Spanning
op een batterij staat altijd vermeld welke spanning hij levert. je kunt de vermelde spanning
controleren met een spanningsmeter. Je meet dan de spanning tussen de minpool en de pluspool. Je
meet het in Volt. De spanning en de stroomsterkte hebben te maken met de manier waarop een
kleine electriche stroom energie vervoert. Zo'n stroom bestaat uit kleine deeltjes die dooor een
geleidende stof bewegen. De stroomsterkte vertelt je hoeveel van die deeltjes er per seconde
voorbijkomen. De panning vertelt hoeveel electrische energie elk deeltje met zich meebrengt.
Hoe groter de stroomsterkte en de spanning, des te meer energie er per seconde wordt vervoerd. Je
kunt een elektrishce stroom wat dat betreft met tankautos die bezine vervoeren. De stroomsterkte
is het aantal tankautos die bezine vervoeren. De 'spanning' is de hoeveelheid bezine die in elke
tankauto zit. Hoe groter de stroomsterkte en de spanning des te meer bezine er per uur wordt
vervoerd.
Batterijen schakelen
Vaak heb je meer dan een batterij nodig om aan de juiste spanning te voldoen. Je moet die
batterijen in serie schakelen. Dat wil zeggen dat je de pluspool van de ene batterij verbindt met de
minpool van de andere batterij. Ze geven dan samen een spanning 3,0 V
Veilige en onveilige spanningen
Op stopcontacten staat de netspanning: die is in nl 230 V. een spanning van deze grootte levert een
duidelijk risico op. Als je een geleider aanraakt waar 230 V op staat krijg je een flinke schok. Je kan
zelfs je leven verliezen.
De spanning die een batterij levert, is veel lager dan 230 V. zon lage spanning is niet gevaarlijk. Als
veilige grens wordt vaak 24 V genomen. Apparaten die op batterijen werken, blijven daar ruim
onder.
Veel apparaten werken op een lagere spanning dan 230V . Om ze toch op het stopcontact te kunnen
aansluiten heb je een transformer nodig
op een batterij staat altijd vermeld welke spanning hij levert. je kunt de vermelde spanning
controleren met een spanningsmeter. Je meet dan de spanning tussen de minpool en de pluspool. Je
meet het in Volt. De spanning en de stroomsterkte hebben te maken met de manier waarop een
kleine electriche stroom energie vervoert. Zo'n stroom bestaat uit kleine deeltjes die dooor een
geleidende stof bewegen. De stroomsterkte vertelt je hoeveel van die deeltjes er per seconde
voorbijkomen. De panning vertelt hoeveel electrische energie elk deeltje met zich meebrengt.
Hoe groter de stroomsterkte en de spanning, des te meer energie er per seconde wordt vervoerd. Je
kunt een elektrishce stroom wat dat betreft met tankautos die bezine vervoeren. De stroomsterkte
is het aantal tankautos die bezine vervoeren. De 'spanning' is de hoeveelheid bezine die in elke
tankauto zit. Hoe groter de stroomsterkte en de spanning des te meer bezine er per uur wordt
vervoerd.
Batterijen schakelen
Vaak heb je meer dan een batterij nodig om aan de juiste spanning te voldoen. Je moet die
batterijen in serie schakelen. Dat wil zeggen dat je de pluspool van de ene batterij verbindt met de
minpool van de andere batterij. Ze geven dan samen een spanning 3,0 V
Veilige en onveilige spanningen
Op stopcontacten staat de netspanning: die is in nl 230 V. een spanning van deze grootte levert een
duidelijk risico op. Als je een geleider aanraakt waar 230 V op staat krijg je een flinke schok. Je kan
zelfs je leven verliezen.
De spanning die een batterij levert, is veel lager dan 230 V. zon lage spanning is niet gevaarlijk. Als
veilige grens wordt vaak 24 V genomen. Apparaten die op batterijen werken, blijven daar ruim
onder.
Veel apparaten werken op een lagere spanning dan 230V . Om ze toch op het stopcontact te kunnen
aansluiten heb je een transformer nodig