeld over 4 strofen, gaat meestal over de liefde voor een vrouw.
14. In het journaal van Bontekoe wordt een reis van de VOC beschreven. Hoe heet dit genre?
Reisverhalen
15. Het Wilhelmus is een acrostichon, wat is dat?