Pedagogiek hoorcollege 8
Communiceren met kinderen en adolescenten
Gespreksvoering
Communiceren: contact maken, goede communicatie = goed contact
Open gesprek: brede range van onderwerpen en uitingen
Gesloten gesprek: beperking onderwerpen en uitingen
Empathisch vermogen: gevoelens van een ander aanvoelen, ook als je zelf niet kent of hebt
Valkuilen:
- Invullen
- Suggestieve vragen
Bepaal de mentale leeftijd van het kind/de adolescent voorafgaand en tijdens het gesprek!
Kwaliteit van een gesprek
Goed, open gesprek:
Beide gesprekspartners voelen zich prettig (bijv. humor, spelen)
Kind/puber kan gevoel en mening vertellen zonder geleid/misleid te worden
Kind/puber geeft informatie (niet onttrokken)
Kind/puber voelt zich gehoord en heeft de hulp gekregen de aansluit
Thomas Gordon: actief/aanmoedigend luisteren. Kind uit laten praten.
Non-verbale signalen: warmte, respect, belangstelling.
Communicatievoorwaarden: gericht jonge kind
Metacommunicatie
, Opbouw van een gesprek
1. De voorbereiding
2. De introductie
3. De startvraag
4. De romp
5. De afronding
Toepasbaar bij (spontaan) open vraaggesprek, interview, hulpverleningsgesprek.
Vraagtechnieken
Communiceren met een adolescent/puber
Formeel operationele fase (ontwikkelingsstadia Piaget)
Denken breidt zich uit: buiten de concrete situatie waarin het kind zich bevindt
Probleemoplossend vermogen neemt toe
Abstract redeneren en filosoferen
Puber is een spiegel!
Valkuil: tegen i.p.v. met adolescent praten
Metacommunicatie als vast onderdeel
Communiceren met kinderen en adolescenten
Gespreksvoering
Communiceren: contact maken, goede communicatie = goed contact
Open gesprek: brede range van onderwerpen en uitingen
Gesloten gesprek: beperking onderwerpen en uitingen
Empathisch vermogen: gevoelens van een ander aanvoelen, ook als je zelf niet kent of hebt
Valkuilen:
- Invullen
- Suggestieve vragen
Bepaal de mentale leeftijd van het kind/de adolescent voorafgaand en tijdens het gesprek!
Kwaliteit van een gesprek
Goed, open gesprek:
Beide gesprekspartners voelen zich prettig (bijv. humor, spelen)
Kind/puber kan gevoel en mening vertellen zonder geleid/misleid te worden
Kind/puber geeft informatie (niet onttrokken)
Kind/puber voelt zich gehoord en heeft de hulp gekregen de aansluit
Thomas Gordon: actief/aanmoedigend luisteren. Kind uit laten praten.
Non-verbale signalen: warmte, respect, belangstelling.
Communicatievoorwaarden: gericht jonge kind
Metacommunicatie
, Opbouw van een gesprek
1. De voorbereiding
2. De introductie
3. De startvraag
4. De romp
5. De afronding
Toepasbaar bij (spontaan) open vraaggesprek, interview, hulpverleningsgesprek.
Vraagtechnieken
Communiceren met een adolescent/puber
Formeel operationele fase (ontwikkelingsstadia Piaget)
Denken breidt zich uit: buiten de concrete situatie waarin het kind zich bevindt
Probleemoplossend vermogen neemt toe
Abstract redeneren en filosoferen
Puber is een spiegel!
Valkuil: tegen i.p.v. met adolescent praten
Metacommunicatie als vast onderdeel