Wijsbegeerte in middeleeuwen
Augustinus 4e eeuw Willem van Ockham 13e eeuw
Herontdekking Aristoteles 13e eeuw
Augustinus 4e eeuw:
- Context Augustinus
o Val Romeinse rijk, maar geen totale vernietiging -> nog steeds keizerschap
o Franken slagen erin keizerschap op te nemen, maar vooral dankzij Christendom dat wel overeind was gebleven
o Staatsgodsdienst in 4e eeuw
o Germaanse volkeren lieten kerstening doen door Oost-Romeinse zendelingen die ketterse opvatting hadden (Arianisme, Christus niet
goddelijk maar godgelijk), buiten Franken!
o Belang Christendom die in deze periode houvast bood → kerk eeuwenlang belangrijkste instantie
- Augustinus 4e eeuw
o Verlossing niet in macht van menselijke rede maar geschonken goddelijke genade
o Scheppingsidee
▪ Wilsact van god
▪ Exemplaria (verwezenlijking bij schepping)
o Universum in se goed (door God geschapen), kwade komt voort uit vrije wilsuiting van mens (stemmen we met begeerte in of wijzen we ze
af)
o In alle wilsbeslissingen keuze maken in functie van heilsplan god
o Afkeer ijdele wereldse nieuwsgierigheid (vana curiositas mundi)
o Goed georiënteerde wil noodzakelijk voor kennis, universele begrippen (exemplaria) in Gods geest.
Augustinus 4e eeuw Willem van Ockham 13e eeuw
Herontdekking Aristoteles 13e eeuw
Augustinus 4e eeuw:
- Context Augustinus
o Val Romeinse rijk, maar geen totale vernietiging -> nog steeds keizerschap
o Franken slagen erin keizerschap op te nemen, maar vooral dankzij Christendom dat wel overeind was gebleven
o Staatsgodsdienst in 4e eeuw
o Germaanse volkeren lieten kerstening doen door Oost-Romeinse zendelingen die ketterse opvatting hadden (Arianisme, Christus niet
goddelijk maar godgelijk), buiten Franken!
o Belang Christendom die in deze periode houvast bood → kerk eeuwenlang belangrijkste instantie
- Augustinus 4e eeuw
o Verlossing niet in macht van menselijke rede maar geschonken goddelijke genade
o Scheppingsidee
▪ Wilsact van god
▪ Exemplaria (verwezenlijking bij schepping)
o Universum in se goed (door God geschapen), kwade komt voort uit vrije wilsuiting van mens (stemmen we met begeerte in of wijzen we ze
af)
o In alle wilsbeslissingen keuze maken in functie van heilsplan god
o Afkeer ijdele wereldse nieuwsgierigheid (vana curiositas mundi)
o Goed georiënteerde wil noodzakelijk voor kennis, universele begrippen (exemplaria) in Gods geest.