biologie samenvatting hoofdstuk 29
29.1 Inleiding
voor elke milieufactor bestaat een grootste en kleinste invloed op een invloed:
- de hoogste waarde wordt het ecologisch maximum genoemd.
- de laagste waarde wordt aangeduid als het ecologisch minimum.
buiten de maximum en buiten de minimum waarde kan een organismen niet leven.
29.2 Tolerantiegrenzen en beperkende factoren
de organismen hebben een tolerantiegrens voor een bepaalde milieufactor.
tussen beide tolerantiegrenzen bevindt zich een waarde die optimaal is voor de
overlevingskans. deze waarde wordt de ecologisch optimum.
29.3 factoren die de populatiedichtheid beïnvloed
een aantal organismen die tot dezelfde soort behoren en in dezelfde ecosysteem
voorkomen, vormen samen een populatie.
de dichtheid van de populatie is de aantal individuen per oppervlakte-eenheid.
de milieufactor die het meest van het optimum afwijkt, zal de beperkte factor werken.
voorbeelden van de dichtheid van de populatie is ruimtegebrek, ziekte, ouderdom,
vruchtbaarheid, nestgelegenheid en predatie.
al deze factoren komen tot uitdrukking in het geboorte en sterftecijfer.
- geboortecijfer (nataliteit), verstaan we het aantal individuen dat binnen een bepaalde
populatie gedurende een bepaalde periode geboren worden. de geboortecijfer wordt
beïnvloed door bijvoorbeeld voortplanting, temperatuur en de hoeveelheid water.
- sterftecijfer (mortaliteit), het aantal individuen dat in een bepaalde populatie
gedurende een bepaalde periode doodgaat. oorzaken hiervan kunnen bijvoorbeeld
zijn ouderdom, ziekte, gebrek aan voedsel of predatie.
predatie is dat het eten zijn voor andere organismen.
de grootte van populatie, hierbij kunnen we onderscheid maken tussen emigratie en
immigratie.
- emigratie is dat er individuen de populatie verlaten.
- immigratie is dat de individuen bij de populatie komen
29.1 Inleiding
voor elke milieufactor bestaat een grootste en kleinste invloed op een invloed:
- de hoogste waarde wordt het ecologisch maximum genoemd.
- de laagste waarde wordt aangeduid als het ecologisch minimum.
buiten de maximum en buiten de minimum waarde kan een organismen niet leven.
29.2 Tolerantiegrenzen en beperkende factoren
de organismen hebben een tolerantiegrens voor een bepaalde milieufactor.
tussen beide tolerantiegrenzen bevindt zich een waarde die optimaal is voor de
overlevingskans. deze waarde wordt de ecologisch optimum.
29.3 factoren die de populatiedichtheid beïnvloed
een aantal organismen die tot dezelfde soort behoren en in dezelfde ecosysteem
voorkomen, vormen samen een populatie.
de dichtheid van de populatie is de aantal individuen per oppervlakte-eenheid.
de milieufactor die het meest van het optimum afwijkt, zal de beperkte factor werken.
voorbeelden van de dichtheid van de populatie is ruimtegebrek, ziekte, ouderdom,
vruchtbaarheid, nestgelegenheid en predatie.
al deze factoren komen tot uitdrukking in het geboorte en sterftecijfer.
- geboortecijfer (nataliteit), verstaan we het aantal individuen dat binnen een bepaalde
populatie gedurende een bepaalde periode geboren worden. de geboortecijfer wordt
beïnvloed door bijvoorbeeld voortplanting, temperatuur en de hoeveelheid water.
- sterftecijfer (mortaliteit), het aantal individuen dat in een bepaalde populatie
gedurende een bepaalde periode doodgaat. oorzaken hiervan kunnen bijvoorbeeld
zijn ouderdom, ziekte, gebrek aan voedsel of predatie.
predatie is dat het eten zijn voor andere organismen.
de grootte van populatie, hierbij kunnen we onderscheid maken tussen emigratie en
immigratie.
- emigratie is dat er individuen de populatie verlaten.
- immigratie is dat de individuen bij de populatie komen