Verschillende Axioma’s van de Zorgethiek
Als eerste is een axioma een soort stelregel waar niet vanaf geweken kan worden. Wij zijn het met
elkaar zo eens over bepaalde onderwerpen, dat het gewoon waarheid is geworden. Je kan er dan ook
vanuit gaan dat het gewoon zo is. Voor bij de zorgethiek zijn er drie voorbeelden:
1. Leiderschap is een relationeel concept
o Gaat over de relatie met de medewerker en de verantwoordelijkheid die de
werkgever heeft. Dit is bijvoorbeeld niet terug te zien in de deugdethiek. Er bestaat
een wederkerige relatie en verantwoordelijkheid
2. Werkgeverschap is een economisch concept
o Gaat om de relatie tussen de werkgever en de ondergeschikten en het
verdelingsvraagstuk. De werkgever heeft kapitaal en de werknemer voert de arbeid
uit en wilt er iets voor ontvangen. Er wordt dus zeer specifiek naar gekeken.
3. Het managen van mensen is een normatieve professionele praktijk.
o Met je leiderschap kan je niet altijd doen wat je wilt, maar moet je rekening houden
met wat de gevolgen zijn van je eigen handelen.
Zorgethiek
Op aanvulling van de klassieke stromingen, (plichtethiek, zorgethiek en utilisme), bestaat er ook nog
de zorgethiek. Dit wordt ook wel de 4e utilistische benadering benoemd. Deze onderscheid zich door
het rationele karakter en de zorg voor een ander. Het heeft een aantal kenmerken:
1. Zorgethiek concentreert zich op ethische problemen in de praktijk en hoe deze worden
opgelost. De communicatie onderling is hierbij van groot belang. Denk hierbij aan vaste
regels en protocollen.
2. Er zijn geen abstracte regels waardoor alles neerkomt op oordeelsvorming.
3. Het gaat veelal om de juiste houding van de zorgverlener.
4. Draait om het behouden en ontwikkelen van relaties tussen concrete mensen en het
handelen binnen die relaties.
o Zorgethiek: vierde grote benadering naast de deugd, plicht en gevolgenethiek, nl. zorg als
menselijke praktijk.
o Centraal staan opbrengsten (gemeen met Utilisme), maar ook aandacht voor waarden (plicht
of deugd).
o Geen algemene zeggingskracht voor plichten (deontologische ethiek). Iedere situatie is steeds
anders; maatwerkoplossingen
o Deugdethiek als middel (niet doel) voor zorgethiek, die primair gericht is op de ander.
o Grootste centrale verschil is dat de zorgethiek een relationele ethiek is, gericht op (de zorg
voor) de ander
Normatieve Reflectiviteit beschrijft wat goed is. Doe je als leider het goede in een bepaalde situatie?
De mens is het meest fundamentele aspect bij het leidinggeven. Hierbij is er sprake van relationele
ethiek.
Met moreel beraad ga je nadenken wat wel en niet goed is. Je maakt gezamenlijk een reflectie op
leiderschap tussen leider en medewerkers.
Als eerste is een axioma een soort stelregel waar niet vanaf geweken kan worden. Wij zijn het met
elkaar zo eens over bepaalde onderwerpen, dat het gewoon waarheid is geworden. Je kan er dan ook
vanuit gaan dat het gewoon zo is. Voor bij de zorgethiek zijn er drie voorbeelden:
1. Leiderschap is een relationeel concept
o Gaat over de relatie met de medewerker en de verantwoordelijkheid die de
werkgever heeft. Dit is bijvoorbeeld niet terug te zien in de deugdethiek. Er bestaat
een wederkerige relatie en verantwoordelijkheid
2. Werkgeverschap is een economisch concept
o Gaat om de relatie tussen de werkgever en de ondergeschikten en het
verdelingsvraagstuk. De werkgever heeft kapitaal en de werknemer voert de arbeid
uit en wilt er iets voor ontvangen. Er wordt dus zeer specifiek naar gekeken.
3. Het managen van mensen is een normatieve professionele praktijk.
o Met je leiderschap kan je niet altijd doen wat je wilt, maar moet je rekening houden
met wat de gevolgen zijn van je eigen handelen.
Zorgethiek
Op aanvulling van de klassieke stromingen, (plichtethiek, zorgethiek en utilisme), bestaat er ook nog
de zorgethiek. Dit wordt ook wel de 4e utilistische benadering benoemd. Deze onderscheid zich door
het rationele karakter en de zorg voor een ander. Het heeft een aantal kenmerken:
1. Zorgethiek concentreert zich op ethische problemen in de praktijk en hoe deze worden
opgelost. De communicatie onderling is hierbij van groot belang. Denk hierbij aan vaste
regels en protocollen.
2. Er zijn geen abstracte regels waardoor alles neerkomt op oordeelsvorming.
3. Het gaat veelal om de juiste houding van de zorgverlener.
4. Draait om het behouden en ontwikkelen van relaties tussen concrete mensen en het
handelen binnen die relaties.
o Zorgethiek: vierde grote benadering naast de deugd, plicht en gevolgenethiek, nl. zorg als
menselijke praktijk.
o Centraal staan opbrengsten (gemeen met Utilisme), maar ook aandacht voor waarden (plicht
of deugd).
o Geen algemene zeggingskracht voor plichten (deontologische ethiek). Iedere situatie is steeds
anders; maatwerkoplossingen
o Deugdethiek als middel (niet doel) voor zorgethiek, die primair gericht is op de ander.
o Grootste centrale verschil is dat de zorgethiek een relationele ethiek is, gericht op (de zorg
voor) de ander
Normatieve Reflectiviteit beschrijft wat goed is. Doe je als leider het goede in een bepaalde situatie?
De mens is het meest fundamentele aspect bij het leidinggeven. Hierbij is er sprake van relationele
ethiek.
Met moreel beraad ga je nadenken wat wel en niet goed is. Je maakt gezamenlijk een reflectie op
leiderschap tussen leider en medewerkers.