Opp van rechthoek: lengte*breedte
Opp van vierkant: lengte*breedte
Opp van driehoek: ½ *zijde(onderkant)* hoogte
Opp van cirkel: r²*pi
OPp van parallellogram: zijde(onderkant)*hoogte
OPp van ruit: ½ *diagonaal*diagonaal
OPp van vlieger: ½ * basis* hoogte
OPp van trapezium: ½ *(a+c)* h (a=bovenkant c=onderkant)
Opp van prisma: alle opp van grensvlakten bij elkaar
Opp van piramide: alle opp van grensvlakten bij elkaar
OPp van kegel: --------------------------------------------->>>>>>>>>>>>>>>>>>>
Inhoud cilinder: opp grondvlak* hoogte oftewel r²*pi*hoogte
Inhoud prisma: opp grondvlak*hoogte
Inhoud balk: opp grondvlak* hoogte
Inhoud kubus: opp grondvlak*hoogte
Inhoud piramide: ⅓*opp grondvlak*hoogte
Inhoud kegel:⅓*opp grondvlak*hoogte
Inhoud bol: 4/3*pi*r³
De inhoud van een samengestelde figuur is de SOM van de twee figuren. De inhoud van
een uitgeholde figuur is het VERSCHIL van de twee figuren.
Een figuur is een vergroting van een andere figuur als alle afmetingen met dezelfde factor
worden vermenigvuldigd. De factor k noemen we de vergrotingsfactor.
Voor de lengte van elke zijde geldt: afmeting beeld=k⋅afmeting origineel
• De factor k = 1 verandert niets aan het origineel.
• Een factor k > 1 vergroot het origineel.
• Een factor k < 1 verkleint het origineel.
De factor k rekenen we uit met:
k=afmeting beeld/afmeting origineel
Procentuele vergroting: verschil/origineel*100
Hoogte van het beeld=k*hoogte origineel
Bij een vergroting veranderen alleen de afmetingen. Hoeken blijven wel hetzelfde.
Je kunt meerdere vergrotingen na elkaar uitvoeren. Het resultaat is weer een vergroting.
Als je een figuur eerst 2 keer vergroot en het resultaat daarna 3 keer vergroot, dan heb je de
figuur in totaal 6 keer vergroot.
De factor van een samengestelde vergroting is het product van de factoren van elke stap.
Als je een figuur vergroot met factor 2 en het resultaat daarna vergroot met factor ½ , dan is
het eindresultaat even groot als het origineel, want 2*½=1
De vergroting met factor ½ noemen we daarom het omgekeerde van de vergroting met
factor 2.
Het omgekeerde van een vergroting met factor k is een vergroting met factor 1/k.
Dus als je vergoot met k=8 en je wil hem weer omkeren, vergroot je met ⅛ want 8*1/8 = 1
Opp van vierkant: lengte*breedte
Opp van driehoek: ½ *zijde(onderkant)* hoogte
Opp van cirkel: r²*pi
OPp van parallellogram: zijde(onderkant)*hoogte
OPp van ruit: ½ *diagonaal*diagonaal
OPp van vlieger: ½ * basis* hoogte
OPp van trapezium: ½ *(a+c)* h (a=bovenkant c=onderkant)
Opp van prisma: alle opp van grensvlakten bij elkaar
Opp van piramide: alle opp van grensvlakten bij elkaar
OPp van kegel: --------------------------------------------->>>>>>>>>>>>>>>>>>>
Inhoud cilinder: opp grondvlak* hoogte oftewel r²*pi*hoogte
Inhoud prisma: opp grondvlak*hoogte
Inhoud balk: opp grondvlak* hoogte
Inhoud kubus: opp grondvlak*hoogte
Inhoud piramide: ⅓*opp grondvlak*hoogte
Inhoud kegel:⅓*opp grondvlak*hoogte
Inhoud bol: 4/3*pi*r³
De inhoud van een samengestelde figuur is de SOM van de twee figuren. De inhoud van
een uitgeholde figuur is het VERSCHIL van de twee figuren.
Een figuur is een vergroting van een andere figuur als alle afmetingen met dezelfde factor
worden vermenigvuldigd. De factor k noemen we de vergrotingsfactor.
Voor de lengte van elke zijde geldt: afmeting beeld=k⋅afmeting origineel
• De factor k = 1 verandert niets aan het origineel.
• Een factor k > 1 vergroot het origineel.
• Een factor k < 1 verkleint het origineel.
De factor k rekenen we uit met:
k=afmeting beeld/afmeting origineel
Procentuele vergroting: verschil/origineel*100
Hoogte van het beeld=k*hoogte origineel
Bij een vergroting veranderen alleen de afmetingen. Hoeken blijven wel hetzelfde.
Je kunt meerdere vergrotingen na elkaar uitvoeren. Het resultaat is weer een vergroting.
Als je een figuur eerst 2 keer vergroot en het resultaat daarna 3 keer vergroot, dan heb je de
figuur in totaal 6 keer vergroot.
De factor van een samengestelde vergroting is het product van de factoren van elke stap.
Als je een figuur vergroot met factor 2 en het resultaat daarna vergroot met factor ½ , dan is
het eindresultaat even groot als het origineel, want 2*½=1
De vergroting met factor ½ noemen we daarom het omgekeerde van de vergroting met
factor 2.
Het omgekeerde van een vergroting met factor k is een vergroting met factor 1/k.
Dus als je vergoot met k=8 en je wil hem weer omkeren, vergroot je met ⅛ want 8*1/8 = 1