Samenvatting goederenrecht
Inhoudsopgave
Overdracht ................................................................................................................................................... 2
Vertegenwoordiging ...................................................................................................................................... 4
Pand- en hypotheekrecht .............................................................................................................................. 6
Hypotheekrecht ............................................................................................................................................... 8
Pandrecht ..................................................................................................................................................... 10
Borgtocht.................................................................................................................................................... 14
Regres ........................................................................................................................................................ 14
Subrogatie .................................................................................................................................................. 15
Recht van reclame ...................................................................................................................................... 15
Rechtshandelingen onder een voorwaarde................................................................................................... 17
Opschortende voorwaarden ........................................................................................................................... 17
Ontbindende voorwaarden ............................................................................................................................. 18
Eigendomsvoorbehoud ............................................................................................................................... 18
Retentierecht.............................................................................................................................................. 20
Originaire eigendomsverkrijging .................................................................................................................. 22
Natrekking ..................................................................................................................................................... 22
Natrekking van onroerende zaken ................................................................................................................... 23
Natrekking van roerende zaken ....................................................................................................................... 24
Vermenging ................................................................................................................................................... 25
Oneigenlijke vermenging ................................................................................................................................ 25
Zaaksvorming ................................................................................................................................................ 26
Stappenplan natrekking ................................................................................................................................. 26
Octrooi ....................................................................................................................................................... 28
Licentie ......................................................................................................................................................... 31
Erfpacht ..................................................................................................................................................... 32
Opstalrecht ................................................................................................................................................ 32
Verplichte jurisprudentie............................................................................................................................. 34
1
,Overdracht
Vereisten voor overdracht (art. 3:84 BW):
1. Geldige titel
Een overeenkomst, reden van de overdracht
Bijvoorbeeld koopovereenkomst, schenking, verkrijging door erfrecht
2. Beschikkingsbevoegdheid
In beginsel is dat de eigenaar
3. Levering
Twee componenten: feitelijke handeling en goederenrechtelijke overeenkomst
Leveringsvormen: art. 3:90 en 3:114 BW of 3:115 BW
Art. 3:90 BW: dat je een bezit kan overdragen
Art. 3:114 BW: hoe je dat doet (bezitsoverdracht)
-> 'Normale overdracht'; als bezitter bezit overdraagt door verkrijger in staat te stellen
de macht uit te oefenen die hij zelf over het goed kon uitoefenen.
Art. 3:115 BW: overdracht van zaak door tweezijdige verklaring
-> Andere vormen van overdracht:
sub a: levering cp
Verklaring van bezitter die zichzelf als houder verklaart. Bezit gaat over. Er gebeurt
feitelijk niks (verschuift niks). Bezitsoverdracht zonder feitelijke handeling. Vervreemder
wordt houder voor de verkrijger.
sub b: brevi manu
De verkrijger was houder van de zaak voor de vervreemder.
sub c: longa manu
Wanneer een derde voor de vervreemder de zaak hield, en haar na de overdracht voor
de ontvanger houdt. De derde moet overdracht erkennen, of de vervreemder of
verkrijger moet de overdracht aan hem mededelen.
Verkrijging
Verkrijging kan onder algemene en bijzondere titel (art. 3:80 BW)
Verkrijging onder algemene titel (art. 3:80 lid 2 BW):
- Erfopvolging
(Erfgenaam volgt overledenen op in zijn positie)
- Boedelmenging
- Fusie
- Splitsing
- Besluit tot overgang
- Toepassing van afwikkelingsinstrument
- Afwikkeling centrale tegenpartijen
2
,Verkrijging onder bijzondere titel (art. 3:80 lid 3 BW):
- Overdracht
- Verjaring
- Onteigening
Beschikkingsbevoegdheid ontbreekt? Derdenbescherming?
