Organisatiekunde
Hoorcollege 1
Week Literatuur
1. Organisatiekunde in historisch perspectief Hoofdstuk 1
2. Strategie Hoofdstuk 2
3. Structuur Hoofdstuk 3
5. Systemen en skills Hoofdstuk 4 (excl. 4.4)
Hoofdstuk 6 (excl. 6.5)
6. Stijl Hoofdstuk 7
7. Cultuur (Shared Values) Hoofdstuk 8
Trends en ontwikkelingen Paragraaf 9.3
Responsie
Leerdoelen:
Je kunt na afloop van het vak Organisatiekunde:
1. historische ontwikkelingen in de organisatietheorie benoemen (H1);
2. modellen voor interne analyse en externe analyse in eigen woorden uitleggen (H1 en H2);
3. uitleggen hoe resultaten van interne en externe analyses kunnen worden vertaald in strategische
keuzes (H2);
4. voorbeelden geven van elementen die een rol spelen bij de inrichting van de organisatiestructuur
(H3);
5. de organisatiestructuur in termen van basisconfiguraties en organisatiestelsels beschrijven (H3);
6. de relatie tussen systemen en processen uitleggen (H4);
7. verbanden leggen tussen sleutelvaardigheden binnen de organisatie en het creëren van
toegevoegde waarde voor medewerkers, leveranciers/klanten en de maatschappij (H6);
8. aspecten van leidinggeven uitleggen aan de hand van relevante modellen (H7);
9. de invloed van cultuur op het functioneren van de organisatie verklaren (H8);
10. actuele ontwikkelingen in de organisatiekunde verklaren aan de hand van maatschappelijke
trends (9.3)
Belang van het vak organisatiekunde voor HRM:
Mensen moeten aangestuurd worden, opgeleid worden, efficiënt werken.
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen 🡪 Ook iets terug doen voor de omgeving.
Shareholders: Aandeelhouders
Stakeholders: Belanghebbende
Alle organisaties beschikken over
- Mensen
- Middelen
- Doelstellingen
Organisatie = Doelgericht samenwerkingsverband (meestal gericht op continuïteit)
, Indeling organisaties naar doelen
- Bedrijven (afhankelijk van klanten)
- Ondernemingen (gericht op winst)
- Non-profitorganisaties
- Overige organisaties, zoals amateurverenigingen (hebben leden ipv klanten)
Indeling naar rechtsvormen
- Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid zoals
- Eenmanszaak (zzp’er)
- Vennootschap onder firma
- Commanditaire vennootschap
- Organisaties met rechtspersoonlijkheid, zoals
- De naamloze vennootschap (nv, aandelen op de beurs te kopen)
- De besloten vennootschap (bv, beperkte groep aandeelhouders)
- Vereniging/ stichting
Ontwikkelingen in de organisatietheorie
🡪 Verschillende periodes kunnen verklaren, niet geheel uit hoofd kennen. Eerste 3 wel
kunnen verklaren.
Trends voor organisaties: Meer, beter & sneller voor minder
Hoorcollege 1
Week Literatuur
1. Organisatiekunde in historisch perspectief Hoofdstuk 1
2. Strategie Hoofdstuk 2
3. Structuur Hoofdstuk 3
5. Systemen en skills Hoofdstuk 4 (excl. 4.4)
Hoofdstuk 6 (excl. 6.5)
6. Stijl Hoofdstuk 7
7. Cultuur (Shared Values) Hoofdstuk 8
Trends en ontwikkelingen Paragraaf 9.3
Responsie
Leerdoelen:
Je kunt na afloop van het vak Organisatiekunde:
1. historische ontwikkelingen in de organisatietheorie benoemen (H1);
2. modellen voor interne analyse en externe analyse in eigen woorden uitleggen (H1 en H2);
3. uitleggen hoe resultaten van interne en externe analyses kunnen worden vertaald in strategische
keuzes (H2);
4. voorbeelden geven van elementen die een rol spelen bij de inrichting van de organisatiestructuur
(H3);
5. de organisatiestructuur in termen van basisconfiguraties en organisatiestelsels beschrijven (H3);
6. de relatie tussen systemen en processen uitleggen (H4);
7. verbanden leggen tussen sleutelvaardigheden binnen de organisatie en het creëren van
toegevoegde waarde voor medewerkers, leveranciers/klanten en de maatschappij (H6);
8. aspecten van leidinggeven uitleggen aan de hand van relevante modellen (H7);
9. de invloed van cultuur op het functioneren van de organisatie verklaren (H8);
10. actuele ontwikkelingen in de organisatiekunde verklaren aan de hand van maatschappelijke
trends (9.3)
Belang van het vak organisatiekunde voor HRM:
Mensen moeten aangestuurd worden, opgeleid worden, efficiënt werken.
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen 🡪 Ook iets terug doen voor de omgeving.
Shareholders: Aandeelhouders
Stakeholders: Belanghebbende
Alle organisaties beschikken over
- Mensen
- Middelen
- Doelstellingen
Organisatie = Doelgericht samenwerkingsverband (meestal gericht op continuïteit)
, Indeling organisaties naar doelen
- Bedrijven (afhankelijk van klanten)
- Ondernemingen (gericht op winst)
- Non-profitorganisaties
- Overige organisaties, zoals amateurverenigingen (hebben leden ipv klanten)
Indeling naar rechtsvormen
- Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid zoals
- Eenmanszaak (zzp’er)
- Vennootschap onder firma
- Commanditaire vennootschap
- Organisaties met rechtspersoonlijkheid, zoals
- De naamloze vennootschap (nv, aandelen op de beurs te kopen)
- De besloten vennootschap (bv, beperkte groep aandeelhouders)
- Vereniging/ stichting
Ontwikkelingen in de organisatietheorie
🡪 Verschillende periodes kunnen verklaren, niet geheel uit hoofd kennen. Eerste 3 wel
kunnen verklaren.
Trends voor organisaties: Meer, beter & sneller voor minder