4.1 Levende cellen
Biologisch onderzoek kan op verschillende organisatieniveaus plaatsvinden. Een organisatieniveau is
de schaal waarop biologisch onderzoek plaatsvindt. Elk organisatieniveau heeft zijn eigen
onderzoekstechnieken. Bij onderzoek naar cellen en organellen worden er onder andere
microscopen gebruikt. Organisatieniveaus:
Molecuul, organel, cel, weefsel, orgaan, orgaanstelsel, organisme, populatie, soort,
levensgemeenschap, ecosysteem, systeem aarde
Beerdiertjes? Kleine meercellige diertjes, komen voor in vochtige omgeving. Extreme hitte, droogte
en kou schijndood. Het geheim van hun overleven licht op celniveau. Het berust op waterverlies;
totale dehydratatie van hun cellen. In uitgedroogde toestand is de tolerantie voor allerlei abiotische
factoren enorm. Eén druppeltje water doet de verschrompelde cellen weer tot leven komen.
Levenskenmerken van organismen:
Opgebouwd uit één of meer cellen
Groei
Voortplanting
Stofwisseling
Waarnemen van en reageren op veranderingen in de omgeving
Organisatie van erfelijk materiaal
Alle organismen zijn opgebouwd uit 1 of meerdere cellen, de kleinste eenheid van het leven. Ze
bevatten 1 of meer organellen, die allemaal een eigen taak hebben en die nodig zijn om te overleven.
Elke celkern bevat DNA-moleculen die de handleiding voor leven bevatten.
De grootte van cellen is beperkt door hun oppervlakte-volumeverhouding. Cellen hebben zuurstof
nodig (verbranding). Het volume bepaalt de mate van zuurstofbehoefte. De grootte van het
oppervlak bepaalt de snelheid van uitwisseling van stoffen met de omgeving (zuurstof). Eencelligen
staan met hun hele oppervlak in direct contact met de omgeving. Het oppervlak is dan groot genoeg
om voldoende zuurstof uit de omgeving op te nemen. De oppervlak-volumeverhouding is relatief
groot, groot oppervlak tegenover klein volume. Meercellige staan niet met alle cellen direct in
contact met hun buitenomgeving, naarmate
organismen groter zijn, is de verhouding oppervlak-volume kleiner. De volumetoename is x 3 en de
oppervlaktoename is x2. Met het toenemen van de omvang van een organisme neemt het volume,
het aantal cellen dat de zuurstof behoeft, dus sneller toe dan het oppervlak, waarmee een organisme
zuurstof uit de omgeving kan opnemen. Om toch alle cellen van voldoende zuurstof en ook
voedingsstoffen te voorzien, hebben meercellige organismen gespecialiseerde organen, met een
groot oppervlak voor de uitwisseling van stoffen.
Vrijwel alle cellen van een meercellig organisme zijn ooit ontstaan uit 1 bevrucht eicel. De eerste
cellen lijken nog sterk op elkaar. Celdifferentiatie = in een volgend stadium van de ontwikkeling van
een embryo ontstaan cellen die verschillen in grootte, vorm, functie en de soorten eiwitten die ze
maken. Groepen cellen met dezelfde bouw en functie vormen samen een weefsel. De samenwerking
in weefselverband verbetert de celactiviteiten bij organismen. Organen zijn gevormd uit
verschillende weefsels.
Ziekten bij planten en dieren ontstaan vaak op celniveau. Een ziekte die bij mensen op celniveau
ontstaat is diabetes type 1 (suikerziekte). De cellen van het afweersysteem vallen bepaalde cellen in
Biologisch onderzoek kan op verschillende organisatieniveaus plaatsvinden. Een organisatieniveau is
de schaal waarop biologisch onderzoek plaatsvindt. Elk organisatieniveau heeft zijn eigen
onderzoekstechnieken. Bij onderzoek naar cellen en organellen worden er onder andere
microscopen gebruikt. Organisatieniveaus:
Molecuul, organel, cel, weefsel, orgaan, orgaanstelsel, organisme, populatie, soort,
levensgemeenschap, ecosysteem, systeem aarde
Beerdiertjes? Kleine meercellige diertjes, komen voor in vochtige omgeving. Extreme hitte, droogte
en kou schijndood. Het geheim van hun overleven licht op celniveau. Het berust op waterverlies;
totale dehydratatie van hun cellen. In uitgedroogde toestand is de tolerantie voor allerlei abiotische
factoren enorm. Eén druppeltje water doet de verschrompelde cellen weer tot leven komen.
Levenskenmerken van organismen:
Opgebouwd uit één of meer cellen
Groei
Voortplanting
Stofwisseling
Waarnemen van en reageren op veranderingen in de omgeving
Organisatie van erfelijk materiaal
Alle organismen zijn opgebouwd uit 1 of meerdere cellen, de kleinste eenheid van het leven. Ze
bevatten 1 of meer organellen, die allemaal een eigen taak hebben en die nodig zijn om te overleven.
Elke celkern bevat DNA-moleculen die de handleiding voor leven bevatten.
De grootte van cellen is beperkt door hun oppervlakte-volumeverhouding. Cellen hebben zuurstof
nodig (verbranding). Het volume bepaalt de mate van zuurstofbehoefte. De grootte van het
oppervlak bepaalt de snelheid van uitwisseling van stoffen met de omgeving (zuurstof). Eencelligen
staan met hun hele oppervlak in direct contact met de omgeving. Het oppervlak is dan groot genoeg
om voldoende zuurstof uit de omgeving op te nemen. De oppervlak-volumeverhouding is relatief
groot, groot oppervlak tegenover klein volume. Meercellige staan niet met alle cellen direct in
contact met hun buitenomgeving, naarmate
organismen groter zijn, is de verhouding oppervlak-volume kleiner. De volumetoename is x 3 en de
oppervlaktoename is x2. Met het toenemen van de omvang van een organisme neemt het volume,
het aantal cellen dat de zuurstof behoeft, dus sneller toe dan het oppervlak, waarmee een organisme
zuurstof uit de omgeving kan opnemen. Om toch alle cellen van voldoende zuurstof en ook
voedingsstoffen te voorzien, hebben meercellige organismen gespecialiseerde organen, met een
groot oppervlak voor de uitwisseling van stoffen.
Vrijwel alle cellen van een meercellig organisme zijn ooit ontstaan uit 1 bevrucht eicel. De eerste
cellen lijken nog sterk op elkaar. Celdifferentiatie = in een volgend stadium van de ontwikkeling van
een embryo ontstaan cellen die verschillen in grootte, vorm, functie en de soorten eiwitten die ze
maken. Groepen cellen met dezelfde bouw en functie vormen samen een weefsel. De samenwerking
in weefselverband verbetert de celactiviteiten bij organismen. Organen zijn gevormd uit
verschillende weefsels.
Ziekten bij planten en dieren ontstaan vaak op celniveau. Een ziekte die bij mensen op celniveau
ontstaat is diabetes type 1 (suikerziekte). De cellen van het afweersysteem vallen bepaalde cellen in