Art. 3:86 lid 1 BW beschermt derde; vereisten:
1. Onbevoegdheid van vervreemder
2. Overdracht overeenkomstig art. 3:90, 3:91 of 3:93 BW
3. Roerende zaak, niet-registergoed of een recht aan toonder of order
4. Overdracht anders dan om niet
5. Verkrijger te goeder trouw
Geen derdenbescherming zolang de derde geen feitelijke macht heeft over de zaak. Dus
geen derdenbescherming bij levering cp (althans uitstel). Bij feitelijke macht geen
derdenbescherming.
Door derdenbescherming is oude eigenaar machteloos.
Er geldt wel een wegwijsplicht (art. 3:87 BW). Een verkrijger die binnen 3 jaren na zijn
verkrijging gevraagd wordt wie het goed aan hem vervreemdde moet die gegevens
verschaffen. Als hij niet aan deze verplichting kan doen, kan hij de derdenbescherming
niet inroepen (lid 1). Dit is niet van toepassing ten aanzien van geld (lid 2).
Bezitter en houder
Bezitter: heeft bezit (art. 3:107 BW)
Onmiddellijk bezitter: goed onder je hebben
Middellijk bezitter: goed niet onder je hebben
Houder: als je het bezit houdt voor iemand anders dan jezelf (art. 3:108 BW)
Onmiddellijk houder: goed onder je hebben, is niet van jou
Middellijk houder: goed niet onder je hebben, is niet van jou (subhouder en
subsubhouder kan ook)
Houder wordt in beginsel vermoed bezitter te zijn, tenzij houder het recht van bezitter
weerspreekt (art. 3:111 BW).
-> Intervisieverbod: houder blijf je. Je kan geen bezitter van jezelf maken. Tenzij dat
bezitter zegt dat dat mag of als houder het recht van bezitter weerspreekt.
Verjaring
Verkrijgende verjaring (art. 3:99 lid 1 BW):
3
, 1. Rechten op roerende zaken die niet-registergoederen zijn, en rechten aan
toonder of order
2. Bezitter te goeder trouw
® Verkrijging door een onafgebroken bezit van 3 jaren.
1. Andere goederen
® Verkrijging door onafgebroken bezit van 10 jaren.
Goeder trouw
Bezitter te goeder trouw: als hij zich als rechthebbende beschouwt en zich ook
redelijkerwijze als zodanig mocht beschouwen (art. 3:118 lid 1 BW)
Niet te goeder trouw: wanneer hij wist of behoorde te weten dat hij geen rechthebbende
was.
Te kwader trouw: als hij weet dat hij geen rechthebbende is, maar zich wel zo gedraagt.
(Bijvoorbeeld een dief)
Terugwerkende kracht
Art. 3:53 BW: vernietiging heeft terugwerkende kracht. Dan moet het eigendom weer
terug naar oorspronkelijke vervreemder. Bezit gaat niet van rechtswege terug.
Vertegenwoordiging
De vertegenwoordiger is een tussenpersoon bij de levering. Moet steeds aan de
vereisten van overdracht, art. 3:84 BW zijn voldaan.
Onmiddellijke en middellijke vertegenwoordiging
Onmiddellijke vertegenwoordiging: vertegenwoordiger handelt in naam van. Lasthebber
is zelf geen contractspartij, de lastgever wel. Rechten en verplichtingen ontstaan direct
voor de lastgever (art. 7:414 lid 1 BW). Als er ‘in de naam van’ of ‘vertegenwoordiging’ in
de casus staat, is er sprake van onmiddellijke vertegenwoordiging.
Middellijke vertegenwoordiging: handelen in eigen naam, maar voor rekening van de
lastgever. Dan wordt lasthebber contractspartij (art. 7:414 lid 2 BW). Als ‘in eigen naam’
in de casus staat, dan middellijke vertegenwoordiging. Bij verkrijging heb je
samengestelde titel.
Bij verkrijging: art. 3:110 BW van toepassing. Het bezit en eigendom van derde gaat over
op de achterman. De levering ook.
