12.1 Inleiding
De externe waarde = wisselkoers. Voor welke waarde wordt je geld uitgedrukt in een andere
geldsoort. Wisselkoers is de prijs in euro’s die je betaalt voor vreemde valuta.
Interne waarde = koopkracht van je geld
12.2 Hoe komt de wisselkoers tot stand?
Valutamarkt:
- Vraag (mensen met een andere valuta)
a) willen goederen uit land met vreemde valuta kopen
b) of willen op vakantie gaan naar een land met vreemde valuta
c) of willen beleggen of investeren en hebben daarom die vreemde valuta nodig
- Aanbod (degene met die valuta)
a) willen op vakantie gaan en stellen hun valuta beschikbaar om om te wisselen tegen
de valuta van vakantieland
b) of willen goederen van buiten hun valuta gebied importeren en daarom valuta
omwisselen
c) willen buiten valuta gebied beleggen of investeren
- Verschil met andere markten is het te verhandelen product.
- Veel concurrentie
- Bestaat uit deelmarkten
- Volkomen concurrentie
Toeristen buiten eurolanden in Adam moesten euro’s kopen. Stijgt het toerisme uit niet-
eurolanden in NL, dan stijgt de vraag naar euro’s + de koers van de euro.
Appreciatie = Koersstijging van evenwichtsprijs agv vraag en aanbodfactoren
Depreciatie = Koersdaling van evenwichtsprijs agv vraag en aanbodfactoren
12.3 Welke invloed hebben wisselkoersen op de economie
Verlaging eurokoers → euro wordt goedkoper
Verhoging eurokoers → eurogebied duurder voor niet euro-landen →
verslechtering internationale concurrentiepositie van het eurogebied. → export
neemt af (vraag naar euro’s)→ import neemt toe (aanbod van euro’s) → lagere
productie → minder werkgelegenheid.
Enige voordeel hiervan is dat door de verlagende export en verhogende import een
koersverlagend, dus stabiliserend effect hebben.
Ruilvoet = prijsindex uitvoer / prijsindex invoer
* bij stijging van ruilvoet → verslechtering concurrentiepositie. → Gevolg van
relatief hogere exportprijzen = meer goederen importeren dan ervoor met dezelfde
opbrengst. Het probleem is om dezelfde hoeveelheid goederen te kunnen blijven exporteren.
Koersdaling eurogebied → (wisselkoers)inflatie → prijsstijgingen → rente stijgt.
!Rente% moet hoger zijn dan inflatie%!
12.4 Wat zijn de verschillen tussen zwevende en vaste wisselkoersen?
Zwevende koers
De externe waarde = wisselkoers. Voor welke waarde wordt je geld uitgedrukt in een andere
geldsoort. Wisselkoers is de prijs in euro’s die je betaalt voor vreemde valuta.
Interne waarde = koopkracht van je geld
12.2 Hoe komt de wisselkoers tot stand?
Valutamarkt:
- Vraag (mensen met een andere valuta)
a) willen goederen uit land met vreemde valuta kopen
b) of willen op vakantie gaan naar een land met vreemde valuta
c) of willen beleggen of investeren en hebben daarom die vreemde valuta nodig
- Aanbod (degene met die valuta)
a) willen op vakantie gaan en stellen hun valuta beschikbaar om om te wisselen tegen
de valuta van vakantieland
b) of willen goederen van buiten hun valuta gebied importeren en daarom valuta
omwisselen
c) willen buiten valuta gebied beleggen of investeren
- Verschil met andere markten is het te verhandelen product.
- Veel concurrentie
- Bestaat uit deelmarkten
- Volkomen concurrentie
Toeristen buiten eurolanden in Adam moesten euro’s kopen. Stijgt het toerisme uit niet-
eurolanden in NL, dan stijgt de vraag naar euro’s + de koers van de euro.
Appreciatie = Koersstijging van evenwichtsprijs agv vraag en aanbodfactoren
Depreciatie = Koersdaling van evenwichtsprijs agv vraag en aanbodfactoren
12.3 Welke invloed hebben wisselkoersen op de economie
Verlaging eurokoers → euro wordt goedkoper
Verhoging eurokoers → eurogebied duurder voor niet euro-landen →
verslechtering internationale concurrentiepositie van het eurogebied. → export
neemt af (vraag naar euro’s)→ import neemt toe (aanbod van euro’s) → lagere
productie → minder werkgelegenheid.
Enige voordeel hiervan is dat door de verlagende export en verhogende import een
koersverlagend, dus stabiliserend effect hebben.
Ruilvoet = prijsindex uitvoer / prijsindex invoer
* bij stijging van ruilvoet → verslechtering concurrentiepositie. → Gevolg van
relatief hogere exportprijzen = meer goederen importeren dan ervoor met dezelfde
opbrengst. Het probleem is om dezelfde hoeveelheid goederen te kunnen blijven exporteren.
Koersdaling eurogebied → (wisselkoers)inflatie → prijsstijgingen → rente stijgt.
!Rente% moet hoger zijn dan inflatie%!
12.4 Wat zijn de verschillen tussen zwevende en vaste wisselkoersen?
Zwevende koers