Geschiedenis samenvattingen H4
4.1 Steden: handel en nijverheid
Kenmerkende aspecten:
- De opkomst van handel en ambacht die de basis legden voor het herleven van een agrarisch-
urbane samenleving
- De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden
Samenvatting tekst 4.1:
Ontginningen
In de vroege middeleeuwen waren kleine dorpsgemeenschappen economisch vrijwel geheel
zelfvoorzienend. Op het domein deden de horigen het werk, de heer kreeg pacht en de kerk kreeg
tienden. Het kleine deel wat overbleef was voor eigen consumptie. In de Tijd van steden en staten kwam
er door ontginningen en inpoldering verandering in de grotendeel autarkische samenleving. Ook nieuwe
landbouwtechnieken zorgden voor verandering. De boeren gingen ook van tweeslagstelsel over naar
drieslagstelsel, hierdoor lag maar een derde van de grond braak. Door de toename van beschikbare
landbouwgrond nam de voedselproductie toe en groeide de bevolking sterk.
Nijverheid en handel in steden
Door deze voedseloverschotten kwam er ontwikkeling van steden. Boeren konden van akkerbouw naar
veeteelt, dit wijst erop dat de bevolking steeds meer luxeproducten wou. Niet langer hoefde iedereen
boer te zijn, mensen konden ook leven door handel en nijverheid. Mensen in de steden maakte van hun
ambacht hun beroep. Handelaren van een stad organiseerden zich in koopmansgilden. Ze werkten
samen om handelsvoorrechten te krijgen, om elkaar bij te staan op reis en om het nodige kapitaal voor
de verre reizen, de schepen en de handelswaren bijeen te krijgen. Het organiseren van een Hanze was
een volgende stap in schaalvergroting van de handel tussen regio’s
Brugge, haven voor Vlaanderen
In de twaalfde eeuw stimuleerden de koningen, hertogen en graven de ontwikkeling van steden door
het bevorderen van de handel en nijverheid. Indirect werd de macht van de adel vergroot vanwege de
grotere stroom belastingen. Brugge is een goed voorbeeld van de ontwikkeling van een Middeleeuwse
stad. Brugge was van open zee gescheiden door een Waddenzee. Daardoor was de stad alleen bij
hoogwater te bereiken, dit veranderde door een natuurverschijnsel. Toen Brugge wel was te bereiken
was het de belangrijkste handelsstad voor de aanvoer van Engelse wol. Daarbij had de stad een
controlerende functie voor het omliggende platteland: Brugge moest het noordwesten van het
graafschap Vlaanderen beschermen
Steden in Noord-Italië
Ook de steden in Italië maakte op dezelfde manier ontwikkeling door. De bloei van Bologna en Florence
was te danken aan de textielnijverheid en -verdeling. De bloei van Genua en Venetië was vooral te
danken aan overzeese handel.
, Jaarmarkten en ‘handel van verre’
Het Oostzeegebied werd een belangrijke leverancier van graan en vis voor steden in onze drassige
kuststreken, waar door mislukte graanoogsten weleens hongersnood dreigde. Andersom was er in het
noorden veel vraag naar wijs, gebruiksvoorwerpen uit de stedelijke nijverheid en luxestoffen. In de
Champagne (streek Frankrijk) werden jaarmarkten georganiseerd. Hier werden producten van de Hanze
en van Vlaanderen uitgewisseld tegen die van Noord-Italië of tegen de zeer kostbare specerijen en zijde
uit Azië en goederen uit de Arabische wereld. Er werd weer steeds meer geld gebruikt. Er bestonden
ook geldwisselaars (vreemde valuta wisselen voor gangbare munteenheid). Op een zeker moment
gingen ze met de wissels (die op naam stonden) handelen waardoor gevaarlijke geldtransport niet meer
nodig was. Goede boekhouding was wel noodzakelijk. De jaarmarkten namen in de 14 de eeuw af door
oorlog en doordat er minder te verdienen was als gevolg van hogere belastingen.