4
Inhoudsopgave
Overdracht ................................................................................................................................................... 2
Vertegenwoordiging ...................................................................................................................................... 4
Pand- en hypotheekrecht .............................................................................................................................. 6
Hypotheekrecht ............................................................................................................................................... 8
Pandrecht ..................................................................................................................................................... 10
Borgtocht.................................................................................................................................................... 14
Regres ........................................................................................................................................................ 14
Subrogatie .................................................................................................................................................. 15
Recht van reclame ...................................................................................................................................... 15
Rechtshandelingen onder een voorwaarde................................................................................................... 17
Opschortende voorwaarden ........................................................................................................................... 17
Ontbindende voorwaarden ............................................................................................................................. 18
Eigendomsvoorbehoud ............................................................................................................................... 18
Retentierecht.............................................................................................................................................. 20
Originaire eigendomsverkrijging .................................................................................................................. 22
Natrekking ..................................................................................................................................................... 22
Natrekking van onroerende zaken ................................................................................................................... 23
Natrekking van roerende zaken ....................................................................................................................... 24
Vermenging ................................................................................................................................................... 25
Oneigenlijke vermenging ................................................................................................................................ 25
Zaaksvorming ................................................................................................................................................ 26
Stappenplan natrekking ................................................................................................................................. 26
Octrooi ....................................................................................................................................................... 28
Licentie ......................................................................................................................................................... 31
Erfpacht ..................................................................................................................................................... 32
Opstalrecht ................................................................................................................................................ 32
Verplichte jurisprudentie............................................................................................................................. 34
1
,Overdracht
Vereisten voor overdracht (art. 3:84 BW):
1. Geldige titel
Een overeenkomst, reden van de overdracht
Bijvoorbeeld koopovereenkomst, schenking, verkrijging door erfrecht
2. Beschikkingsbevoegdheid
In beginsel is dat de eigenaar
3. Levering
Twee componenten: feitelijke handeling en goederenrechtelijke overeenkomst
Leveringsvormen: art. 3:90 en 3:114 BW of 3:115 BW
Art. 3:90 BW: dat je een bezit kan overdragen
Art. 3:114 BW: hoe je dat doet (bezitsoverdracht)
-> 'Normale overdracht'; als bezitter bezit overdraagt door verkrijger in staat te stellen
de macht uit te oefenen die hij zelf over het goed kon uitoefenen.
Art. 3:115 BW: overdracht van zaak door tweezijdige verklaring
-> Andere vormen van overdracht:
sub a: levering cp
Verklaring van bezitter die zichzelf als houder verklaart. Bezit gaat over. Er gebeurt
feitelijk niks (verschuift niks). Bezitsoverdracht zonder feitelijke handeling. Vervreemder
wordt houder voor de verkrijger.
sub b: brevi manu
De verkrijger was houder van de zaak voor de vervreemder.
sub c: longa manu
Wanneer een derde voor de vervreemder de zaak hield, en haar na de overdracht voor
de ontvanger houdt. De derde moet overdracht erkennen, of de vervreemder of
verkrijger moet de overdracht aan hem mededelen.
Verkrijging
Verkrijging kan onder algemene en bijzondere titel (art. 3:80 BW)
Verkrijging onder algemene titel (art. 3:80 lid 2 BW):
- Erfopvolging
(Erfgenaam volgt overledenen op in zijn positie)
- Boedelmenging
- Fusie
- Splitsing
- Besluit tot overgang
- Toepassing van afwikkelingsinstrument
- Afwikkeling centrale tegenpartijen
2
,Verkrijging onder bijzondere titel (art. 3:80 lid 3 BW):
- Overdracht
- Verjaring
- Onteigening
Beschikkingsbevoegdheid ontbreekt? Derdenbescherming?
