Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel
Art. 1 Sv: Alle spelregels van het strafprocesrecht moeten in een wet in formele zin staan.
Functies legaliteitsbeginsel:
- Rechtszekerheid,
- Bescherming tegen willekeur van met strafrechttoepassing belaste instanties.
Onschuldpresumptie
Art. 6, lid 2 EVRM + art. 14, lid 2 IVBPR
= ‘vermoeden van onschuld’
De overheid mag de verdachte niet als reeds veroordeelde aanmerken (art. 271, lid 2
Sv). Als verdachte ben je onschuldig, tot het tegendeel bewezen is. OM is
verantwoordelijk om dit te bewijzen, hoeft verdachte niet te doen.
Nemo tenetur
Niemand hoeft aan zijn eigen veroordeling mee te werken.
In art. 29 Sv:
1. Pressieverbod + zwijgrecht
2. Cautie verplichting van opsporingsambtenaar
Artikel 8 EVRM
‘recht op eerbieding van privé- familie- en gezinsleven’
Dit artikel beschermt ons als burger tegen onrechtmatig gebruik van
opsporingsbevoegdheden door de overheid.
Vereisten voor inbreuk privacy in lid 2
HR Onderzoek in smartphone
Andere beginselen
Gelijkheidsbeginsel: dezelfde gevallen moeten gelijk behandeld worden.
Vertrouwensbeginsel: je mag op toezeggingen van het OM vertrouwen.
Zuiverheid van oogmerk
Redelijke en billijke belangenafweging
Ne bis in idem, ‘niet twee keer voor hetzelfde’
Opportuniteitsbeginsel: OM mag zelf bepalen of er wordt vervolgd.
Territorialiteitsbeginsel
HR Braak bij binnentreden
Van belang bij gebruik dwangmiddelen in het kader van proportionaliteit en subsidiariteit.
HR onderzoek in smartphone
Bevoegdheid van art. 94 Sv gebruiken in kader van art. 8 EVRM
Artikel 94 Sv is niet voldoende om een smartphone te onderzoeken. In een Smartphone
staat zoveel privé informatie, het is een hele ingrijpende maatregel. Alleen bij beperkte
inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is dit voldoende. Er is hier in strijd met art. 8 EVRM
gehandeld.
Rechten verdachte in kader van art. 6 EVRM
, Uit artikel 6 EVRM vloeien veel rechten van een verdachte voort. Veel van deze rechten zijn
inmiddels opgenomen in ons eigen strafrecht in art. 27 t/m 48 Sv.
Recht op eerlijk proces
Recht om te weten waarvoor je bent aangehouden
Recht op behandeling van jou zaak binnen een redelijke termijn
Tolk
Art. 29b Sv; recht op bijstand van een tolk.
Art. 27c, lid 4 Sv; mededelingen over rechten worden gedaan in een taal die de
verdachte machtig is.
Art. 32a Sv; vertaling van processtukken.
Rechten bij aanhouding
Zie art. 27c Sv
Tijd en faciliteiten voor de voorbereiding van je zaak
Art. 28, lid 4 Sv; contact met een raadsman.
Art. 28v, lid 1 Sv; consultatiebijstand; voor je verhoor begint mag je een half uur met je
raadsman overleggen.
Art. 31 Sv; stukken zonder beperkingen.
Art. 45 Sv; vrije toegang raadsman
Raadsman
Art. 38 Sv; vrije keuze raadsman
Art. 39 Sv; aanwijzen raadsman
Art. 28d Sv; verhoorbijstand; tijdens je verhoor mag je raadsman in de gaten houden of
er dingen gebeuren die niet mogen, je raadsman zegt in beginsel niks.
Ondervragen van getuigen
Art. 263 Sv; getuigen laten oproepen door OvJ.
Artikel 28b, lid 1 Sv
In de volgende gevallen krijgt een verdachte sowieso een advocaat toegewezen:
- Kwetsbare verdachte
- Minderjarigen
- Verdachte waarop een gevangenisstraf van 12 jaar of meer op staat
HR Saunders
Het nemo tenetur beginsel streks volgens het Europees hof voor de rechten van de mens
niet tot al het bewijsmateriaal:
Het beginsel strekt tot: alle verklaringen die afhankelijk zijn van jou wil, wat jij moet
zeggen.
Het beginsel strekt niet tot: alles wat onafhankelijk is van jou wil, denk hierbij aan afname
van bloed. Er mag dus onder dwang bloed/urine/speeksel van een verdachte worden
afgenomen, ook al wil de verdachte dit niet.
HR Redelijke termijn
R.O. 3.12.1: startmoment strafproces
R.O. 3.14: redelijke termijn is binnen 2 jaar afhandeling proces.
R.O. 3.15: uitzonderingen op redelijke termijn
R.O. 3.21: rechtsgevolgen overschrijding redelijke termijn
R.O. 3.23: strijd met art. 6 EVRM bewijzen
Opsporingsonderzoek door de R-C