Elektriciteit hoofdstuk 3 en 9
Paragraaf 1
Atoommodel van Thomson
Elektronen
Protonen (+)
Neutronen (-)
Elektronen kunnen bewegen
Als elektronen ver uit elkaar blijven spreken we van statische elektriciteit.
Een statisch geladen voorwerp heeft een overschot of een tekort aan negatieve
lading. Die stroomt pas weer weg als je een ander voorwerp aanraakt.
De lading van één elektron: q elektron = 1,6x10^-19 C
De stroomsterkte geeft aan hoeveel lading er per seconde door een draad stroomt.
I = stroomsterkte (A)
Delta Q = hoeveelheid lading (C)
Delta t = tijdsduur (s)
Let op:
Delta Q = totale hoeveelheid lading
q = lading van één elektron
spanning is de hoeveelheid elektrische energie per lading.
U = spanning (V)
Delta E = elektrische energie (J)
Delta Q = lading (C)
, De hoeveelheid energie die in een lampje word omgezet hangt af van de
stroomsterkte en de spanning.
Paragraaf 2
Een spanningsbron geeft de elektronen dus energie mee als ze door een
stroomkring stromen.
De elektronen geven hun energie af zodra ze door een lampje gaan. Het lampje
geeft daar door licht.
Spanning en stroomsterkte meten:
De stroomsterkte loopt altijd van + naar – want negatieve deeltjes kunnen niet
bewegen.
Paragraaf 3
Elektrische weerstand (R) word gemeten in ohm (Ω)
De weerstand houd de stroom tegen.
Het omgekeerde van weerstand is geleidbaarheid (G)
Geleidbaarheid word gemeten in siemens (S)
Als je spanning en stroomsterkte wilt meten mogen de volt en ampère meter de
eigenschappen van de schakeling niet teveel beïnvloeden.
De weerstand van een idealen voltmeter is oneindig hoog.
De weerstand van een ideale ampèremeter is 0 Ω
Paragraaf 1
Atoommodel van Thomson
Elektronen
Protonen (+)
Neutronen (-)
Elektronen kunnen bewegen
Als elektronen ver uit elkaar blijven spreken we van statische elektriciteit.
Een statisch geladen voorwerp heeft een overschot of een tekort aan negatieve
lading. Die stroomt pas weer weg als je een ander voorwerp aanraakt.
De lading van één elektron: q elektron = 1,6x10^-19 C
De stroomsterkte geeft aan hoeveel lading er per seconde door een draad stroomt.
I = stroomsterkte (A)
Delta Q = hoeveelheid lading (C)
Delta t = tijdsduur (s)
Let op:
Delta Q = totale hoeveelheid lading
q = lading van één elektron
spanning is de hoeveelheid elektrische energie per lading.
U = spanning (V)
Delta E = elektrische energie (J)
Delta Q = lading (C)
, De hoeveelheid energie die in een lampje word omgezet hangt af van de
stroomsterkte en de spanning.
Paragraaf 2
Een spanningsbron geeft de elektronen dus energie mee als ze door een
stroomkring stromen.
De elektronen geven hun energie af zodra ze door een lampje gaan. Het lampje
geeft daar door licht.
Spanning en stroomsterkte meten:
De stroomsterkte loopt altijd van + naar – want negatieve deeltjes kunnen niet
bewegen.
Paragraaf 3
Elektrische weerstand (R) word gemeten in ohm (Ω)
De weerstand houd de stroom tegen.
Het omgekeerde van weerstand is geleidbaarheid (G)
Geleidbaarheid word gemeten in siemens (S)
Als je spanning en stroomsterkte wilt meten mogen de volt en ampère meter de
eigenschappen van de schakeling niet teveel beïnvloeden.
De weerstand van een idealen voltmeter is oneindig hoog.
De weerstand van een ideale ampèremeter is 0 Ω