Art. 3:86 lid 1 BW beschermt derde; vereisten:
1. Onbevoegdheid van vervreemder
2. Overdracht overeenkomstig art. 3:90, 3:91 of 3:93 BW
3. Roerende zaak, niet-registergoed of een recht aan toonder of order
4. Overdracht anders dan om niet
5. Verkrijger te goeder trouw
Geen derdenbescherming zolang de derde geen feitelijke macht heeft over de zaak. Dus
geen derdenbescherming bij levering cp (althans uitstel). Bij feitelijke macht geen
derdenbescherming.
Door derdenbescherming is oude eigenaar machteloos.
Er geldt wel een wegwijsplicht (art. 3:87 BW). Een verkrijger die binnen 3 jaren na zijn
verkrijging gevraagd wordt wie het goed aan hem vervreemdde moet die gegevens
verschaffen. Als hij niet aan deze verplichting kan doen, kan hij de derdenbescherming
niet inroepen (lid 1). Dit is niet van toepassing ten aanzien van geld (lid 2).
Bezitter en houder
Bezitter: heeft bezit (art. 3:107 BW)
Onmiddellijk bezitter: goed onder je hebben
Middellijk bezitter: goed niet onder je hebben
Houder: als je het bezit houdt voor iemand anders dan jezelf (art. 3:108 BW)
Onmiddellijk houder: goed onder je hebben, is niet van jou
Middellijk houder: goed niet onder je hebben, is niet van jou (subhouder en
subsubhouder kan ook)
Houder wordt in beginsel vermoed bezitter te zijn, tenzij houder het recht van bezitter
weerspreekt (art. 3:111 BW).
-> Intervisieverbod: houder blijf je. Je kan geen bezitter van jezelf maken. Tenzij dat
bezitter zegt dat dat mag of als houder het recht van bezitter weerspreekt.
Verjaring
Verkrijgende verjaring (art. 3:99 lid 1 BW):
3
, 1. Rechten op roerende zaken die niet-registergoederen zijn, en rechten aan
toonder of order
2. Bezitter te goeder trouw
® Verkrijging door een onafgebroken bezit van 3 jaren.
1. Andere goederen
® Verkrijging door onafgebroken bezit van 10 jaren.
Goeder trouw
Bezitter te goeder trouw: als hij zich als rechthebbende beschouwt en zich ook
redelijkerwijze als zodanig mocht beschouwen (art. 3:118 lid 1 BW)
Niet te goeder trouw: wanneer hij wist of behoorde te weten dat hij geen rechthebbende
was.
Te kwader trouw: als hij weet dat hij geen rechthebbende is, maar zich wel zo gedraagt.
(Bijvoorbeeld een dief)
Terugwerkende kracht
Art. 3:53 BW: vernietiging heeft terugwerkende kracht. Dan moet het eigendom weer
terug naar oorspronkelijke vervreemder. Bezit gaat niet van rechtswege terug.
Vertegenwoordiging
De vertegenwoordiger is een tussenpersoon bij de levering. Moet steeds aan de
vereisten van overdracht, art. 3:84 BW zijn voldaan.
Onmiddellijke en middellijke vertegenwoordiging
Onmiddellijke vertegenwoordiging: vertegenwoordiger handelt in naam van. Lasthebber
is zelf geen contractspartij, de lastgever wel. Rechten en verplichtingen ontstaan direct
voor de lastgever (art. 7:414 lid 1 BW). Als er ‘in de naam van’ of ‘vertegenwoordiging’ in
de casus staat, is er sprake van onmiddellijke vertegenwoordiging.
Middellijke vertegenwoordiging: handelen in eigen naam, maar voor rekening van de
lastgever. Dan wordt lasthebber contractspartij (art. 7:414 lid 2 BW). Als ‘in eigen naam’
in de casus staat, dan middellijke vertegenwoordiging. Bij verkrijging heb je
samengestelde titel.
Bij verkrijging: art. 3:110 BW van toepassing. Het bezit en eigendom van derde gaat over
op de achterman. De levering ook.
4