Samenvatting AK2 H4 p.2 t/m p.5
P.2
Water kringlopen =
Korte waterkringloop:
verdampte zeewater -> direct naar
beneden als neerslag
Lange waterkringloop:
sneeuw v. ijskap -> vasteland -> komt na
jaren in zee
Van aarde = 70% bedekt met water (‘Blauwe planeet’) In aardmantel 15x
zoveel.
Daarvan = 2,5 % zoet en daarvan = dan 1% bereikbaar, zoet water.
Zout water drinken wij niet en bevroren zoet water kunnen we niks mee.
Vloeibaar water
*zoet water (drinkwater) *zout water (zeewater)
Water waarin weinig zout is opgelost. Water waarin veel zout is opgelost.
*oppervlakte water *grondwater
Water dat je kan zien, bijv: Water dat niet meer zichtbaar is:
meren, vennen, rivieren, zeeën. steenwater, grondwater.
Vast water
*Gletsjer *Landijs
IJsmassa’s in hooggebergten, die IJsmassa’s die op het vasteland liggen.
langzaam naar beneden schuiven.
waterdamp
8x zoveel als alle rivieren op aarde.
Niet overal is genoeg zoet water;
* droge gebieden met weinig neerslag
* regen valt in “winterslaap” van de natuur nutteloos voor landbouw
* regen valt in dun bevolkte gebieden
* valt in een korte periode
Veel ongebruikte neerslag stroomt hierdoor terug naar zee.
P.2
Water kringlopen =
Korte waterkringloop:
verdampte zeewater -> direct naar
beneden als neerslag
Lange waterkringloop:
sneeuw v. ijskap -> vasteland -> komt na
jaren in zee
Van aarde = 70% bedekt met water (‘Blauwe planeet’) In aardmantel 15x
zoveel.
Daarvan = 2,5 % zoet en daarvan = dan 1% bereikbaar, zoet water.
Zout water drinken wij niet en bevroren zoet water kunnen we niks mee.
Vloeibaar water
*zoet water (drinkwater) *zout water (zeewater)
Water waarin weinig zout is opgelost. Water waarin veel zout is opgelost.
*oppervlakte water *grondwater
Water dat je kan zien, bijv: Water dat niet meer zichtbaar is:
meren, vennen, rivieren, zeeën. steenwater, grondwater.
Vast water
*Gletsjer *Landijs
IJsmassa’s in hooggebergten, die IJsmassa’s die op het vasteland liggen.
langzaam naar beneden schuiven.
waterdamp
8x zoveel als alle rivieren op aarde.
Niet overal is genoeg zoet water;
* droge gebieden met weinig neerslag
* regen valt in “winterslaap” van de natuur nutteloos voor landbouw
* regen valt in dun bevolkte gebieden
* valt in een korte periode
Veel ongebruikte neerslag stroomt hierdoor terug naar zee.