Begrippenlijst 4.1
Handel: Het ruilen van producten voor andere producten of geld
Ambacht: Beroep waarbij een handwerken met gereedschap eindproducten maakt
Hanze: Samenwerkingsverband in de middeleeuwen van Noord-Europese steden om elkaar te
ondersteunen bij handel
4.1 Steden: handel en nijverheid
Kenmerkende aspecten:
- De opkomst van handel en ambacht die de basis legden voor het herleven van een agrarisch-
urbane samenleving
- De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden
Samenvatting tekst 4.1:
Ontginningen
In de vroege middeleeuwen waren kleine dorpsgemeenschappen economisch vrijwel geheel
zelfvoorzienend. Op het domein deden de horigen het werk, de heer kreeg pacht en de kerk kreeg
tienden. Het kleine deel wat overbleef was voor eigen consumptie. In de Tijd van steden en staten kwam
er door ontginningen en inpoldering verandering in de grotendeel autarkische samenleving. Ook nieuwe
landbouwtechnieken zorgden voor verandering. De boeren gingen ook van tweeslagstelsel over naar
drieslagstelsel, hierdoor lag maar een derde van de grond braak. Door de toename van beschikbare
landbouwgrond nam de voedselproductie toe en groeide de bevolking sterk.
Nijverheid en handel in steden
Door deze voedseloverschotten kwam er ontwikkeling van steden. Boeren konden van akkerbouw naar
veeteelt, dit wijst erop dat de bevolking steeds meer luxeproducten wou. Niet langer hoefde iedereen
boer te zijn, mensen konden ook leven door handel en nijverheid. Mensen in de steden maakte van hun
ambacht hun beroep. Handelaren van een stad organiseerden zich in koopmansgilden. Ze werkten
samen om handelsvoorrechten te krijgen, om elkaar bij te staan op reis en om het nodige kapitaal voor
de verre reizen, de schepen en de handelswaren bijeen te krijgen. Het organiseren van een Hanze was
een volgende stap in schaalvergroting van de handel tussen regio’s
Brugge, haven voor Vlaanderen
In de twaalfde eeuw stimuleerden de koningen, hertogen en graven de ontwikkeling van steden door
het bevorderen van de handel en nijverheid. Indirect werd de macht van de adel vergroot vanwege de
grotere stroom belastingen. Brugge is een goed voorbeeld van de ontwikkeling van een Middeleeuwse
stad. Brugge was van open zee gescheiden door een Waddenzee. Daardoor was de stad alleen bij
hoogwater te bereiken, dit veranderde door een natuurverschijnsel. Toen Brugge wel was te bereiken
was het de belangrijkste handelsstad voor de aanvoer van Engelse wol. Daarbij had de stad een
controlerende functie voor het omliggende platteland: Brugge moest het noordwesten van het
graafschap Vlaanderen beschermen
Steden in Noord-Italië
Ook de steden in Italië maakte op dezelfde manier ontwikkeling door. De bloei van Bologna en Florence
was te danken aan de textielnijverheid en -verdeling. De bloei van Genua en Venetië was vooral te
danken aan overzeese handel.
, Jaarmarkten en ‘handel van verre’
Het Oostzeegebied werd een belangrijke leverancier van graan en vis voor steden in onze drassige
kuststreken, waar door mislukte graanoogsten weleens hongersnood dreigde. Andersom was er in het
noorden veel vraag naar wijs, gebruiksvoorwerpen uit de stedelijke nijverheid en luxestoffen. In de
Champagne (streek Frankrijk) werden jaarmarkten georganiseerd. Hier werden producten van de Hanze
en van Vlaanderen uitgewisseld tegen die van Noord-Italië of tegen de zeer kostbare specerijen en zijde
uit Azië en goederen uit de Arabische wereld. Er werd weer steeds meer geld gebruikt. Er bestonden
ook geldwisselaars (vreemde valuta wisselen voor gangbare munteenheid). Op een zeker moment
gingen ze met de wissels (die op naam stonden) handelen waardoor gevaarlijke geldtransport niet meer
nodig was. Goede boekhouding was wel noodzakelijk. De jaarmarkten namen in de 14 de eeuw af door
oorlog en doordat er minder te verdienen was als gevolg van hogere belastingen.
Begrippenlijst 4.1
Handel: Het ruilen van producten voor andere producten of geld
Ambacht: Beroep waarbij een handwerken met gereedschap eindproducten maakt
Hanze: Samenwerkingsverband in de middeleeuwen van Noord-Europese steden om elkaar te
ondersteunen bij handel