Verhaalanalyse: ‘Een taxi naar de tering’
Analyse
Personages
In dit korte verhaal komen maar weinig karakters voor. Je hebt de hoofdpersoon, dat is de
man die alles meemaakt in dit verhaal. Ook heb je de vrouw waarmee de man heeft geslapen.
En dan heb je ook nog de taxichauffeur.
Het karakter van de hoofdpersoon is erg verschillend. Op het begin van het verhaal, als hij
nog met de vrouw in bed ligt, dan is hij echt een denker. Hij denk na over de geur van de
vrouw: ‘’Haar haren roken naar sigaretjes; maar niet per se op een onprettige manier.’’
(r.1 pag. 1). Ook heeft hij een grote fantasie: ‘’waarna hij de reflectie had gadegeslagen dat
zijn lichaam de kleur had van een uitgedroogde Saksische leverworst.’’ (r.22 pag. 1). Maar op
het einde van het verhaal is de hoofdpersoon heel agressief: ‘’Fuck it! … goed gekomen!’’
(r.2-5 pag. 6).
De enige onderlinge relatie tussen personages is de relatie van de hoofdpersoon met het
meisje waarmee hij geslapen heeft. Je weet niet of dit ook daadwerkelijk een liefdesrelatie
gaat worden.
Ruimte
Een groot deel van het verhaal speelt zich af in taxi. Deze ruimte heeft een symbolische
waarde. De hoofdpersoon maakt namelijk ‘trip’ mee via drugs. En in de taxi maakt de
hoofdpersoon dus ook eigenlijk een ‘tripje’. Hij gaat weg maar heeft geen idee waar naar toe.
Indeling
Het verhaal begint op de manier van: In medias res, je valt namelijk midden in het verhaal en
weet niet wie de hoofdpersonages zijn. Dit verhaal is niet ingedeeld in delen, hoofdstukken of
alinea’s. Het is maar een kort verhaal. Maar het verhaal bevat wel witregels. Deze geven
verandering aan van tijd en ruimte. Zoals bijvoorbeeld na: ‘’ ‘CONJO’ schreeuwde hij zowel
in het Spaans als in het Nederlands.’’ (r.18-19 pag. 3). Hierna volgt een witregel. Dan
vervolgens komt er: ‘’’Hij keek uit … elkaar afwisselden.’’ (r.20-23 pag. 3). Hier zie je een
duidelijke verandering van ruimte. De personage was eerst nog over straat aan het slenteren
en daarna zit hij ineens in een taxi.
Dit verhaal bevat geen epiloog of een proloog.
Spanning
In dit verhaal worden op het begin al raadselachtige opmerkingen gemaakt zoals: ‘’Zijn borst
danste … teelt wietjoint.’’ (r. 2-5 pag. 1). Je snapt hier niet goed wat de persoon bedoeld en
waarom hij het over drugs heeft. Hierdoor de schrijver het verhaal interessant en wil je verder
lezen. Er worden wel meer zaken in dit verhaal verzwegen voor de lezen. Er zitten dus zeker
wel een paar openplekken in. Een voorbeeld van een openplek is: Waar gaat de hoofdpersoon
in de taxi naartoe?
De grootste spanningsboog in dit verhaal begint bij: ‘’Toen hij aangaf … een rolberoerte.’’
(r.24-25 pag. 5). En eindigt bij: ‘’’De forse chauffeur … had gekregen.’’’(r.6-10 pag.6) .
Het verhaal heeft een open einde, want je weet niet hoe de hoofdpersoon terug is gekomen bij
het meisje en wat hij verder gaat doen.
Analyse
Personages
In dit korte verhaal komen maar weinig karakters voor. Je hebt de hoofdpersoon, dat is de
man die alles meemaakt in dit verhaal. Ook heb je de vrouw waarmee de man heeft geslapen.
En dan heb je ook nog de taxichauffeur.
Het karakter van de hoofdpersoon is erg verschillend. Op het begin van het verhaal, als hij
nog met de vrouw in bed ligt, dan is hij echt een denker. Hij denk na over de geur van de
vrouw: ‘’Haar haren roken naar sigaretjes; maar niet per se op een onprettige manier.’’
(r.1 pag. 1). Ook heeft hij een grote fantasie: ‘’waarna hij de reflectie had gadegeslagen dat
zijn lichaam de kleur had van een uitgedroogde Saksische leverworst.’’ (r.22 pag. 1). Maar op
het einde van het verhaal is de hoofdpersoon heel agressief: ‘’Fuck it! … goed gekomen!’’
(r.2-5 pag. 6).
De enige onderlinge relatie tussen personages is de relatie van de hoofdpersoon met het
meisje waarmee hij geslapen heeft. Je weet niet of dit ook daadwerkelijk een liefdesrelatie
gaat worden.
Ruimte
Een groot deel van het verhaal speelt zich af in taxi. Deze ruimte heeft een symbolische
waarde. De hoofdpersoon maakt namelijk ‘trip’ mee via drugs. En in de taxi maakt de
hoofdpersoon dus ook eigenlijk een ‘tripje’. Hij gaat weg maar heeft geen idee waar naar toe.
Indeling
Het verhaal begint op de manier van: In medias res, je valt namelijk midden in het verhaal en
weet niet wie de hoofdpersonages zijn. Dit verhaal is niet ingedeeld in delen, hoofdstukken of
alinea’s. Het is maar een kort verhaal. Maar het verhaal bevat wel witregels. Deze geven
verandering aan van tijd en ruimte. Zoals bijvoorbeeld na: ‘’ ‘CONJO’ schreeuwde hij zowel
in het Spaans als in het Nederlands.’’ (r.18-19 pag. 3). Hierna volgt een witregel. Dan
vervolgens komt er: ‘’’Hij keek uit … elkaar afwisselden.’’ (r.20-23 pag. 3). Hier zie je een
duidelijke verandering van ruimte. De personage was eerst nog over straat aan het slenteren
en daarna zit hij ineens in een taxi.
Dit verhaal bevat geen epiloog of een proloog.
Spanning
In dit verhaal worden op het begin al raadselachtige opmerkingen gemaakt zoals: ‘’Zijn borst
danste … teelt wietjoint.’’ (r. 2-5 pag. 1). Je snapt hier niet goed wat de persoon bedoeld en
waarom hij het over drugs heeft. Hierdoor de schrijver het verhaal interessant en wil je verder
lezen. Er worden wel meer zaken in dit verhaal verzwegen voor de lezen. Er zitten dus zeker
wel een paar openplekken in. Een voorbeeld van een openplek is: Waar gaat de hoofdpersoon
in de taxi naartoe?
De grootste spanningsboog in dit verhaal begint bij: ‘’Toen hij aangaf … een rolberoerte.’’
(r.24-25 pag. 5). En eindigt bij: ‘’’De forse chauffeur … had gekregen.’’’(r.6-10 pag.6) .
Het verhaal heeft een open einde, want je weet niet hoe de hoofdpersoon terug is gekomen bij
het meisje en wat hij verder gaat doen.