NEUROREVALIDATIE
HOOFDSTUK 4
Herstelvermogen van het zenuwstelsel
, Hoofdstuk 4: herstelvermogen van het zenuwstelsel
4.1 Inleiding
4.1.1 Historie
Hersenbeschadiging is er altijd geweest. Het probleem neemt toe: we worden ouder en door de
verbeterde acute zorg overleven meer mensen een hersenbeschadiging. Jackson: momentum of the
lesion: een grote laesie die in korte tijd ontstaat heeft ernstigere gevolgen dan een langzaam
groeiend proces of meerdere kleinere laesies. Luria’s werk is het belangrijkste voor de
neurorevalidatie, werd nauwelijks bekend door oorlog. Na 1963 zijn CVA-patiënten een tijdje niet
interessant, iedereen wil cardioloog worden, hersenen zijn onveranderbaar. In 1990 keert het tij:
plasticiteit wordt onderzocht. De belangrijkste hersteltheorieën waren als in de jaren 30-40 van de
vorige eeuw, maar nu komen de harde bewijzen.
4.1.2 Wat is herstel?
Meestal blijft onduidelijk wat er bedoelt wordt met herstel van de laesie, spierkracht, het lopen, ADL,
zelfstandigheid, zinvolle levensinvulling. Er is ook nog onderscheid tussen geheel/gedeeltelijk herstel.
Belangrijk is dat het niveau wordt aangegeven waarop het bedoelde herstel betrekking heeft.
1. Laesie: is het verloren gegane/beschadigde hersenweefsel vervangen of hersteld?
2. Stoornis: is een elementaire functie hersteld, respectievelijk een stoornis verdwenen?
3. Beperking: is een bepaalde activiteit (lopen) weer hersteld?
4. Handicap: kan de patiënt weer op de door hem gewenste wijze deelnemen aan het
maatschappelijke leven (participatie)?
Herstel kan gebruikt worden door al deze niveaus. Het is aan te raden altijd eerst vast te stellen welk
betekenisniveau bedoeld wordt. Ook spontaan herstel en natuurlijk beloop zijn vage begrippen.
4.1.3 Niveaus van herstel
Vier basismanieren waarop herstel kan plaatsvinden.
1. Neurale reorganisatie: herleren met hetzelfde lidmaat/onderdeel
a. Substitutie: ander hersengebied
b. Rerouting: andere baan
2. Neurale reactivatie: opheffing diaschisis/shock
3. Compensatie functionele reorganisatie: ander lichaamsdeel
4. Omgevingsaanpassing: andere handeling
De gangbare interventies staan parallel aan de vermelde basiscategorieën van herstel.
1. Functietraining – neurale reorganisatie: gericht op zwakke schakel; ander gebied/baan neemt
functie over.
2. Simulatie – neurale reactivatie: gericht op zwakke schakel; opheffing shock.
3. Compensatietraining – functionele reorganisatie: maakt gebruik van sterke/intacte functies;
zelfde taak via andere strategie.
4. Omgevingsaanpassing – andere handeling.
Je kan de oefeningen naar keuze richten op een van de drie ICF-niveaus.
Allerlei oefenprocedures kunnen invloed hebben op het herstel: door oefenen veranderen de
eigenschappen van neuronen en kunnen allerlei herstelmechanismen in gang worden gezet,
leerproces. Echter, ieder mens heeft ook van nature een zekere taaiheid en wil om te functioneren
en overleven. Ook de motivatie doet dus veel.
4.1.4 De wil om te herstellen
HOOFDSTUK 4
Herstelvermogen van het zenuwstelsel
, Hoofdstuk 4: herstelvermogen van het zenuwstelsel
4.1 Inleiding
4.1.1 Historie
Hersenbeschadiging is er altijd geweest. Het probleem neemt toe: we worden ouder en door de
verbeterde acute zorg overleven meer mensen een hersenbeschadiging. Jackson: momentum of the
lesion: een grote laesie die in korte tijd ontstaat heeft ernstigere gevolgen dan een langzaam
groeiend proces of meerdere kleinere laesies. Luria’s werk is het belangrijkste voor de
neurorevalidatie, werd nauwelijks bekend door oorlog. Na 1963 zijn CVA-patiënten een tijdje niet
interessant, iedereen wil cardioloog worden, hersenen zijn onveranderbaar. In 1990 keert het tij:
plasticiteit wordt onderzocht. De belangrijkste hersteltheorieën waren als in de jaren 30-40 van de
vorige eeuw, maar nu komen de harde bewijzen.
4.1.2 Wat is herstel?
Meestal blijft onduidelijk wat er bedoelt wordt met herstel van de laesie, spierkracht, het lopen, ADL,
zelfstandigheid, zinvolle levensinvulling. Er is ook nog onderscheid tussen geheel/gedeeltelijk herstel.
Belangrijk is dat het niveau wordt aangegeven waarop het bedoelde herstel betrekking heeft.
1. Laesie: is het verloren gegane/beschadigde hersenweefsel vervangen of hersteld?
2. Stoornis: is een elementaire functie hersteld, respectievelijk een stoornis verdwenen?
3. Beperking: is een bepaalde activiteit (lopen) weer hersteld?
4. Handicap: kan de patiënt weer op de door hem gewenste wijze deelnemen aan het
maatschappelijke leven (participatie)?
Herstel kan gebruikt worden door al deze niveaus. Het is aan te raden altijd eerst vast te stellen welk
betekenisniveau bedoeld wordt. Ook spontaan herstel en natuurlijk beloop zijn vage begrippen.
4.1.3 Niveaus van herstel
Vier basismanieren waarop herstel kan plaatsvinden.
1. Neurale reorganisatie: herleren met hetzelfde lidmaat/onderdeel
a. Substitutie: ander hersengebied
b. Rerouting: andere baan
2. Neurale reactivatie: opheffing diaschisis/shock
3. Compensatie functionele reorganisatie: ander lichaamsdeel
4. Omgevingsaanpassing: andere handeling
De gangbare interventies staan parallel aan de vermelde basiscategorieën van herstel.
1. Functietraining – neurale reorganisatie: gericht op zwakke schakel; ander gebied/baan neemt
functie over.
2. Simulatie – neurale reactivatie: gericht op zwakke schakel; opheffing shock.
3. Compensatietraining – functionele reorganisatie: maakt gebruik van sterke/intacte functies;
zelfde taak via andere strategie.
4. Omgevingsaanpassing – andere handeling.
Je kan de oefeningen naar keuze richten op een van de drie ICF-niveaus.
Allerlei oefenprocedures kunnen invloed hebben op het herstel: door oefenen veranderen de
eigenschappen van neuronen en kunnen allerlei herstelmechanismen in gang worden gezet,
leerproces. Echter, ieder mens heeft ook van nature een zekere taaiheid en wil om te functioneren
en overleven. Ook de motivatie doet dus veel.
4.1.4 De wil om te herstellen