H 1,2,8,9,10,11,20,21,22,23,24,26,29
1. Wat is het coördineren van zorg?
Het gaat om het regelen en afstemmen van de zorg met je eigen en met andere
disciplines.
2. Wat is continuïteit van zorg?
Het geven van zorg zonder dat er zaken dubbel gebeuren.
3. Welke soorten overlegvormen zijn er?
Teambespreking, overdracht, MDO, zorgvrager bespreking etc.
4. Wat wordt er besproken tijdens een werkoverleg/teamoverleg?
Het reilen en zijlen van de afdeling of het team waarin je werkt.
5. Wat is een intervisie?
Samenwerken van een kleine groep collega’s, je deelt elkaars ervaringen.
6. Wie zijn er aanwezig bij een MDO?
Alle disciplines die betrokken zijn bij een zorgvrager.
7. Wanneer is iemand wilsonbekwaam?
Als diegene de informatie niet meer kan begrijpen en afwegen, niet begrijpt wat de
gevolgen van zijn besluit zijn en/of geen besluit kan nemen.
8. Wat is een consult?
Een ander woord voor een adviesgesprek.
9. Welke rollen/taken zijn er bij een vergadering?
Voorzitter = heeft de leiding, zorgt dat alles soepel verloopt
Notulist = noteert alle gemaakte afspraken en zorgt dat iedereen een kopie krijgt
Deelnemers = de overige mensen die aanwezig zijn, ze nemen deel aan de vergadering
10. Waar staat de CIZ voor?
Centraal Indicatiestelling Zorg.
11. Wat is zorg in natura?
Zorg die geleverd word aan de zorgvrager. 100%
12. Waar staat CAK voor?
Centraal Administratie Kantoor.
13. Welke 4 soorten leiderschapsstijlen zijn er? Wat is het belangrijkste kenmerk?
Autoritaire leider
(luisteren niet/weinig naar personeel doen wat volgens hun de goede manier is).
Democratische leider
(luistert naar hun personeel maat uiteindelijk maken de zelf wel de beslissing).
Coachende leider
(wil het personeel beter maken en doen hier alles aan)
Laissez-fair-leider
(geeft leiding vanuit een stoel, erg lui)
14. Waar staat de WMO voor?
Wet Maatschappelijke Ondersteuning.
15. Wat is de V&VN ?
Een beroepsvereniging.
16. Wat is de VAR?
Verzorgende Adviesraad.