Ontwikkelingsland Brazilië
HAVO
Hoofdstuk 1
Paragraaf 1.1 Natuurlijk Brazilië.
Aan het begin van de zestiende eeuw hadden mensen een eenvoudig beeld van
Brazilië. Het werd gezien als het nieuwe land aan de andere kant van de Atlantische
oceaan, waar het warm is, en waar bergen en ondoordringbare bossen langs de kust
liggen. De bewoners waren eenvoudige mensen.
Tegenwoordig hebben wij een veel uitgebreider beeld van Brazilië. Welk beeld
hebben wij nu bij brazilië?
- Het land met het amazoneregenwoud
- Warm klimaat
- Voetbal
- Carnaval
- Muziek, samba, ritmes
- Rio de Janeiro met het Christusbeeld
- Groot land in Zuid-Amerika
Perceptie: Persoonlijke waarneming van een plaats.
Mental map: Persoonlijke kaart van jouw beeld.
Stereotiep beeld: Een overdreven, eenvoudig beeld, vaak gebaseerd op
vooroordelen, waarbij je alleen enkele bijzondere kenmerken benoemt.
De geografische kenmerken:
- Ligging
- Landschappelijke kenmerken
- Bevolkingskenmerken
- Interne en externe relaties
Feiten over Brazilië:
Brazilië ligt in Zuid-Amerika op het westelijk halfrond tussen 5 N.B. en 33 Z.B. , en
tussen 35 en 74 W.L. Het land heeft een oppervlakte van 8,5 miljoen km2 en dus het
grootste land in Zuid-Amerika en vijfde in grootte in de wereld. De afstand van het
noorden tot het zuiden is 4300 km, dit geldt ook voor de afstand van het westen naar
het oosten.
,Paragraaf 1.2 Landschappen en delfstoffen
In het noorden ligt het Hoogland van Guyana. Dit gebied heeft tafelbergen. Dit zijn
bergen met platte toppen en een steile rotswand. In het midden en zuiden van
Brazilië ligt het Hoogland van Brazilië. Het is een uitgestrekte hoogvlakte met enkele
bergketens met hoge toppen. Tussen deze twee hooglanden ligt het
Amazonebekken. Een licht golvend gebied waar de Amazone doorheen stroomt.
De twee
hooglanden
bestaan uit oude
gesteenten van
bijna 2 miljard jaar
oud. Een gebied
ouder dan 1 miljard
jaar wordt een
schild genoemd.
De hooglanden
waren kleine
stukken continent
en zijn door
platentektoniek
tegen elkaar aan
gebotst. Ze werden
samengevoegd
met het continent Afrika. Ze vormden het oude continent Gondwana. Dit werd later
een deel van het continent Pangea. Door een divergente breuklijn kwam magma
omhoog en stolde tot hard gesteente. Er werd een nieuwe oceanische korst
gevormd met in het midden de Midden-Atlantische Rug. Zuid-Amerika bewoog naar
het westen en Afrika naar het oosten.
Brazilië is rijk aan natuurlijke hulpbronnen. Er zijn veel delfstoffen te vinden.
Ijzererts:
Locatie: Gebieden van oude schilden.
Drie miljard jaar geleden lagen de ijzererts in een ondiepe oceaan. Door de
zuurstofarme omstandigheden konden ijzerhoudende sedimenten gevormd worden.
De sedimentlagen werden samengedrukt tot gesteenten. Later werden de
ijzerhoudende gesteenten omhoog gedrukt door gebergtevorming. De druk was zo
groot dat in de ijzerhoudende lagen metamorfe optrad en ijzererts ontstond. Door
verwering en erosie liggen de ijzererts nu aan de oppervlakte.
, Bauxiet:
Locatie: Noord-Brazilie.
Door vochtige tropische klimaat en de dichte begroeiing van oerwoudvegetatie vindt
veel chemische verwering plaats. Het gesteente viel uiteen in kleideeltjes en het
verweringsmateriaal kwam in de laaggelegen omringende bekkens terecht. Er
ontstond een dikke sedimentlaag. De kleideeltjes spoelden door de neerslag uit. De
aluminium en ijzermineralen bleven achter. Deze laag noem je lateriet. Het lateriet
wordt steeds harder, dit is bauxiet.
Aardolie:
Locatie: Santosbekken, 200 km ten
zuidoosten van Rio de Janeiro.
De gesteentelaag waar olie of gas in
zit, ligt 4,8 km onder de zeespiegel.
Een zoutlaag boven het
reservoirgesteente laat het gas en
de olie niet ontsnappen. De olie
onder de zeebodem is gevormd
tijdens het openbreken van het
continent Pangea.
Paragraaf 1.3 Klimaten in Brazilië.
Brazilië heeft de volgende klimaten:
1. Af klimaat: Tropisch regenwoudklimaat
2. Aw klimaat: Savanneklimaat.
3. Bs klimaat: Steppeklimaat.
4. Bw klimaat: Woestijnklimaat
5. Cw klimaat: Zeeklimaat met droge winter
6. Cf klimaat: Zeeklimaat
De zon warmt de aarde op. Hierdoor verdampt veel vocht. Dit stijgt op en
condenseert. Er ontstaan wolken waardoor er veel neerslag valt en onweersbuien
zijn. Dit zijn stijgingsregens. Door de stijgende lucht ontstaat aan het oppervlakte
een lage luchtdrukgebied, de ITCZ.
Zomer (december):
ITCZ ligt in het zuiden van Brazilië. Boven de oceaan verschuift de ITCZ weinig naar
het zuiden omdat de zee minder snel opwarmt dan het land, en dus ook langzamer
afkoelt dan het land. Er valt in het zuiden veel neerslag en in het noorden is het
droger.
Winter (JUli):
ITCZ ligt in het noorden. Veel neerslag in het noorden en in het zuiden is het droger.