Biologie samenvatting Hoofdstuk 8 – Ecosysteem en evenwicht
Paragraaf 8.1 – Energiestromen
Duurzaam vissen
- Vissen zijn belangrijke vetten en eiwitten voor mensen. Kabeljauw is erg gewild, maar door
overbevissing is de kabeljauwstand achter uit gegaan. Kabeljauw wordt niet altijd duurzaam,
de visstand blijft dan op peil.
- Internationaal zijn afspraken over duurzame vangstmethoden gemaakt. Dit heeft geleid tot
een keurmerk van het MSC, het Marine Stewardship Council.
Voedselketen, voedselweb en energie
- Algen zijn producenten (P). De hoeveelheid energie uit zonlicht die zij vastleggen in hun
organische stoffen, heet de bruto primaire productie (BPP). Bruto omdat dit de totale
hoeveelheid is die ze produceren. Primair omdat het de eerste productie van organische
stoffen is in een voedselketen.
- Die BPP is voor een groot deel brandstof voor algen. Door dissimilatie maken algen energie
vrij, die gebruiken ze bijv. voor het kopiëren van DNA. De rest gebruiken de algen als
bouwstof en dat vormt de netto primaire productie (NPP), dus NPP = BBP-D.
- Garnalen zijn consumenten van de 1e orde (C1). Voor de C1 is de NPP van algen een bron van
organische stoffen. Die brandstof is geschikt voor hun dagelijkse bezigheden. En het is
bouwstof voor consumenten van de 1e orden, secundaire productie.
- In voedselketens vormen vissen zoals schollen, het volgende trofische niveau. Zij zijn
consumenten van de 2e orde. Ze gebruiken een groot deel van de energie uit de organische
stoffen voor activiteiten, de rest als bouwstof.
- Kabeljauwen, consumenten van de 3e orde. Eten kleine vissen. Een deel is brandstof de rest is
bouwstof.
- Van de NPP van de algen blijft steeds minder van over. In een voedselketen daalt per schakel
de energie afhankelijk van de factoren zoals type voedsel en de consument gemiddeld 90%,
dat betekent dat er voor de volgende schakel telkens nog maar 10% over is.
Voer en energie
- Viskwekers willen graag zo goedkoop mogelijk zoveel mogelijk vis kweken. Ze willen
goedkoop voer dat een maximale secundaire productie oplevert. Voedselconversie is de
hoeveelheid voer die nodig is om 1 kg aan lichaamseigen organische stoffen bij een
organisme toe te laten nemen.
- Dit is gunstig bij kweekvissen, want ze zijn nu minder energie kwijt door het zoeken naar
voedsel en vluchten, dat bespaart op dissimilatie.
Bacteriën en schimmels
- De reducenten, dat zijn bacteriën en schimmels. Zij leven van water en voedsel van dode
organisme. Ze dissimileren het grootste deel van de organische stoffen, de rest is bouwstof.
Energie in organische stoffen
- Om de opgeslagen energie van een organisme te meten begin je met het bepalen van het
drooggewicht, dat bestaat uit organische stoffen, biomassa en uit mineralen.
- Je bepaalt de biomassa aan vetten, eiwitten en koolhydraten en kunt de hoeveelheid energie
berekenen.
- Energie komt ecosystemen in doordat producenten via fotosynthese energie uit zonlicht
vastleggen en verdwijnt via warmte die ontstaat bij dissimilatie.
Paragraaf 8.1 – Energiestromen
Duurzaam vissen
- Vissen zijn belangrijke vetten en eiwitten voor mensen. Kabeljauw is erg gewild, maar door
overbevissing is de kabeljauwstand achter uit gegaan. Kabeljauw wordt niet altijd duurzaam,
de visstand blijft dan op peil.
- Internationaal zijn afspraken over duurzame vangstmethoden gemaakt. Dit heeft geleid tot
een keurmerk van het MSC, het Marine Stewardship Council.
Voedselketen, voedselweb en energie
- Algen zijn producenten (P). De hoeveelheid energie uit zonlicht die zij vastleggen in hun
organische stoffen, heet de bruto primaire productie (BPP). Bruto omdat dit de totale
hoeveelheid is die ze produceren. Primair omdat het de eerste productie van organische
stoffen is in een voedselketen.
- Die BPP is voor een groot deel brandstof voor algen. Door dissimilatie maken algen energie
vrij, die gebruiken ze bijv. voor het kopiëren van DNA. De rest gebruiken de algen als
bouwstof en dat vormt de netto primaire productie (NPP), dus NPP = BBP-D.
- Garnalen zijn consumenten van de 1e orde (C1). Voor de C1 is de NPP van algen een bron van
organische stoffen. Die brandstof is geschikt voor hun dagelijkse bezigheden. En het is
bouwstof voor consumenten van de 1e orden, secundaire productie.
- In voedselketens vormen vissen zoals schollen, het volgende trofische niveau. Zij zijn
consumenten van de 2e orde. Ze gebruiken een groot deel van de energie uit de organische
stoffen voor activiteiten, de rest als bouwstof.
- Kabeljauwen, consumenten van de 3e orde. Eten kleine vissen. Een deel is brandstof de rest is
bouwstof.
- Van de NPP van de algen blijft steeds minder van over. In een voedselketen daalt per schakel
de energie afhankelijk van de factoren zoals type voedsel en de consument gemiddeld 90%,
dat betekent dat er voor de volgende schakel telkens nog maar 10% over is.
Voer en energie
- Viskwekers willen graag zo goedkoop mogelijk zoveel mogelijk vis kweken. Ze willen
goedkoop voer dat een maximale secundaire productie oplevert. Voedselconversie is de
hoeveelheid voer die nodig is om 1 kg aan lichaamseigen organische stoffen bij een
organisme toe te laten nemen.
- Dit is gunstig bij kweekvissen, want ze zijn nu minder energie kwijt door het zoeken naar
voedsel en vluchten, dat bespaart op dissimilatie.
Bacteriën en schimmels
- De reducenten, dat zijn bacteriën en schimmels. Zij leven van water en voedsel van dode
organisme. Ze dissimileren het grootste deel van de organische stoffen, de rest is bouwstof.
Energie in organische stoffen
- Om de opgeslagen energie van een organisme te meten begin je met het bepalen van het
drooggewicht, dat bestaat uit organische stoffen, biomassa en uit mineralen.
- Je bepaalt de biomassa aan vetten, eiwitten en koolhydraten en kunt de hoeveelheid energie
berekenen.
- Energie komt ecosystemen in doordat producenten via fotosynthese energie uit zonlicht
vastleggen en verdwijnt via warmte die ontstaat bij dissimilatie.