Samenvatting Ak H2 par.3
Gesteente wordt verplaatst
Massabewegingen
Bergtop valt langzaam uit elkaar door verwering -> verbrokkelde gesteente, zal langs de helling naar
beneden bewegen.
Massabewegingen = Het langs een helling naar beneden bewegen van gesteente onder invloed van
zwaartekracht.
Op welke manier het materiaal de helling af beweegt, hangt af van de omvang van het gesteente en
hoe steil de helling is.
Steile helling -> rollen of vallen
flauwe helling -> langzaam naar beneden schuiven
Puinhelling = helling die bestaat uit verbrokkeld gesteente.
Erosie
Onderaan de helling komt verweerd gesteente in rivieren -> in snel stromende bergrivieren botsen
stenen tegen elkaar -> raken langzaam afgerond -> ontstaat grind; door rivierwater afgeronde stenen
-> grind schuurt over bodem -> rivier wordt steeds dieper
Erosie = De uitschurende werking van stromend water, wind of ijs.
Na miljoenen jaren -> diep dal in de bergen.
Rivierdalen V - vorm
In berggebieden kan erosie ook veroorzaakt worden door gletsjers.
Gletsjers = Grote pakken ijs van soms wel 100den meters dik. Ze ontstaan in de bergen, waar het
koud genoeg is.
Wanneer elk jaar een nieuwe laag sneeuw valt en niet wegsmelt, zal zich sneeuw ophopen in
firnbekken.
Firnbekken = bovenste deel van een gletsjer waar sneeuw zich ophoopt en in ijs wordt omgezet.
Door het gewicht van dit ijs, zal de gletsjer langzaam naar beneden ‘stromen’ en over de grond langs
de zijkanten schuren. Als het ijs langs het gesteente schuurt, ontstaan er gladde ronde vormen.
Gletsjerdalen U – vorm
Zelfs de wind kan erosie veroorzaken. Als er zand in de wind zit, kan het vreselijk schuren.
Zand & klei
Al dat harde gesteente verbrokkelt, verslijt en verandert van samenstelling. Verwering en erosie
zorgen ervoor dat al het gesteente uiteindelijk in hele kleine korreltjes uiteen valt.
Blote oog -> zand & grind
Niet met je blote oog -> klei
Gesteente wordt verplaatst
Massabewegingen
Bergtop valt langzaam uit elkaar door verwering -> verbrokkelde gesteente, zal langs de helling naar
beneden bewegen.
Massabewegingen = Het langs een helling naar beneden bewegen van gesteente onder invloed van
zwaartekracht.
Op welke manier het materiaal de helling af beweegt, hangt af van de omvang van het gesteente en
hoe steil de helling is.
Steile helling -> rollen of vallen
flauwe helling -> langzaam naar beneden schuiven
Puinhelling = helling die bestaat uit verbrokkeld gesteente.
Erosie
Onderaan de helling komt verweerd gesteente in rivieren -> in snel stromende bergrivieren botsen
stenen tegen elkaar -> raken langzaam afgerond -> ontstaat grind; door rivierwater afgeronde stenen
-> grind schuurt over bodem -> rivier wordt steeds dieper
Erosie = De uitschurende werking van stromend water, wind of ijs.
Na miljoenen jaren -> diep dal in de bergen.
Rivierdalen V - vorm
In berggebieden kan erosie ook veroorzaakt worden door gletsjers.
Gletsjers = Grote pakken ijs van soms wel 100den meters dik. Ze ontstaan in de bergen, waar het
koud genoeg is.
Wanneer elk jaar een nieuwe laag sneeuw valt en niet wegsmelt, zal zich sneeuw ophopen in
firnbekken.
Firnbekken = bovenste deel van een gletsjer waar sneeuw zich ophoopt en in ijs wordt omgezet.
Door het gewicht van dit ijs, zal de gletsjer langzaam naar beneden ‘stromen’ en over de grond langs
de zijkanten schuren. Als het ijs langs het gesteente schuurt, ontstaan er gladde ronde vormen.
Gletsjerdalen U – vorm
Zelfs de wind kan erosie veroorzaken. Als er zand in de wind zit, kan het vreselijk schuren.
Zand & klei
Al dat harde gesteente verbrokkelt, verslijt en verandert van samenstelling. Verwering en erosie
zorgen ervoor dat al het gesteente uiteindelijk in hele kleine korreltjes uiteen valt.
Blote oog -> zand & grind
Niet met je blote oog -> klei