Ik, …jij Stam
Paragraaf jij, zij (ev), hij, Stam + t
1 het, u, men
zij (mv), wij, jullie stam + en
Tegenwoordige tijd
Persoonsvorm
Sterk VB: eten, at,
Verleden tijd
Zwak Laatste letter wel in het sexy fokschaap ->
ev -> + te, mv -> +ten
Laatste letter niet in het sexy fokschaap ->
Gebiedende wijs ev -> + de, mv -> +den
-> Altijd alleen de stam gebruiken
Onvoltooid dw -> Infinitief + D
Voltooid dw -> Ge + stam + d/t
-> laatste letter in ’t kofschip -> +T
-> laatste letter niet in ’t kofschip -> +D
Paragraaf
2
Hoofdletters Begin van de zin, als een zin met apostrof begint -> tweede woord hoofdletter
Alle namen,
Uitzonderingen: maanden, dagen, historische periodes, afleiding van feestdagen, windstreken
etc.
Punten Aan het einde van de zin, bij afkortingen die niet als zin uitgesproken worden, m.u.v. gewichten
en maten
Komma’s tussen onderdelen van de opsomming, tussen twee persoonsvormen, voor of na een
aanspreking of een tussenwerpsel, voor en na een bijstelling, voor een voorvoegsel.
Puntkomma Tussen zinnen die sterk samenhangen, tussen delen van een opsomming als het zinnen zijn
Dubbelepunt Als je met de opsomming begint, bij een verklaring en directe reden
Aanhalingsteke Bij een citaat, een directe reden, om sarcasme uit te drukken, als je het woord bedoelt en niet
n de betekenis
Vraagteken Aan het einde van een gestelde vraag
Uitroepteken Aan het einde van een zin met een bevel of uitroep.
Haakjes Wanneer je gebruik maakt van een voorbeeld of je een uitleg of toelichting geeft
Beletsteken Aan het einde van een zin die niet af is.
Als je een citaat schrijft om dan aan te geven dat er een stukje is weggelaten.
, Paragraaf 3
Woord bestaat - +en perzik – perziken
uit meerdere viezerik –
lettergrepen Let op: bij deze woorden viezeriken
waarbij de verdubbel je de medeklinker niet
klemtoon niet
aan het eind
van het woord
valt
Woord eindigt - +ën zee – zeeën
op –ee - +s dominee -
dominees
Woord eindigt - +’s baby – baby’s
op –a,-i, -o, -u auto – auto’s
of –y
Woord eindigt - +s cadeau – cadeaus
op –ay, -ey, - cowboy - cowboys
oy of –eau
Woord eindigt - Als de klemtoon op de knie – knieën
op –ie laatste lettergreep valt bacterie - bacteriën
+ën
- Als de klemtoon niet op
de laatste letter valt +n
Alle overige - +en paard – paarden
woorden boek- boeken
Samenstellingen Je schrijft de volgende woorden aan elkaar:
- Getallen tot duizend en samenstellingen met honderd en duizend.
Paragraaf jij, zij (ev), hij, Stam + t
1 het, u, men
zij (mv), wij, jullie stam + en
Tegenwoordige tijd
Persoonsvorm
Sterk VB: eten, at,
Verleden tijd
Zwak Laatste letter wel in het sexy fokschaap ->
ev -> + te, mv -> +ten
Laatste letter niet in het sexy fokschaap ->
Gebiedende wijs ev -> + de, mv -> +den
-> Altijd alleen de stam gebruiken
Onvoltooid dw -> Infinitief + D
Voltooid dw -> Ge + stam + d/t
-> laatste letter in ’t kofschip -> +T
-> laatste letter niet in ’t kofschip -> +D
Paragraaf
2
Hoofdletters Begin van de zin, als een zin met apostrof begint -> tweede woord hoofdletter
Alle namen,
Uitzonderingen: maanden, dagen, historische periodes, afleiding van feestdagen, windstreken
etc.
Punten Aan het einde van de zin, bij afkortingen die niet als zin uitgesproken worden, m.u.v. gewichten
en maten
Komma’s tussen onderdelen van de opsomming, tussen twee persoonsvormen, voor of na een
aanspreking of een tussenwerpsel, voor en na een bijstelling, voor een voorvoegsel.
Puntkomma Tussen zinnen die sterk samenhangen, tussen delen van een opsomming als het zinnen zijn
Dubbelepunt Als je met de opsomming begint, bij een verklaring en directe reden
Aanhalingsteke Bij een citaat, een directe reden, om sarcasme uit te drukken, als je het woord bedoelt en niet
n de betekenis
Vraagteken Aan het einde van een gestelde vraag
Uitroepteken Aan het einde van een zin met een bevel of uitroep.
Haakjes Wanneer je gebruik maakt van een voorbeeld of je een uitleg of toelichting geeft
Beletsteken Aan het einde van een zin die niet af is.
Als je een citaat schrijft om dan aan te geven dat er een stukje is weggelaten.
, Paragraaf 3
Woord bestaat - +en perzik – perziken
uit meerdere viezerik –
lettergrepen Let op: bij deze woorden viezeriken
waarbij de verdubbel je de medeklinker niet
klemtoon niet
aan het eind
van het woord
valt
Woord eindigt - +ën zee – zeeën
op –ee - +s dominee -
dominees
Woord eindigt - +’s baby – baby’s
op –a,-i, -o, -u auto – auto’s
of –y
Woord eindigt - +s cadeau – cadeaus
op –ay, -ey, - cowboy - cowboys
oy of –eau
Woord eindigt - Als de klemtoon op de knie – knieën
op –ie laatste lettergreep valt bacterie - bacteriën
+ën
- Als de klemtoon niet op
de laatste letter valt +n
Alle overige - +en paard – paarden
woorden boek- boeken
Samenstellingen Je schrijft de volgende woorden aan elkaar:
- Getallen tot duizend en samenstellingen met honderd en duizend.