Variatie woordgebruik
- Synoniemen
internet \ woordenboek
-Verwijswoorden
we, ons, daar
-Woorden weglaten
Variatie zinsopbouw
- Onderwerp (O)
- Persoonsvorm (P)
- Ander zinsdeel (A)
OPA (Lisanne skeelert naar de skate baan)
APO (Op de skatebaan skeelert Lisanne)
POA vraagzin (Skeelert Lisanne op de skatebaan?)
PA gebiedendewijs (Bezoek de circustent op 4 of 5 mei)
Voorbeelden gebruiken
- voorbeelden
- geen cijfers (een op de drie)
- voorbeeld aankondigen met signaalwoord
bijvoorbeeld, neem nou, zoals, als, :, denk maar aan
, Verbanden tussen zinnen
Verbanden aanbrengen
1. Verwijswoorden
persoonlijke voornaamwoorden: hij, hem, zij, ze, haar, hen, hun
bezittelijke voornaamwoorden: zijn, haar, hun
aanwijzende en betrekkelijke voornaamwoorden: deze, die, dit, dat
bijwoorden: daar, waar, toen, zo
waar + voorzetsel \ voorzetsel + wie: waarmee, waarover, met wie
2. Verbanden met Signaalwoorden
Opsomming Om te beginnen, ook,
bovendien, daarnaast,
vervolgens, ten slotte, en
Tegenstelling Maar, toch, daar staat
tegenover, desondanks, echter,
aan de ene kant
Tijd (Chronologie) Eerst, daarna, toen, dan, eens,
vroeger, nu, ooit, later, voordat,
nadat, uiteindelijk
Oorzaak-gevolg Daardoor, doordat, als gevolg
van, zodat
Reden Daarom, dus , omdat, want,
namelijk, immers
Voorbeeld Zo, bijvoorbeeld, neem nou,
zoals
Conclusie \ Samenvatting Kortom, dus, daarom, al met al,
samengevat
Voorwaarde Als (… dan), indien, tenzij,
wanneer
- Synoniemen
internet \ woordenboek
-Verwijswoorden
we, ons, daar
-Woorden weglaten
Variatie zinsopbouw
- Onderwerp (O)
- Persoonsvorm (P)
- Ander zinsdeel (A)
OPA (Lisanne skeelert naar de skate baan)
APO (Op de skatebaan skeelert Lisanne)
POA vraagzin (Skeelert Lisanne op de skatebaan?)
PA gebiedendewijs (Bezoek de circustent op 4 of 5 mei)
Voorbeelden gebruiken
- voorbeelden
- geen cijfers (een op de drie)
- voorbeeld aankondigen met signaalwoord
bijvoorbeeld, neem nou, zoals, als, :, denk maar aan
, Verbanden tussen zinnen
Verbanden aanbrengen
1. Verwijswoorden
persoonlijke voornaamwoorden: hij, hem, zij, ze, haar, hen, hun
bezittelijke voornaamwoorden: zijn, haar, hun
aanwijzende en betrekkelijke voornaamwoorden: deze, die, dit, dat
bijwoorden: daar, waar, toen, zo
waar + voorzetsel \ voorzetsel + wie: waarmee, waarover, met wie
2. Verbanden met Signaalwoorden
Opsomming Om te beginnen, ook,
bovendien, daarnaast,
vervolgens, ten slotte, en
Tegenstelling Maar, toch, daar staat
tegenover, desondanks, echter,
aan de ene kant
Tijd (Chronologie) Eerst, daarna, toen, dan, eens,
vroeger, nu, ooit, later, voordat,
nadat, uiteindelijk
Oorzaak-gevolg Daardoor, doordat, als gevolg
van, zodat
Reden Daarom, dus , omdat, want,
namelijk, immers
Voorbeeld Zo, bijvoorbeeld, neem nou,
zoals
Conclusie \ Samenvatting Kortom, dus, daarom, al met al,
samengevat
Voorwaarde Als (… dan), indien, tenzij,
wanneer